Zestien eeuwen geleden, dat is 1600 jaar, werd er in een stad in Hongarije een jongetje geboren. Zijn vader was soldaat en zijn ouders noemden het jongetje Martinus, de krijgshaftige, naar de oorlogsgod Mars.

Zo begon Jette vorige week zondag haar presentatie. Philip had de tekst gemaakt en Jet had hem hier en daar wat aangepast zodat hij voor haar het beste voor te dragen was. Met vereende krachten hadden ze er plaatjes bij gezocht.

Het publiek bestond uit 150 kerkgangers. Oud en jong, kwiek en slecht ter been, luidruchtig (Victoria) en muisstil. Het verhaal was vooral gericht op de kleuters, maar ook alle andere mensen luisterden ademloos (behalve Victoria).

Omdat het zonde is om zo’n mooie presentatie maar één keer te gebruiken, delen Philip en Jet hem met de wereld. Voor iedereen die ook een spreekbeurt wil houden of altijd al eens wilde weten hoe dat verhaal nou precies gaat.

Klik op het linker plaatje voor de tekst in pdf en op het rechter plaatje voor de bijbehorende plaatjes in powerpoint.

   

Er was eens…

9 november 2012

Er was eens een verdrietig meisje. Het meisje was verdrietig, omdat ze iets heel moois had gezien wat ze niet kon kopen. Het was niet zomaar mooi, het was het allermooiste dat er op de hele wereld bestond. Nog mooier dan de K3-dansmat die heel hard melodietjes afspeelde als je er overheen danste. Nog mooier dan een privé ballenbad. Het was een cruiseschip voor Barbies.

Als je dat cruiseschip zou hebben, zou je voor altijd gelukkig zijn. Dat wist het meisje zeker. Je kon het ook zien aan het plaatje dat erbij stond. Daarop zag je een ontzettend gelukkig meisje dat voor altijd blij was.

De moeder van het verdrietige meisje zei dat het schip best op haar sinterklaaslijstje mocht, maar dat er een gerede kans was dat Sint Nicolaas geen 89 euro zou uitgeven aan het barbiecruiseschip. Over het algemeen was het meisje wel tevreden met een notitie op het sinterklaaslijstje. Dat voelde alsof ze het cadeautje al bijna in bezit had.

Maar deze keer bleef het meisje verdrietig. Ze wilde het cruiseschip zó graag hebben, dat ze eigenlijk meteen naar de winkel wilde gaan om het te halen. Onmiddellijk. Zonder uitstel. Toen de moeder van het meisje vertelde dat dat echt niet ging, werd het meisje nog verdrietiger. ‘Waarom zijn alle mooie dingen altijd zo duur?’ huilde ze. De moeder knikte begrijpend.

Als het meisje eenmaal verdrietig was, kon ze heel lang verdrietig blijven. Dat was al zo toen ze twee jaar was en dat was eigenlijk altijd zo gebleven. De moeder van het meisje wist dat het nu een kwestie was van alle zeilen bijzetten. Toen begripvol knikken en meeleven niet meer hielpen, gooide de moeder het over een ander boeg. De afleidingsboeg.

‘Zal ik voorlezen?’, vroeg de moeder. Dat wilde het meisje niet. ‘Zullen we een spelletje doen?’, vroeg de moeder. Dat al helemaal niet. De moeder begreep dat het contraminestadium was aangebroken. Dat viel samen met de fase van het spitsroeden lopen. Vanaf nu zou alle meelevendheid averechts werken en zou het verdrietige meisje alleen nog tegendraads reageren.

Plotseling kreeg de moeder een idee. Waar het vandaan kwam, wist ze niet, want handvaardigheid was geen aangeboren talent van de moeder. Maar zodra het idee opkwam, voelde de moeder dat dit het ei van Columbus was.

‘Zullen we zelf een cruiseschip maken?’, vroeg de moeder. Het meisje huilde nog steeds erg hard. ‘Hoe bedoel je?’, vroeg ze door haar tranen heen.

