52° Noord

24 januari 2010

Jet wilde al heel lang. Al sinds de eerste keer dat ze meeging naar Philips duikles, want naast de duikschool was een klimwand.

Vrijdag kwam het er van.

Met veertien thuisonderwijskinderen en vier volwassenen naar de klimhal. Twaalf kinderen klommen.

Twee kinderen voelden aan een steentje, trokken eens aan een touw, en besloten vervolgens dat ze beter een goed gesprek konden voeren terwijl ze de boel vanaf een afstandje in de gaten hielden.

Er werden duidelijke instructies gegeven. Iedereen werd ingesnoerd en vastgeklikt.

En toen mochten ze omhoog. De kinderen waren verdeeld in twee- en drietallen. Terwijl er een klom, hielden een of twee anderen het zekeringstouw vast.

Ongeveer de helft van de kinderen klom helemaal naar boven. Philip en Jet behoorden tot de andere helft, die tot iets over de helft durfde.

Jet  was voldaan. Ze had ook het idee dat ze nu min of meer voorbereid was om deel te nemen aan de volgende editie van 71° Noord, het tv-programma waar ze zich de hele week op verheugt. 

Aanstaande dinsdag moeten de deelnemers een steile ijswand beklimmen. Jet zal het met kameraadschappelijke kennersblik gadeslaan. She’s been there. 

IJspret en verdriet

19 januari 2010

Leeg je vier dagen je fotokaartje niet, zet meteen de dooi in.

Donderdag liepen we nog met wanten en hete thee naar de schaatsbaan. Hier, Philip op zijn nieuwe noren.

Kom daar nu nog maar eens om. We hoefden vandaag niet eens handschoenen aan toen we naar buiten gingen.

De winter is nog niet voorbij en ik hoop dat de vorst weer even aanzet, maar zo niet, dan hebben we in ieder geval een memorabele ijstijd gehad. De pootafdrukjes van meerkoeten op het besneeuwde ijs, wandelingen door de vrieskou, iedere dag op natuurijs, sneeuwvlokken op je tong. Clichés die mooi zijn als je ze zelf meemaakt.

Er waren twee reddingsacties: één geslaagd en één mislukt. Tijdens een sleetochtje vond Jet een mobiele telefoon in de sneeuw. Hij werkte nog en Jet was vastbesloten de eigenaar op te sporen. De beste aanwijzing kwam uit de nummerlijst van de telefoon: onder de P stond ‘Papa’ – die kon vast vertellen hoe Jet haar Eerlijke Vondst kon terugbrengen.

En inderdaad. De dochter van Papa bleek niet ver bij ons vandaan te wonen. Ze was ontzettend blij toen Jet met een stralend gezicht het mobieltje overhandigde, vooral vanwege alle telefoonnummers die ze nu weer terug had. Jet was tevreden over haar goede daad, maar werd nog eens extra beloond toen drie dagen later de deurbel ging. Het meisje van de telefoon kwam een cadeaubon van twintig euro brengen. Wij probeerden het nog opvoedkundig verantwoord af te slaan (‘Niet meer dan normaal, geen beloning nodig, jouw dank is haar genoeg…’), maar we wisten zelf ook wel dat we Jet geen Bart Smitbon door haar neus konden boren. Sindsdien loopt zowel Philip als Jet met haviksogen door de buurt op zoek naar verloren voorwerpen.

Dan de mislukte reddingspoging; die was verdrietig. De kinderen waren buiten aan het spelen, toen Philip in paniek naar binnen kwam rennen: ‘Kom gauw, het is vreselijk!’ Hij bracht John naar de plek waar een prachtige vogel op de grond lag. Er kwam bloed uit zijn snavel. Philip vertelde dat ze het hadden zien gebeuren: de vogel was met een harde klap tegen een matglazen balkon gevlogen en neergestort. In stille rouwstoet kwamen de kinderen weer binnen, de vogel in een kartonnen doosje. De dierenambulance werd gebeld, want de vogel leefde nog, zijn oogje knipperde droevig.

Terwijl John aan de telefoon was, ging het oogje voor de laatste keer dicht. Philip was ontroostbaar. Vriend D. sloeg een arm om hem heen, met zijn vieren stonden ze rond de kartonnen doos.

We denken dat het een snip is. Hout- of water-, daar kwamen we niet goed achter. Inmiddels weten we dat je het verschil kunt zien aan de streepjes op de kop: een watersnip heeft lengtestrepen, een houtsnip dwarse. Maar nu hebben we alleen nog een foto waarop we het niet goed kunnen zien. Hij was heel zacht.

Avercampse toestanden

21 december 2009

Tja, je kunt foto’s blijven maken. 

Maar dat gaat allemaal van je sneeuwtijd af.

