Deze had u nog te goed. Hij is van een paar weken geleden, maar het is de week die ik op foto gezet had voordat mijn computer ontplofte. Die computer is nog niet helemaal gered, maar de foto’s wel. Uit lijfsbehoud heb ik besloten dat het niet uitmaakt voor de reportage; geen week is gelijk. Als ik vorige week had genomen, had u wat meer korte mouwen gezien, twee dansvoorstellingen en Wiplala in plaats van De wind in de wilgen. Ik hoop dat u het me zult vergeven. Hier komt de week van Cato.

Dit is Cato. Cato is zes jaar. Als ze op school had gezeten, zat ze in groep twee. Maar Cato zit niet op school.

Volgens de vastgestelde kerndoelen van het primair onderwijs zou Cato nu horen te weten dat men een boek van voor naar achter leest en een bladzijde van boven naar beneden, niet andersom of willekeurig. Ze zou de begrippen kleinste, middelste, grootste moeten kennen en van 1 tot 10 kunnen tellen.

Ook is groep 2 het moment waarop Cato dient te weten dat er zoiets bestaat als ‘lezen’ en ‘schrijven’ en dat dat twee verschillende dingen zijn. Mocht een zesjarig kind hierin nog geen onderscheid kunnen maken, dan geven de kerndoelen handige tips om een en ander vlot te trekken: ‘Benoem als leerkracht je handelingen: “Ik schrijf eerst even op dat (…) ziek is.” of “Hé op dit briefje lees ik dat we morgenmiddag vrij zijn.”’

Als ik zou willen, zou ik een uitgebreide administratie kunnen bijhouden van alle vorderingen. Er zijn leerlingvolgsystemen met lange, lange lijsten waarop ik kan aanvinken of Cato al weet dat je een bladzijde van boven naar beneden leest. En of haar motoriek wel op schema ligt.

Opdracht uit observatieboekje Leerlingvolgsysteem groep 1-2.
Bron: testen-en-toetsen.blogspot.nl

Sommige mensen kunnen zich nauwelijks voorstellen dat ik het aandurf om Cato zonder leerlingvolgsysteem op te voeden. Maar ach, wat zal ik zeggen? Ik hou ervan om gevaarlijk te leven. Mijn aangeboren leerlingvolgsysteem is erg accuraat. U zult het misschien niet geloven, maar als iemand vraagt of Cato al tot 10 kan tellen, dan hoef ik dat niet in een ordner op te zoeken. Ik weet zelfs uit het blote hoofd of zij een groen vierkant van een rode cirkel kan onderscheiden. Net als vóór 1990 zeg maar, toen het volgsysteem werd ingevoerd.

Cato heeft nog geen vakken die zij dagelijks moet doen. Tot een jaar of zeven, acht vind ik het belangrijk dat de kinderen zo veel mogelijk spelen en voorgelezen worden. Dat hoeft niet per se te gebeuren aan een tafel.

Maar het kan wel.

Die leeftijd van zeven, acht staat niet in marmer gebeiteld. Als blijkt dat Cato volgende week meer leerstructuur nodig heeft, komt die er. Als ze weinig initiatief zou tonen, landerig zou zijn, veel om schermtijd zou vragen, niet zou spelen. Maar zolang haar dagen drukbezet zijn rondom het leef- en leerritme van het gezin, gaat Cato mee zonder rooster. Net als wij allemaal leert ze het meest van het proefondervindelijk leven: de gesprekken aan tafel, in de auto en het dagelijks lezen in de kinderbijbel, boodschappen doen, meehelpen met koken, omgaan met andere mensen, haar plaats ontdekken in de wereld.