‘Dan halen we kartonnen dozen bij de supermarkt en maken een boot zoals jij hem het mooist vindt’, zei de moeder. Het nog altijd verdrietige meisje vroeg of er ook een barbiezwembad bijgemaakt kon worden. En een glijbaan die uitkwam in het zwembad, net als op het plaatje. En een ligstoel.

‘Natuurlijk’, zei de moeder, hoewel ze geen flauw idee had hoe ze dat zou moeten maken. Maar de moeder wist dat kleine meisjes dan wel grote dromen hebben, maar ook verrassend snel tevreden zijn met iets dat op de droom lijkt.

‘We kunnen het precies maken zoals jij het wilt’, zei de moeder. Het meisje was gestopt met huilen. ‘Dan wordt het misschien nog wel mooier’, zei ze.

En dat werd het ook.

Want het zwembad werd veel groter dan op het plaatje. Duizend keer beter voor die lange barbies. Bovendien kreeg het een duikplank. Dat had het schip van 89 euro helemaal niet.

Het meisje vond prachtig glimpapier in de knutsella. Perfect voor de bodem van het zwembad en voor het dek van het schip.

Zo knutselden het meisje en haar moeder verder. De moeder kwam erachter dat aluminiumfolie bijzonder geschikt is als scheepsbekleding en dat de enorme hoeveelheid pijpenragers die ze ooit in een dolle bui gekocht had, ideaal waren om zwaar karton vast te maken. Ze waren ook ideaal om een touwladder van te buigen, een vlaggenstok of een reling. Je kon het eigenlijk zo gek niet bedenken of pijpenragers bleken er geschikt voor.

Het verdrietige meisje was allang niet verdrietig meer. Ze werd steeds vrolijker. Ze kreeg steeds meer ideeën. Er werd een lijn met vlaggetjes bij gemaakt, de kartonnen ligstoel kreeg een stukje vilt als dekje. Er zou nog een tafeltje in de boot komen en een bank. Met een breinaald prikte het meisje patrijspoorten in de scheepswand.

Bij iedere vordering juichte het meisje: ‘O jongens, kom eens kijken hoe schitterend hij wordt! Deze is veel mooier dan op het plaatje.’

En dat was ook zo.

Zo leerde het meisje… Nee, wacht. Zo leerde de moeder dat zij met twee uur knutselen 90 euro kon uitsparen en eindelijk die massa pijpenragers kon wegwerken die al vier jaar stof lagen te vangen. En ze leefden nog lang en gelukkig.

Schooltje

15 oktober 2012

Het was een zoete klas. Geen gedonder, geen papieren vliegtuigjes, geen kauwgom in het haar van de klasgenoten. De meeste klasgenoten hadden ook geen haar, dat scheelde. Het was gewoon gemoedelijk. Echt, ik kon niet anders zeggen. Het oogde misschien anders, maar het was een geïnteresseerde groep. De droom van iedere juf.

Nou hadden ze ook wel een lieve juf. Dat moet ik erbij zeggen.

Geduldig, coulant.

De juf had die week op streetdance een liedje geleerd dat ze telkens zong. Een heel verantwoord liedje. Het begon zo: ‘Waarom is niet ieder kind gelijk? Waarom de ene arm en de ander rijk? Waarom kan niet ieder kind naar school?’

Zoals ik in mijn tijd op school zong: ‘Daar staat een oude lindeboom aan ’t einde van de laan / en met z’n allen willen wij: die moet daar blijven staan’, zo wordt nu op de balletschool stilgestaan bij de economische ongelijkheid in de wereld. Daar dien je als moeder dan weer op in te spelen, zodat de ouderparticipatie optimaal kan functioneren. Ik vroeg de vijfjarige poppenjuf of ze begreep waarom er gezongen werd over kinderen die niet naar school kunnen.
Nou, eigenlijk niet.

