Ueber alles

24 september 2008

We waren er even tussenuit gepiept. Lastminuteaanbieding in het naseizoen, onverwachts nog wat vrije dagen: dat kun je soms niet laten lopen. Driemaal raden waar we waren. Ik geef een hint.

Haring met slagroom

Er is maar één land met zulke gastronomische hoogstandjes, nietwaar? En het was nog lekker ook! (Nee, ik ben niet zwanger.)

Ik hou erg van Duitsland. ’t Is jammer dat het samen met Noord-Korea zo’n beetje het enige land is waar thuisonderwijs niet mogelijk is, anders had ik er zo willen wonen. Bergen, zee, vriendelijke mensen, kraakheldere zwembaden en frisgepleisterde huizen.

We hebben weer zo’n fijne vakantie gehad. Mooie Middeleeuwse stadjes bezocht,

Vakwerkhuizen

gesmuld in een Tortenparadies aan de Moezel (want haring met slagroom en braadworst met zuurkool zijn dan misschien geen culinaire apotheosen, de Duitse taarten zijn fantastisch) en gewoon fijn samen dingen gedaan zonder de hinderlijke aanwezigheid van computer of huishoudelijke beslommeringen. Wandelen, kletsen, kastanjes rapen onder de grootste kastanjeboom die we ooit gezien hadden.

Onder de kastanjeboom

Cato begon iedere morgen met muziek. Ik had een draagbare cd-speler meegenomen en een zwik favoriete meezingers en DJ To ontdekte voor het eerst dat er muzíek uit die haarband met zwarte dopjes kwam.

Duifje heeft zijn spelletjesquotum met de kinderen ruimschoots gehaald. Hij heeft Philip ingewijd in het edele poolbiljartspel (daar leefde hij al naar toe sinds Philips conceptie), we hebben met z’n allen gemidgetgolft. Daarnaast doet vooral Jet graag en veel spelletjes. Een Catannetje hier, een Rummikubje daar. Ze wint vaak, dat motiveert wel.

Rummicub op de veranda

We zaten op een huisjespark met zwembad, dus we hebben ook veel gezwommen. Minimaal een keer per dag, bij voorkeur ’s avonds na het eten, omdat het zo bijzonder is om in een donker park terug te wandelen naar je vakantiehuisje, in de koude septemberavondlucht met de sterrenhemel boven je hoofd. Dat soort dingen onthoud je.

En overdag deze uitzichten. Van mij mag het iedere dag vakantie zijn.

Moezelzicht door de wijngaard

We zijn er weer

18 augustus 2008

En er is wat veranderd in de tussentijd.

Jet bijvoorbeeld, die herken je niet meer terug. Mist opeens een tand…

Zonder tand

en aan de zijkant van haar hoofd is er iets bijgekomen!

Belletje

Toen we thuiskwamen van het jaarlijkse zomerkamp met de kerk, wist ze zeker dat ze ze tóch wilde. Ook al zou het even pijn doen, ook al moest ze zes weken ‘draaien’ met Sterilon. Op het zomerkamp waren namelijk veel meisjes met oorbellen. Grote Meisjes. Jet had een fors deel van haar tijd met hen doorgebracht – bij het volleybalveld, bij de snoeptent, op het terras.

Kampvuur

En bij het kampvuur op de laatste avond, toen ze in een grote kring zaten en zongen, met mensen die gitaar speelden, en chips erbij en toen ze net zo laat naar bed mochten als wij.

Het zomerkamp was weer een verademing. Een oase van heil in een oud-klooster,  

Het huis

met driehonderd mensen, dus oneindig veel vriendjes en vriendinnetjes. Een huis met honderd gangen, een speeltuin, sportvelden en een bos, allemaal op een lap grond met maar één in- en uitgang, zodat je niet bang hoeft te zijn de weg kwijt te raken. Bovendien is er altijd wel iemand die je ouders weet te vinden, want iedereen kent je.

BoslaantjeMaar Philip en Jet hoefden hun ouders helemaal niet te vinden, want ze waren veel te druk. Omdat we er ieder jaar komen, kennen ze de kloostercontreien als hun broekzak. En ze vermaken zich eindeloos. Jet was druk met haar grote en kleine vriendinnen. Philip sjouwde het hele terrein over met een sliert jongens achter zich aan of speelde kussengevechten in de kelder van het klooster, als het even regende.