Dan loop je zo een paar gevechten mis.

En iedere minuut die je aan fotograferen besteedt, kun je niet aan sneeuwpoppen besteden. 

’t Is maar waar je voor kiest.

Als je toch al niet zo’n ster bent in fotograferen -beetje wazig, beetje ver, beetje overbelicht- dan kies je eieren voor je geld. Dan ga je vier dagen lang met vrienden en een slee de hort op en benut je iedere vlok van die twintig centimeter. Met je ogen (wat mooi!), met je handen (wat koud!) en met je neus (wat lekker fris!).

Woensdag waren we in het Spoorwegmuseum met de thuisonderwijsgroep, waar de kinderen al een voorschotje namen op de vorst die nog moest intreden. Ieder jaar legt het museum in december een kunstijsbaan aan. Cato stond dit jaar voor het eerst op de schaatsen, of wat je eronder verstaat.

Voor Jet was het weer even wennen op de schaats. Maar Cato liet zich voortduwen alsof ze niet anders gewend was. O wacht, ze is ook niet anders gewend.

Toen vrijdag het ondergelopen landje helemaal opgevroren was, waren de benen ingewerkt.

En bewoog Cato zich ook weer op karakteristieke wijze over het ijs. Niet voortgeduwd deze keer, maar voortgetrokken.

Van Philip heb ik verder geen actiefoto’s. Die werd om de haverklap opgehaald door een vriend om te schaatsen, van een duin te sleeën of de buurt af te schuimen op zoek naar avonturen in de sneeuw.

Er is inmiddels weer een paar centimeter gevallen, maar ik heb alle ingrediënten in huis gehaald om deze zoetigheidjes te maken die ik vandaag bij vriendin V. op haar blog zag – Russische pannenkoekjes gemaakt van ricotta en kwark. Lijkt me een uitgelezen manier om de vijfde winterse buitendag op rij te begeleiden.

Op pad

29 november 2009

De laatste tijd zijn we veel het land ingetrokken. We doen iedere maand wel wat veldwerk, maar november was uitzonderlijk uithuizig.

Ik heb niet overal een uitgebreid verslag van, maar ik kan verheugd meedelen dat het ons eindelijk gelukt is om het Achterhuis van binnen te zien.

Voor Jet was het een beetje een tegenvaller. De kamers in het Achterhuis zijn (op verzoek van Otto Frank) leeg en dan is het moeilijk voor te stellen hoe het er echt geweest is, vond Jet. Voor Philip was het bijzonder om ‘met je voeten te staan waar Anne en Otto en de anderen gewoond hebben’. En dat Annes eigen dagboek er lag, waar zijzelf in geschreven heeft, als een echt mens met afwisselend blokletters en schoonschrift, dat vonden ze ook speciaal.

Verder heeft Jet tussen neus en lippen door haar C-diploma gehaald, waarmee weer een tijdperk van wekelijkse zwemlessen is afgerond.

En we waren uitgenodigd door V. en haar liefjes om een paar dagen weg te waaien aan de Noord-Hollandse kust, in het vuurtorenwachtershuis waar we in mei ook logeerden. En dan was oma nog jarig en gaf een feestje. En we gingen een dag naar onze lieve tante die in het dierenasiel helpt. Ze ving nu tijdelijk een babypoesje op dat telkens uit een flesje moest drinken en veel geknuffeld wilde worden.

O ja, we zijn ook weer op audiëntie geweest bij Sinterklaas, net als vorig jaar. Dit jaar woont hij in een ander huis, minder gezellig, maar wel met evenveel zwarte Pieten en die zijn toch eigenlijk het leukst.

Ten slotte is er een zekere ontwikkeling waar te nemen in Philips beroepskeuze. In plaats van brandweerduiker wil hij nu tandarts worden. Dat heeft niet zozeer te maken met een fascinatie voor het gebit, die is er namelijk niet, maar meer met een ontluikend bewustzijn voor het Kapitaal. Onze tandarts zetelt in een beeldschoon pand aan de statige Amsterdamse Apollolaan en na de halfjaarlijkse controle besloot Philip dat hij geknipt was voor het vak. Hoewel hij er al zijn hele leven komt, viel hem nu pas op welke mogelijkheden de beroepsgroep in zich heeft. ‘Weet je hoeveel Wii’s ik dan kan kopen?!’  Het leek Jet een goed idee om samen een praktijkje te beginnen, dan konden ze beiden thuisonderwijs geven aan hun kinderen.

Hollen

27 oktober 2009

Het valt eigenlijk buiten mijn blogkader, maar met een beetje goede wil kun je wel een thuisonderwijslink leggen: het goede voorbeeld geven, mens sana in corpore sano, noem maar wat.