Soms heeft ze periodes waarin ze net als Philip en Jet een vakkenpakket wil. Het gaat haar eigenlijk niet om de vakken, maar om het afvinken. Dan maak ik een lijst met dingen als tandenpoetsen, voorlezen, een woordpuzzel, een kaart aan oma schrijven, naar streetdance, een spelletje spelen. Hoe uitgebreider hoe beter. Met een hokje ervoor om af te kruisen. Drie dagen lang is ze dan druk aan het vinken en afwikkelen; activiteiten die ze normaal uit zichzelf doet, maar die op papier ineens officieel zijn. Vervolgens ontdekt ze de keerzijde van het officiële, dat alle dingen die je voorheen met plezier deed, plotseling minder leuk zijn omdat ze moeten in plaats van mogen. En dan speelt ze weer hele dagen met haar poppen of gaat een luisterboek luisteren terwijl ze eigenlijk ingeroosterd stond voor een bordspel. Dat zie ik dan door de vingers.

Want van spelen leer je zo veel. Je leert de wereld om je heen te begrijpen. Je leert jezelf kennen. Je leert verhalen maken, je concentreren, opgaan in een universum waarin jij heer en meester bent – in plaats van leerling.

En als er dan een andere leerling komt kijken, van een afstandje, dan denk je eerst: ‘Nee, hè…’


Maar dan herinner je je hoe jij je voelt in zo’n situatie. Dat het naar is om weggestuurd te worden. Dat het oneerlijk voelt als mensen ervan uitgaan dat jij wel weer alles zult vernachelen, terwijl je alleen maar wilt leren. En dan geef je je zusje het voordeel van de twijfel.

Zo belangrijk is spelen. Daarom stel ik voor dat iedere kabinetsformatie verplicht vergezeld gaat van een sessie speltherapie. Als opfrissertje.

Daarnaast heeft Cato deze week:

  • Scones gebakken (onder leiding van haar broer, die met dit zusje continu onderworpen wordt aan een opfriscursus Inlevingsvermogen Tonen en Creatieve Oplossingen Verzinnen).

  • Geschreven in haar schrijfboekje (2x). Schrijven is een van de weinige dingen waar we schoolboekjes bij gebruiken. Cato kan al wel blokletters, maar ik vind het belangrijk dat ze een vlot en soepel handschrift ontwikkelt en dat gaat beter met een goede methode dan met zelfgeconstrueerde letters. Bovendien is schrijven niet mijn expertise, dus zoals ik een kookboek gebruik bij moeilijke recepten en een wiskundeboek bij algebra, zo gebruik ik ook de kennis van bekwame, behulpzame makers om mijn kinderen goed te leren schrijven.
  • Gefietst naar de kinderboerderij.

fiets kinderboerderij

  • Engels: onder meer Heckedy Peg en King Bidgood van Audrey en Don Wood voorgelezen, meesters van de lichtval in kinderboekenillustraties.
  • Engels (2x): het programma van de online klas van Rosetta Stone.
  • Ze is spion, prinses en Onzichtbare Man geweest met een vriendinnetje dat de hele middag bij ons was.
  • Ik heb voorgelezen uit De wind in de wilgen van Kenneth Grahame terwijl Cato er een tekening bij maakte van Das in zijn burcht.

  • Biologie: boekenleggers en kaarten gemaakt met de bloemen die we vorig jaar geplukt hadden en lang hadden laten drogen.  Zo lang dat we ze eigenlijk een beetje vergeten waren en het dus een verrassing was dat we op een regenachtige lentedag toch iets fleurigs konden doen. Gekleed voor de gelegenheid.

  • Geëxperimenteerd met de doos ‘Kristallen kweken en edelstenen’ die Cato voor haar verjaardag had gekregen. Wederom in gelegenheidskleding.

  • Zelf gelezen in Job en de duif van Eveline De Vlieger en Noëlle Smit en twee prentenboeken van Max Velthuijs.
  • Geschilderd.

  • Het hele luisterboek De schippers van De Kameleon van Hotze de Roos geluisterd terwijl zij in haar TopModel-kleurboek kleurde.

Cato heeft drie vaste clubjes per week. Streetdance, de woensdagmiddagclub (sport, spel en knutsel met kinderen uit de buurt) en zwemles.

Verder hadden we deze week één uithuizige dag, een bijeenkomst van Cato’s thuisonderwijsclub The Home Learners. De organisatoren doen hun best een afwisselend jaarrooster te maken: de ene keer gaan ze naar een museum, dan weer naar zwembad, speeltuin of hortus. Of er worden workshops gegeven door stagiaires.