Cato keutelde rond, soms met ons, dan weer in haar eentje of met opa.

Opa en Cato
(Op de achtergrond Jet in het roze hemdje, met aanzet tot een handstand.)

Wij konden genieten, luisteren en praten met al die mensen die ons dierbaar zijn. Maar wat anders afgesloten werd als een feestelijke week, had nu een verdrietig einde. Het hart van een van die dierbare mensen stopte ineens met kloppen. Naast dierbaar was hij ook nog eens de papa van een vriendinnetje van Jet. En vandaag is hij begraven.

We zijn er allemaal verdrietig van, zoals we twee maanden geleden al verdrietig waren bij de begrafenis van mijn stoere schoonzus, tante van onze kinderen. Philip en Jet praten er bij vlagen veel over. Aan tafel, in de auto, vlak voor het slapengaan. We luisteren naar muziek, praten, lezen boeken over de dood, praten, bidden en praten. Ik vind het fijn dat we in ieder geval samen verdrietig kunnen zijn.

De laatste tijd is vooral doorgebracht met wat in het Engels life skills genoemd worden. Ik ben wars van het Nengels, het voortdurende gestrooi met Engelse woorden waar een uitstekend Nederlands alternatief voor is, maar voor life skills weet ik geen goede vertaling. Het zijn bekwaamheden, ervaringen die je voorbereiden op een zelfstandig leven. Zoals koken, de was doen, je tanden poetsen, de verkeersregels aan den lijve ondervinden, maar ook praten over de dingen die je bezighouden, over verdriet en verlies, over aardig zijn voor elkaar zonder dat je er iets voor terugkrijgt.

Veel belangrijker dan een moeilijke staartdeling of het ontleden van een samengestelde zin; dat heb je, als het moet, in een halfuurtje onder de knie. Maar dit soort vaardigheden kosten tijd. Om te oefenen, fouten te maken, vragen te stellen, je mening te staven. Het kost tijd, maar het levert ook een hoop op.

Groeten uit …

24 juli 2008

Cato ten voeten uit

Het zal u niet ontgaan zijn: het is komkommertijd. Maar ik wil u geen wezen laten, dus nu ik hier nog rozig ben van het strand niettemin een verslag van de afgelopen dagen. 

We zijn er even tussenuit geweest, want al maken we van harte gebruik van de vakantiemogelijkheden buiten het hoogseizoen, soms heb je rekening te houden met mensen die wel aan schooltijden gebonden zijn. Terwijl mijn duifje in het zweet zijns aanschijns ons brood verdiende, toog ik met de kinderen naar het pittoreske West-Friesland voor familiebezoek en cultureel erfgoed (te beginnen met het verplichte ‘Morrie!’ als ochtendgroet).

De Bremer stadsmuzikanten

Het was heerlijk, gezellig en de kinderen zijn weer schaamteloos verwend. We hebben gezwommen, het sprookjesbos bezocht en we zijn met de boemeltram van Hoorn naar Medemblik gereisd, wat nog geen sinecure is met een roerige peuter die graag over het open trambalkon wil dribbelen terwijl je het spoor met 45 kilometer per uur onder je voeten voorbij ziet razen.

We zijn ook naar het Zuiderzeemuseum geweest, een dorpje op zich, met huisjes uit het hele IJsselmeergebied, die destijds steen voor steen zijn verplaatst en vanuit de vissersdorpen neergezet zijn in het buitenmuseum. Vanaf de parkeerplaats steek je met een bootje de voormalige Zuiderzee over, om aan te meren naast de oude kalkovens.

Op de boot

Je kunt er gezellig rondwandelen en binnenkijken in de oude huisjes, de ambachtsplaatsen als de wasserij, het postkantoor of de visrokerij. En er is van alles te doen. Ouderwets houtbewerken,

Krijttekening op zeil

De laatste hand aan het klompbootje

ouderwets spelletjes spelen (over leeftijdsgrenzen heen, zie het rode sandaaltje rechts op de foto),

Kegelen

ouderwets snaaien.