Het zit zo: ik loop hard. Niet van nature, maar als liefhebberij. Bijna anderhalf jaar geleden werd ik door vriendin M. met zachte dwang naar een hardloopgroepje gestuurd. Vriendin M. rende al jaren en vond het heerlijk. Ik rende al jaren niet meer en vond er geen zak aan. Maar ik had vage herinneringen aan het prettige gevoel dat je na het sporten hebt, een prozacje en oxazepammetje ineen, dus ik ging.

Het hardloopgroepje was geen succes. De eerste paar lessen is het fijn dat je niet de enige bent die hijgend als een molenpeerd de drie minuten volmaakt, maar eigenlijk ren ik liever in klein gezelschap. Dat wil zeggen: alleen. Of hooguit met z’n tweeën. Ik houd van de flexibiliteit, van mijn schoenen aantrekken wanneer ik dat wil, een ruiterpaadje nemen als ik daar zin in heb en het meditatieve van alleen hollen. Maar die meditatieve staat bereik ik pas als het rennen een beetje soepel gaat. Als je niet na vijf minuten vlekken begint te zien. Omdat ik dat stadium nog niet bereikt had, bleef het bij een halfslachtige poging.

Het laatste zetje kwam van dit blog, van een rennende moeder met vijf kinderen. Daar zag ik deze.

Sinds een halfjaar ren ik drie keer per week. Voor de goede orde: ik ben geen ranke gestalte met gazellebenen. Herinnert u zich Cato in een balletpakje? Dat ben ik. Meer koddig dan rank. Maar het fijne van hardlopen is, dat iedereen het kan. En hardlopers zijn leuke mensen, ze groeten altijd. De pezige oude man met de door zon en wind getaande huid, de hazewindrenner die je met zijn zevenmijlstred passeert, de andere koddige hardloopsters met rood hoofd en een paardenstaart op half zeven. Ik houd van dat decorum. Al dender je als een zwanger nijlpaard over de brug, als je je hand opsteekt naar een mederenner, ben je precies dát: een mederenner.

Er gaat niets boven buiten rennen. Ik heb het in de sportschool altijd raar gevonden dat ik op een loopband naar buiten keek naar waar ik had kúnnen lopen. In de herfstgeuren en -kleuren, in de zomerlucht en zelfs in de miezer en wind. Of in de winter, als de kou in je benen prikt. Als je terugkomt is je hoofd schoon.

Vaak ren ik zonder muziek, maar ik heb ook een persoonlijke trainer. Die heb ik aan het hardloopgroepje overgehouden. Het is een Vlaamse mevrouw die je op je mp3-speler kunt meenemen. Zij stippelt een programma uit, te beginnen bij het absolute nulpunt, en dan praat ze je in negen weken naar vijf kilometer. En in nog eens tien weken naar de tien. Ze zegt wanneer je mag wandelen, wanneer je een intervaltraining gaat doen of dat je nog twee minuten moet volhouden. Ondertussen draait ze muziek en roept: ‘Ik ben echt fier op je!’ en: ‘Je loopt al een pak harder dan vijf weken geleden!’

Het hele programmabestand is te groot om hier neer te zetten, maar ik heb alvast drie lessen van beide schema’s online gezet. Als je meer wilt, mail me dan, dan geef ik je rest van de cursus. De lessen hieronder beluister je door erop te klikken. Je kunt ze opslaan en op je iPod zetten door er met je rechter muisknop op te klikken en te kiezen voor ‘Doel opslaan als…’ (Save target as…). 

Van 0 tot 5 km – les 1
Van 0 tot 5 km – les 2
Van 0 tot 5 km – les 3

Van 5 tot 10 km – les 1
Van 5 tot 10 km – les 2
Van 5 tot 10 km – les 3

Ook handig:

  • De schema’s op MyAsics.nl. Geweldige site, wat je doel ook is. Een paar kilometer rennen zonder buiten adem te raken, 10 kilometer halen binnen 35 minuten of trainen voor een marathon, je vult een lijstje in met wat personalia en binnen een paar minuten rolt er een uiterst praktisch en haalbaar schema uit.
  • Op afstandmeten.nl kun je ook zonder satellietgestuurde polsband zien hoe ver je gelopen hebt.
  • Mijn beste aankoop waren, naast goede schoenen, de compressiekousen van Herzog. Ze zijn duur, maar het helpt fantastisch tegen shin splints (pijn in je schenen). Je moet ze even laten aanmeten bij een hardloopzaak.

Mourir un peu

11 september 2009

Vandaag is hij voor het eerst op kamp gegaan. Met een luchtbed.  Met vijftien jongetjes per tent. Met een paklijst van de sportclub waarop stond wat je niet mocht meenemen. Je slechte humeur. En wat je wel moest meenemen. Survivalkleren die je na afloop kon weggooien (‘ook de schoenen’). En warme kleren voor het nachtspel. 