Nu stond er een museum op het programma, eentje waar ik zelf niet snel opgekomen zou zijn: het Museum voor hedendaagse Aboriginalkunst in Utrecht. Omdat er minstens zes nationaliteiten vertegenwoordigd zijn bij The Home Learners en alle deelnemende gezinnen per seizoen een activiteit moeten organiseren voor de groep, komt de hele wereld vanzelf langs. Deze keer had een Australische moeder een rondleiding en workshop besproken.

Er valt namelijk heel wat te vertellen over de geschiedenis en de kunst van de Aboriginals. Die schilderijen, hè, dat zijn eigenlijk verhalen. Het lijkt een verzameling stipjes, streepjes en vlekjes, maar zoals bij alles: niets is wat het lijkt. Iedere lijn op het doek heeft een betekenis. Er zijn streepjes die mensen uitbeelden, slangen, vogels.

Met al die symbolen en kronkels wordt duizenden jaren Aboriginalgeschiedenis verteld. De mooie dingen en de verdrietige. Aboriginals hebben geen schrift, daarom vertellen ze hun geschiedenis aan elkaar door met woorden en tekeningen.

Na de rondleiding mochten de kinderen hun eigen verhaal vertellen. Met stipjes en vlekjes en streepjes.

Zo eindigde Cato’s week. Ik heb de kerndoelen er nog eens op nageslagen en ik geloof dat we aardig op schema zitten. Alleen het doel ‘laat zien dat hij naar een ander luistert en geeft gepaste feedback, bijvoorbeeld door te knikken of te antwoorden’ is nog in ontwikkeling. Cato’s gepaste feedback bestaat voornamelijk uit luidruchtige repliek in plaats van een volgzame hoofdknik. Ik geloof dat ik daar nog maar wat remedial teaching tegenaan gooi.

—-

Meer ‘Weken uit het leven van…’:

Cato schrijft

23 juni 2013

Ze kwam thuis van kamp. Zonder slapen, want dat durft ze nog niet. Verder is ze gemaakt voor kamp.

Een tas vol vieze kleren, een ongebruikte regenjas, ogen die het hele spellenparcours opnieuw beleefden terwijl zij alle onderdelen stap voor stap navertelde.

En we hadden een stempelkaart, maar bij het derde onderdeel tekenden ze een lachend gezichtje. Een gezíchtje, mam, geen stempel.

Ze moest er weer om schateren.

En bij het vijfde onderdeel kregen we iets te drinken. Maar dat was dus helemaal geen opdracht, dat was iets te drinken!

En bij het zesde onderdeel zouden we eigenlijk met een bal op een lepel lopen, maar daarvoor waaide het te hard, dus toen gingen we zo bij de pionnen, zo achterstevoren en bij de andere pionnen moest je weer een rondje maken, kijk nou mam: zo, en daarna op je snelst achteruit naar de finish.

En toen en toen, toen was er schátgraven, mam. En hij was heel moeilijk te vinden, maar Fee vond hem wel en je raadt nooit wat het was. (‘Oude sokken? Een zak witlof?’) Nee mam, je raadt het echt nooit: koekjes! Koekjes met aan één kant chocolade en een beetje een dierenvorm. Heel lekker.

En er was een soort spel met plaatjes, bijvoorbeeld een tekening van iemand die niest, en dan stond erbij dat het min s was. Dus niest min s. Nou, wat denk je dat dat is? Niet! En zo een hele zin. En ik mocht het antwoord opschrijven in ons groepje.

Hortus

2 juni 2013

Het is misschien niet het eerste waar u aan denkt als de zon doorbreekt, maar wij gingen naar de hortus. De Amsterdamse; voor het eerst. Niet dat we zoveel horti (dat woord heb ik altijd al eens willen gebruiken) op onze naam hebben staan, maar de Leidse en Harense hebben we vaker gezien en vind ik mooier en indrukwekkender. Zo’n goudenregen uit 1601, die bij de poort van de Leidse hortus staat, zo’n levend wezen dat ook al leefde toen Rembrandt en Einstein door de tuin wandelden, daar kan weinig aan tippen.