We spraken over landen waar je als kind moet werken. Waar je niet naar school mag als je een meisje bent. Kinderen die in Moldavië en Pakistan niet naar school gaan, krijgen géén thuisonderwijs. Die leren niet lezen, schrijven en streetdancen van hun familie en balletjuffen. Soms hebben ze ouders die niet goed voor hen zorgen. Het is fijn dat wij kunnen kiezen hoe we het beste leren, maar voor kinderen in veel andere landen is het verdrietig als zij niet naar school kunnen. Dat snapte mijn kleine juf wel. Maar onder ons gezegd en gezwegen: eigenlijk maakte ze zich meer druk over de juiste danspassen bij het lied. ‘Het begint heel snel, één keer drrr van de drums en dan moeten we meteen stap-klap.’

Haar lessen gingen ongehinderd door. Geen maatschappijleer, maar vooral rekenen. Er werd veel overhoord.

Als een leerling iets niet wist, was dat niet erg. Dan herhaalde ze het gewoon nog eens.

Maar ze liet niet over zich heen lopen natuurlijk. Lanterfanterij werd niet getolereerd, laat dat duidelijk zijn.

Een strenge, maar rechtvaardige juf. Daar hebben kinderen respect voor. Niet op het meedogenloze af, hoor. Bij haar broer vond ik nog weleens knuffeldieren met een touw aan de deurklink vastgebonden, of playmobilpoppetjes gekneveld aan een beddenspijl. Bij deze juf niet. Geen straf; haar lichaamstaal was genoeg. En altijd een vriendelijk woord als de kinderen lekker meededen.

Ik vertelde haar dat ik vroeger op school een stempel kreeg als ik mijn werk goed had gedaan. Bij vijf stempels kregen we een plaatje. ‘Dat is wel leuk,’ zei ze, ‘maar dat doe ik niet. Als ze het goed gedaan hebben, krijgen ze van mij gewoon een kus.’ Op zulke juffen kan de wereld bouwen.

Het kan aan de nieuwe, frisse organisatie gelegen hebben, maar er waren mensen die hun lever hadden willen geven om erbij te zijn.

Eilaas. In de geschiedenis van de Not Back to School Party was het nog niet eerder voorgekomen, maar het was uitverkocht. Wie had dat zeven jaar geleden kunnen denken, toen we met vier gezinnen in een achtertuin stonden te barbecuen, ter viering van het nieuwe schooljaar? Kleine Evan, kleine Eric, kleine Adam, kleine Boaz, kleine Philip, kleine Jet en nog een paar. Dat was het. Een beetje de Silicon Valley van thuisonderwijzend Nederland, met een ondergrondse lijn naar downtown Lelystad.

Das war einmal. Downtown Lelystad was nu naar ons toegekomen om het feest te vieren; samen met downtown Pijnacker, downtown Roeselare, downtown Kuala Lumpur, downtown ’s Hertogenbosch, downtown Aalten en downtown Amsterdam. Als u erbij was, had u kunnen zien dat er meer nationaliteiten, religies en leerstijlen vertegenwoordigd waren dan op een gemiddelde basisschool in Slotervaart.

En deze drie kinderen hadden het allemaal geregeld (met de vijfjarige mascotte op links):

E-mails geschreven, vragen gesteld en beantwoord, overleg gevoerd, excelsheetjes bewerkt en telefoongesprekken gehouden. Soms duurde het vijf kwartier voordat ze een e-mail van vier regels geformuleerd hadden, maar dat hoort erbij.

Cato’s bijdrage bestond uit supervisie. En uit het omkeren van haar spaarpot, anders was er niet voldoende wisselgeld. Het eerste uur van de NBTSP zaten ze paraat om de namenlijsten te controleren en betalingen te innen. Daarna namen en de moeders van de organisatoren het over.

Vanaf dat moment zijn de foto’s zo’n beetje inwisselbaar met voorgaande jaren. Water en zand.

Dertien-, veertien-, vijftienjarigen.

Halfjarigen.