In de snoepwinkel

In de schaarse momenten dat Cato onder zeil was, hebben we in de tuin Sterke Wanja van Otfried Preussler uitgelezen. Om in de sfeer te komen hadden we daarvoor wat Slavische sprookjes gelezen uit De vuurvogel en andere Russische verhalen van Arthur Ransome (zie het boekenlijstje) en hebben we geluisterd naar Stravinsky’s Vuurvogel. Ik wil hierna nog Russische sprookjes, volksverhalen en legenden gaan lezen, het boek dat uitgegeven is naar aanleiding van de tentoonstelling in het Groninger museum.

Over Russen gesproken: ik heb De gebroeders Karamazov uit. 941 pagina’s en iedere bladzijde was het waard. Het staat vol prachtige ideeën die je alleen maar kunt beamen, maar ik wil één citaat geven dat ik toepasselijk, mooi en troostrijk vind. Het is van Aljosja Karamazov, de jongste van de broers. Hij spreekt hier tegen een aantal kinderen die hij een tijd niet meer zal zien.

‘[…] misschien begrijpen jullie wel niet wat ik wil zeggen, […] maar toch zullen jullie het onthouden en daarom ooit met mijn woorden instemmen. Weet dan dat er niets hogers, krachtigers, gezonders en nuttigers in jullie verdere leven bestaat dan een goede herinnering, vooral eentje uit je kindertijd, uit het ouderlijk huis. Jullie horen veel over je opvoeding praten, maar één zo’n prachtige, heilige herinnering uit je kindertijd is misschien wel de beste opvoeding die er is. Wanneer je veel van zulke herinneringen mee kunt nemen in je latere leven, dan ben je voor je hele leven gered.’ (p. 939)

Ik blijf nog even in de vakantiemodus. Tot over twee weken.

Ik sta nog in de vakantiemodus, met veel strandbezoek en logés, maar om de klad er niet helemaal in te laten komen, alvast een verslagje van de afgelopen weken. Het waren heerlijke weken.

We hebben in een rietgedekt boerderijtje gezeten in de buurt van Assen en in een oud-klooster in de buurt van Den Bosch. We zijn er en famille veel op uit getrokken, hebben ponygereden in Groningen (sommigen van ons dan), graan gemalen op steentijdse wijze,

 barnsteen bewerkt als in de prehistorie,

  de zwaarte van het ridderschap gevoeld,

en veel gezwommen, voorgelezen (ook een nieuwe boskabouter: Paulus en het draakje; zo enig weer!), met vriendjes gespeeld, spelletjes gedaan en gepraat.

De kinderen zitten nogal in een taalflow deze zomer. Jet leest, maakt woordjes met magneetletters uit haar hoofd of uit boekjes, en het favoriete spel van de kinderen is een variant op de 20 Questions die ik al eerder als link gaf. Ze hebben het zelf verzonnen en spelen het met vriend D. en onze logés, thuis, in de auto en op het strand. Tussen twee hoge golven door liggen ze op hun buiken in het zand en stellen elkaar vragen. Een van hen is de ‘kandidaat’ en de anderen nemen een persoon (of in het geval van Jet: een paard) in gedachten, waarbij de kandidaat door middel van gesloten vragen probeert te raden wie zij zijn.

Verder had Philip van oma, met wie we in het boerderijtje zaten, een boek gekregen: Suske en Wiske, spelen met spreekwoorden, waar we op ons vakantieadres te pas en te onpas uit overhoord werden. ‘Mama’, klonk er dan vanachter het boek op de bank: ‘Iemand het vuur na aan de schenen leggen’. Afhankelijk van het antwoord kregen we een prijzend: ‘Bíjna goed’ of een meedogenloos: ‘Hm’ – zorgvuldig gevolgd door de exacte omschrijving van spreekwoord of gezegde. Soms werd eenzelfde spreekwoord later opnieuw gevraagd; opdat wij niet vergaten.

Maar nu zijn we dus weer thuis en liggen er vijf kinderen te slapen op luchtbed en stapelbed. Morgen wordt het weer mooi weer, 23 graden, een windje en hier en daar een wolk. Perfect strandweer.