Maar we gingen dus naar de Amsterdamse. Vriendin E. had een lesprogramma besproken voor onze kleine thuisonderwijzers, een speurtocht die ‘winkelmandje’ heette.

De kinderen kregen tien producten mee waarvan zij de plant, struik of boom in de tuin moesten zoeken. Chocolade bijvoorbeeld. Welke boom zorgt daarvoor? Zijn cacaobonen de zaden, bloemen of vruchten van de boom? Hoe groeit rijst? En koffie? In welk klimaat zou een bananenboom het beste groeien? En een vijgenboom?

We hadden gepland om de grotere kinderen de leiding te geven over een groepje kleine studenten. Maar zoals dat gaat met plannen: die kunnen zomaar veranderen als er betere alternatieven zijn. Er bleken namelijk net zo veel grote als kleine kinderen te zijn. En dan nog een stuk of acht volwassenen.

Nou houdt onze beroepsgroep wel van wat individuele aandacht, maar zeventien begeleiders op tien kinderen is zelfs voor het Centraal Instituut voor Thuisonderwijsnormering aan de hoge kant. Dus pasten wij het draaiboek aan. De jongeren gingen op eigen houtje de tuin in.

Daar hadden ze geen bezwaar tegen. Ze kregen wel een eigen lesbrief mee, om de schijn van educatie en vorming hoog te houden, maar die werd vooral druk bestudeerd als er een volwassene langsliep. Denk minirok en beatlehaar erbij en je zou je zomaar kunnen denken dat hier de dorpsjeugd bij elkaar klit.

Ondertussen gingen wij met de twee jongste groepen en hun mandjes de tuin in. Van de appelboom naar de kruidentuin, van de vlinderkas met rijstpluimen en koffieplanten naar de tropische kas met de rubberboom. Ons clubje had een persoonlijke voorlezer, de zeer getalenteerde en gedreven Miss Maya.

Zij is dat plaatje daar linksachter, met die roze muts. Tussen die andere plaatjes. Serieus hoor, als je te veel naar het nieuws gekeken hebt en ervan overtuigd bent geraakt dat de wereld bestaat uit bloeddorst en lelijkheid, dan moet je met een paar verse mensen met grote ogen en fluweelzachte wangen in een hortus gaan wandelen. Op een zonnige dag. Kun je er minstens tien achtuurjournaals tegenaan.

Cato had die dag een cadeau gekregen dat ze niet meer losliet. Deze thuisonderwijsvriendin kan fabelachtige dingen maken en verraste Catootje met een levensechte Paulus de boskabouter, helemaal van gekleurde wol. Zoals iedereen weet zijn Cato en Paulus gezworen kameraden, en zoiets prachtigs krijg je niet iedere dag.

De Victoria amazonica stond nog niet in bloei, maar de Victoria lagelandica tierde welig. Deze inheemse soort staat bekend om haar ronde constitutie en lucide glans – van heinde en verre komen de mensen haar bewonderen. Daar groeit de Victoria lagelandica van, want terwijl het geboomte van de hortus haar koud laat, gedijt zij opmerkelijk goed op een rijke bodem van intermenselijk contact. Of ornitho-menselijk contact, for that matter.

Hoewel de kinderen zich keurig gedroegen en alle hortusregels (bij elkaar blijven, geen planten aanraken en het grindpad netjes houden) in acht namen, was de Amsterdamse hortus botanicus niet de meest kindvriendelijke plek die we ooit bezochten. Dat is niet erg, zo leer je dat er volwassenen zijn die bij de aanblik van kinderen uitgaan van een rampscenario dat zijn weerga niet kent, maar je kunt je afvragen of schofferen en afblaffen de beste manieren zijn om welgemanierdheid voor te leven.

Het kon de pret niet drukken. Na de speurtocht dronken de dames thee in de Oranjerie, alleen aan een tafeltje, met bestellen en afrekenen en alles, zonder volwassenen. Die zaten een tafeltje verderop. Een waardige afsluiting van een zonnige dag.