En alles daar tussenin.

Voor het eerst waren er thuisonderwijsveteranen bij. Die bestaan, wist u dat? Mensen die ervoor gekozen hebben, soms noodgedwongen, soms omdat het tijd was, om na jaren hun kind weer schoolonderwijs te laten volgen. Allemaal kinderen die uitstekend instromen op scholen onder leeftijdsgenoten. Deze pionier was zeven jaar geleden bij de eerste Not Back to School Barbecue en was nu zo lief om de gelederen te komen versterken.

Terwijl ik de laatste modder van Cato’s benen krab, de klitten uit Jettes haar kam en Philips sandalen even buiten zet (wees blij dat het geen geureninternet is), knip ik het lint officieel door. Op naar een nieuw schooljaar.

—–

Staande ovatie

23 augustus 2012

Deze had u nog te goed. Ik weet dat u er nooit genoeg van krijgt, nóg meer foto’s van een dansende Jet en Cato.

Het blijft toch altijd weer anders, hè. Een mens fotografeert nooit vanuit dezelfde hoek. Dan weer van links, dan weer van rechts. Verschillende outfits, ander haar. Nee, dat verveelt niet gauw. En omdat ik u jammer genoeg niet allemaal kan uitnodigen voor de avondvullende dvd-versie, doen we het gewoon zo. Ga er maar weer eens lekker voor zitten.

Daar stonden ze, mijn dochters. Een andere zaal dan vorig jaar, maar minstens zo prestigieus. Op de planken waar een halfjaar geleden nog het Oekraïens staatsballet trippelde; voor een duizendkoppig publiek.

Omdat ze verschillende dansen dansten, hoorden ze bij de ‘spoedverkleding’ – alleen de naam al deed Jettes hart sneller bonzen. Het was een teken van grootmeesterschap, vond ze, de spoedverkleding. Dan stonden er namelijk drie mensen klaar om je als een haas in nieuwe kleren te hijsen. Niet in de kleedkamer, nee, gewoon in de coulissen. In het kloppend hart van de show.

De klas van juf Jet gaf een fenomenale interpretatie van ‘Singing in the Rain’. Maandenlang geoefend. Met paraplu’s en alles.

Jet was van tevoren bang geweest dat het misschien niet helemaal gelijk zou gaan. Bleek volkomen onterecht. Als één vloeiend geheel zweefde haar corps de ballet over het toneel.

Toen dus hup, de spoedverkleding in. En alsof er niks gebeurd was liet ze Gene Kelly achter zich en ontketende Christina Aguilera. Stoere passen, moves like Jagger.

De rook was nog niet opgetrokken, of de volgende kleding hing klaar. Deze dans hadden Jet en Cato veel gerepeteerd, thuis. Ik had hem zo vaak gezien dat ik in geval van ziekte onmiddellijk dienst kon doen als stand-in. Het was met een armzwaai en een heupwieg en een trommelende beweging.

U had erbij moeten zijn. Volgend jaar is er weer een kans. Ze hebben een week op wolken gelopen van de adrenaline na het optreden, maar Jet vertrouwde me laatst toe dat ze weer zin heeft om te oefenen voor de volgende show. Met minstens drie dansjes. Vanwege de spoedverkleding.

Ga naar de hammam!

4 augustus 2012

Deze kwam voorbij op FB. Het bizarre, valse beeld van meisjes en vrouwen in de media. We weten het allang, maar zoals met veel dingen: als je het aan het licht brengt, wordt het meteen minder schadelijk.

Mijn tip: ga met je dochters naar de hammam. Ga naar de hammam en laat zien hoe echte vrouwen van alle leeftijden er bloot uitzien. Laat zien dat lichamen veranderen en dat dat normaal is. Dat ze er om te beginnen al allemaal anders uitzien.