Natuurlijk gaan er jaarlijks duizenden kinderen op kamp. Maar mijn kind had altijd alleen logeerpartijen bij vriendjes en familieleden gehad. Veilig in een huis. Niet met een nachtspel. Zul je altijd zien dat ze hem kwijtraken. Of dat er juist een nieuwe trainer is met een smoezelig verleden dat nog niet was nagetrokken.

Ik heb even overwogen om een klein lekje in zijn luchtbed te prikken. Lastig te vinden, maar onafwendbaar, zodat ik de volgende dag wel langs moest komen om een nieuw slaapmatje te brengen.

Maar hij had er zo’n zin in. Hij telde de uren af.

We liepen samen de paklijst door: hij noemde op, ik pakte. We gingen een tube tandpasta kopen en hij besloot dat hij dit ook nodig had, omdat zijn 18-jarige vet coole neef die ook had.

En dus heb ik hem zingend naar het sportveld gebracht. En dus sprak ik hem moed in toen hij zei dat hij het ‘ook wel spannend’ vond. En dus zwaaide ik hem opgeruimd uit toen ik het veld afliep, terug naar de lege auto.

Hij heeft het vast heerlijk.

De week van Jet

11 april 2009

Zevenjarige Jet bij limoentaart

In het boek Karlsson van het dak van Astrid Lindgren verzucht hoofdpersoon Erik dat hij bijna niet kan geloven dat er zó veel leuks bij elkaar kan gebeuren. Hij is jarig, kreeg zijn liefste wens cadeau (een hondje) en dan heeft hij ook nog een feestje met zijn beste vrienden en een logeerpartij bij oma tegoed.

Jet had een beetje hetzelfde vorige week. Ze was ook jarig. En oma kwam logeren. En er was nog veel meer leuks.

De verjaardag zelf betekende al dagenlang feest. Want hoewel we het heugelijke feit op een zaterdag vierden, druppelden er doordeweeks nog genoeg vrienden, vriendinnen en buren binnen om de stemming erin te houden. En ze bleven meestal ook gezellig eten.

Jet wilde, naast de traditionele, huisgemaakte limoentaart, voor haar zevende verjaardag een garderobe van jurken en rokken. Omdat de karakteristieke prinsessenfase bij haar maar kort geduurd heeft en ze vanaf haar vierde eigenlijk alleen maar broeken wilde dragen, had ze nauwelijks zwierige jurken in haar kast hangen. Het allerliefst wilde ze een bruidsmeisjesjurk. Bij Jet zijn de dingen vaak associatief en in dit geval was er dan ook een aanwijsbare aanleiding: het bruidsmeisjesverhaal dat John al wekenlang voorleest uit Het grote Alfie en Annie Rose verhalenboek van Shirley Hughes.

Ze kreeg de limoentaart. En jurken. Zomerjurken met spaghettibandjes, geklede jurken met ruitjes, hippe grotemeisjesjurken, en een bruidsmeisjesjurk.

Gelukkig met feestjurk

We hebben geen trouwerijen in het verschiet, maar ze heeft de jurk al veel aan gehad, want iedere dag is het waard om gevierd te worden.

En toen was het ook nog Palmpasen.

Palmpasenstok met Jet

Heel stichtelijk uiteraard, maar in de praktijk betekent Palmpasen voornamelijk: snaai. Een tafel vol lekkers om de stok mee te versieren, uit te delen aan de mensen en dan heel stichtelijk zelf aanvallen. Cato wilde ook graag op de foto, met dropveterwangen.

Palmpasenstok met To

Je gelooft het niet, maar in diezelfde tijd mocht Jet ook nog afzwemmen. Het was bijna te veel. Een paar dagen ervoor vroeg ze: ‘Mam, zijn er eigenlijk weleens kinderen gezakt voor hun A? Bijvoorbeeld omdat ze hun rugcrawl niet zo goed deden?’

Soms hou ik nog een beetje extra van haar.

Duiken voor je A

En die rugcrawl ging meesterlijk, toevallig. Een voorbeeld voor de Nederlandse zwemsport, zou ik zo zeggen.

Jet zet af

Zo’n zwemdiploma is natuurlijk opnieuw reden om je galajurk nog eens aan te trekken en de feestroes voort te zetten.

Alsof het allemaal nog niet genoeg was, had ze ook nog een privéles op de manege. En dat ging zo goed, dat ze direct van de wachtlijst mocht en haar een instroomgroep voor net-geen-beginners-meer werd aangeboden. Maar die groep valt juist op het uur dat ze ook ballet heeft, en dat wil ze ook heel graag. We laten het even zo. Er is al zo veel om van na te genieten, soms is het fijner om nog iets te wensen over te houden.