Dit is Jette. Jette is tien jaar. Als ze op school had gezeten, zat ze in groep zeven. Maar Jet zit niet op school. Daarom leert ze sommige dingen op het niveau van groep zeven, sommige dingen op brugklasniveau en sommige dingen op grotemensenniveau; je hoofd is namelijk niet beperkt tot een gemiddelde leeftijd. Jettes geschiedeniskennis ligt vermoedelijk een jaartje lager, want ze vindt -onbegrijpelijkerwijs- geschiedenis niet zo leuk. En we weten allemaal: als je ergens niet zoveel aan vindt, dan is het lastig je aandacht erbij te houden. Ook al roept je moeder nog zo vaak dat geschiedenis juist heel leuk is.

Jet leert vooral door de vragen die ze de hele dag stelt. Over koningshuizen, witte bloedlichaampjes, economische crises, moeilijke woorden, communisme of gezonde vetten bijvoorbeeld. Veel andere dingen leert ze door te doen. Omeletjes bakken, met vriendinnen kletsen, kapucijners telen, was opvouwen, baby’s gelukkig maken, aardappels schillen, verhalen schrijven. Al die dingen gebeuren de hele dag door. De meeste daarvan noteren we niet in een schriftje; dat komt er vanzelf uit als het moment zich voordoet. Maar sommige dingen noteren we wel, want ook al vinden wij het niet zo belangrijk om het exacte schoolniveau van Jette te bepalen, we weten dat er mensen zijn die dat wel belangrijk vinden. En als Jet over een poosje staatsexamens wil gaan doen, is het handig om te weten wat je nog moet leren en wat je al in de vingers hebt.

Naast de gesprekken die we de hele dag voeren, doet Jet vier vakken per dag. Iedere dag wiskunde en taal en daarnaast mag ze twee andere dingen kiezen. Ook moet ze dagelijks minimaal een halfuur in een leesboek lezen. Voor alle kinderen geldt: de televisie, iPad en computers gaan pas na 17.00 uur aan ter vermaak. Ter lering mag alles natuurlijk altijd aan.

Dit is wat Jet vorige week gedaan heeft.

  • Wiskunde (dagelijks) uit het Wisschrift, als afwisseling op haar gewone rekenboeken.
  • Syntaxis (dagelijks): woordsoorten, woordgroepen en zinnen ontleden.
  • Engels (1x deze week) en een beetje geschiedenis: ik heb voorgelezen uit The Porcupine Year.
  • Het gedicht ‘De bruid’ van Jan Prins (1x). Ja precies, die van ‘de bruigom is de lentezon / en Holland is de bruid’. We hebben het samen gelezen, gepraat over alle lastige woorden en de mooie beeldspraak, en gekeken naar het rijm. Daarna heeft Jet het overgeschreven in haar schrift.
  • Op eigen initiatief heeft Jette deze week een opdracht over Nepal gekozen (3x aan gewerkt). Ze deed de laatste maanden mee aan de museumjeugduniversiteit en een van de onderwerpen betrof een Nederlandse vrouwenexpeditie naar de Himalaya. Naast het hoorcollege heeft ze zelfstandig informatie opgezocht en de aflevering ‘Bergen’ gekeken van Human Planet (BBC).

  • Ik heb voorgelezen uit De wind in de wilgen van Kenneth Grahame (2x deze week).
  • Oud-Grieks (2x deze week). Dat wilde Jet graag leren (ze houdt wel van een dooie taal en niet van geschiedenis, schiet mij maar lek). Een vriend die eindexamen Grieks gedaan heeft, bood aan om Jet eens per twee weken les te geven. Het begon met losse stukjes tekst, bijbelfragmenten en sinterklaasliedjes, maar sinds kort werken ze met de methode Hellenike. Had ik nog liggen uit een vorig leven. Ik ben nooit verder gekomen dan bladzijde twaalf, daarna heb ik het heel snel achterin de kast gezet.
  • Wonderkinderen van Thea Beckman (dagelijks), deze week uitgelezen. Haar volgende leesboek heeft Jette al gekozen. Het geheim van Rotterdam, ook Beckman.
  • Duits (3x deze week). Als thuisonderwijsgroep hebben we een jaarabonnement op een online klas van Rosetta Stone. Met een beetje enthousiasme kunnen we dit jaar 25 talen vloeiend leren beheersen, maar vooralsnog houdt Jet het op Duits en een zweempje Italiaans. We leggen de nadruk op spreken en luisteren (dat kun je instellen in het programma), hoewel er ook redelijk wat lezen en schrijven aan te pas komt. Philip en Jet mogen zelf weten wanneer ze hun werk doen; ze kunnen dan rekening houden met hun clubs en vrienden. Jet doet vaak vóór het ontbijt al een of twee vakken. Hier Duits in pyjama.