In het badhuis zie je het hele spectrum vrouwenlichamen in volle glorie. Van oogverblindende zestienjarigen in bikini tot oogverblindende tachtigjarigen in onderbroeken zonder elastiek. Vrouwen in alle kleurschakeringen, met en zonder littekens, een half alfabet aan cupmaten, honderd moedervlekjes, zwangerschapsstrepen, bolletjesnavels en kuiltjes.

Omdat er alleen vrouwen zijn, is de sfeer anders dan bijvoorbeeld op het strand, waar iedereen zich toch bewust blijft van zijn eigen lijf en er op z’n voordeligst bij probeert te liggen. In de hammam zie je lijven van alle kanten, zonder corrigerende beha’s of bedekkende sarongs.

Een ander, groot voordeel is dat vrouwen die naar een badhuis gaan, zich over het algemeen senang voelen met hun lichaam. Ze zitten in ieder geval zo lekker in hun vel dat ze het durven te vertroetelen. Twintigjarigen die zestigjarigen helpen hun rug te scrubben, moddermaskers opsmeren, samen stinken in het stoombad. Als je maar vaak genoeg zulke rolmodellen hebt gezien, kun je lachen om het perfecte lichaam.

Het is niet gratis, maar desnoods sla je er een museum of pretpark voor over. Dan gooi je er een hammammetje tegenaan onder de noemer cultureel-antropologische opvoeding. Daar kun je met een onbezwaard geweten nog een kopje muntthee en een bakje dikke yoghurt met nootjes en honing op nemen.

Dat je met je tienjarige dochter over straat loopt en piepkleine meisjes hoort fluisteren: ‘Kijk pap, daar loopt mijn juf.’

Dat er een minder verlegen meisje vanuit een achterzitje op een fiets roept: ‘Dag juf Jet!’

Dat je je dochter dan ziet stralen, terwijl ze half gegeneerd, half beretrots terugzwaait.

Dat je daar een schepje bovenop doet door te zeggen: ‘Hállo Jet, je kent veel meer mensen dan ik!’

Dat je op de balletschool komt en een praatje maakt met de hoofdjuf terwijl je dochter zich omkleedt. Dat de hoofdjuf zegt: ‘Moet je opletten, even Jet gelukkig maken’. En dat ze dan een T-shirt aan je dochter geeft met ‘crew’ op de achterkant.

Dat Jet daar inderdaad sprakeloos gelukkig van wordt.

Dat je tijdens de les koffiedrinkt aan de leestafel en in gesprek komt met een andere moeder. Dat die moeder zegt: ‘Jet is toch jouw dochter? Mijn Simone zit bij haar in het klasje. Je hebt wel gezien dat ze soms moeilijk is, hè, mijn Simone. We hebben haar laatst halverwege de les weggedragen, want ze bleef maar gillen en huilen dat ze haar nieuwe balletpakje niet aan wilde.’ (Dat je je dat zeker nog herinnerde.) ‘Simone zit op een medisch kinderdagverblijf, ze is autistisch. Ze maakt ook geen contact met andere kinderen. Ze wil alleen naar de balletles omdat Jette er is. Als ze haar niet ziet omdat jullie later zijn, wil Simone niet naar binnen. Tijdens de les houdt ze ook de hele tijd Jettes hand vast.’ (Dat je dat gezien had bij de kijkles.) ‘Maar wat ik wilde zeggen: sinds Jet meehelpt bij de les, maakt Simone makkelijker contact met haar neefje en nichtje. Het lijkt wel of ze beter snapt hoe ze dat moet doen, nu ze contact heeft met jouw dochter.’ Dat je daar zelf een beetje sprakeloos van bent.

Dat de deur van het klaslokaal opengaat en je een horde vierjarigen naar buiten ziet stuiteren. En daarachter jouw Jet met aan haar hand een kleine Simone.

Dat ze zich omkleedt en je samen de dansschool verlaat. Dat er dan twee moeders roepen:  ‘Nog bedankt, Jet!’

Dat je haar nog maar eens vertelt hoe trots je op haar bent. En hoe blij de moeder van Simone met haar is.