Rosettastoned

Jettes vaste clubjes zijn klassiek ballet en streetdance. Daarnaast helpt ze twee uur per week op de balletschool bij de kleuters (zie ‘Juf Jet’). Omdat ze zo ontzettend gelukkig wordt van ballet, heeft ze vorig jaar auditie gedaan voor de vooropleiding van het conservatorium. Zo’n auditie heeft veel weg van een vleeskeuring; het was nog even kantje-boord, want Jet bleek behept te zijn met een ‘te grote grote teen’. Maar kijk eens.

Echt conservatoriumhaar. Ondanks die grote teen. Dus nu danst ze iedere zaterdag ook op de balletacademie.

Vorige week vielen er twee thuiswerkdagen af, omdat we op pad gingen. Dat gebeurt niet iedere week, nu toevallig wel. Ik had de NOT gepland, de tweejaarlijkse onderwijsbeurs. Doorgaans ga ik zonder kinderen, maar Jet wilde graag mee. Ze had het al een paar keer discreet laten vallen – en naarmate de beursdatum dichterbij kwam steeds minder discreet. Omdat ik het gezellig vind om een dag met Jet door te brengen, had ik als verrassing een toegangskaart voor haar aangevraagd. Net als een thuisonderwijzende vriendin en haar dochter. Konden onze dochters zelf zien of er nog wat voor hen bij zat. Het gehalte thuisonderwijskinderen op de NOT werd flink opgekrikt.

De tweede dag was gereserveerd voor Jettes stage. Dat zit zo: Cato (5) is lid van een internationale thuisonderwijsclub, The Home Learners. De initiatiefnemers van de club bieden oudere thuisonderwijskinderen de kans om stage te lopen. Zo kunnen ze ervaring opdoen in organiseren en leiding nemen. De stagiaires bedenken zelf een activiteit en dienen vervolgens een verzoek in. Als dat nodig is, mogen ze hulp vragen bij de organisatie. Er wordt een deel van het clubbudget beschikbaar gesteld en aan het eind krijgen ze een certificaat.

Jet zag het helemaal zitten, vooral dat certificaat. Ze schreef een officiële brief met ‘geachte’ en ‘met vriendelijke groet’ en wist al precies wat ze wilde gaan doen. U raadt het nooit.

Dansen.

Ze organiseert twee workshops: een klassieke en een streetdance. Met choreografie en uitvoering en alles. In twee middagen leren de home learnertjes het dansje en op de derde bijeenkomst wordt het opgevoerd voor de ouders.

De klassieke is met pliés en relevés en ports de bras. Op ‘Girls just wanna have fun’ van Cyndi Lauper. Dat dan wel.

De streetdanceklas is op ‘Het land van’ van Lange Frans en Baas B. Enorm vet. En meteen een beetje geschiedenis, hè.

Ach, en dan is zo’n week alweer voorbij. De volgende ziet er vast anders uit. Dan bezoeken we misschien een museum of is er een thuisonderwijsbijeenkomst in de dierentuin. Dan zijn er andere dingen in het nieuws en gebeuren er nieuwe dingen in ons dagelijks leven, waar Jet weer duizend vragen over stelt. Er zijn verjaardagen in het verschiet, ons volkstuintje zit er weer aan te komen. De lente, de zomer. Der Lauf der Dinge. Als u af en toe als vlieg op onze muur komt zitten, zult u zien dat thuisonderwijs vanzelf minder excentriek wordt.

Elk een eigen hamer

29 november 2012

U beseft het niet, maar het had een haartje gescheeld of er was helemaal geen gesteggel geweest over die zorgpremie. Geen Griekse toestanden, geen kiezersbedrog. Philip en Jet hadden namelijk bijna de boel overgenomen. Ze zaten al op het Binnenhof – zo dicht waren ze bij de macht.

De hele Tegenpartij was samengesteld. Henkie de Knip van reisburo Tornado op Buitenlandse Zaken, Henk Lannée van Lannée Ciné en Video op OCW.

Ze deden alsof ze geïnteresseerd waren in een rondleiding, maar dat was deel van het masterplan. Terwijl de jongens van WODAN het Binnenhof schoonveegden, luisterden Philip en Jet zogenaamd aandachtig naar een verhaal over de parlementaire democratie.

Het idee zat ingenieus in elkaar. Vanaf 9.30 uur werden de vip-kaarten om hun hals gehangen en zouden zij achtereenvolgens een film kijken, quizvragen beantwoorden, een fotospeurtocht wandelen en de Tweede Kamer bezoeken. Het programma duurde drie uur; tijd genoeg voor een staatsgreep.

Na de plichtplegingen zouden zij de populaire partijpotpourri aanheffen en in polonaise rond de Hofvijver trekken, om vervolgens in één streep door te stoten naar het Binnenhof. Daar zouden ze plaatsnemen op het pluche en er altijd blijven zitten.

Toen sloeg het noodlot toe. Jet kreeg wroeging. Moesten ze het wel doen? Waren die 80 zetels niet te hoog ingezet? De miljoenen van de pensioenen waren al verdampt. En dat ene punt uit het partijprogramma: ‘Weg met de intellectuelen’, dat in de hitte van de partijvergadering door de vrije jongens was aangevoerd, dat schuurde toch een beetje. Zeker nu Jet drie kaartjes had verdiend met haar goede antwoorden tijdens de quiz.

Philip probeerde de boel nog te redden. Linksachter ziet u hem via zijn oortje de jongens van WODAN in bedwang houden. Die waren al op weg naar het bordes om het Wilhelmus te toeteren in hun Amerikaanse wagens.

Het mocht niet baten. De hele coup is een stille dood gestorven. Ik had er al half en half op gerekend dat dit mijn nieuwe uitzicht zou worden.

Koot & Bie – De nagelaten tapes van Jacobse en van Es

Hoe Jacobse en Van Es overleggen over de formatie, de ministersposten van de Tegenpartij verdelen en zichzelf al zien staan op het bordes.

Handige links

  • Als voorbereiding op de rondleiding keken Philip en Jet iedere dag het laatste achtuurjournaal op nos.nl. Ook maakten ze het blokboek Staatsinrichting van uitgeverij Kinheim en praatten we veel over de verkiezingen.
  • Hier zijn alle rondleidingen op en om het Binnenhof te boeken. Iedere zondag is er een kinderrondleiding met bezoek aan de Ridderzaal.
  • Voor jongere kinderen is het luisterboek Fred krijgt een lintje van Joris Lutz de moeite waard.
  • Boek om te vermijden: Verstand van Nederland, leesboek van Zeger van Mersbergen. Dat in de titel de aanwijzing ‘leesboek’ staat, had natuurlijk een alarmbel moeten laten afgaan – een echt boek heeft geen leeshint nodig. Maar omdat er zo weinig over staatsinrichting te vinden is, had ik het boek toch gehaald. De tweede alarmbel, een zuchtende Philip die alles aangreep om het niet te hoeven lezen, pikte ik wel op. Het is een vreselijk verhaal, waarbij geprobeerd is zoveel mogelijk informatie in een slechte tekst te proppen.

Te worden als de kinderen

21 november 2012

Uitbundig.

Contemplatief.

Kritisch.

Levend in iedere minuut.

Schoenmaatjes

14 november 2012

U doet toch ook weer mee?

Ja, ik weet het, goede doelen genoeg.
Ja, begin nou eerst maar eens op je eigen vierkante meter.
Ja, het is hier ook crisis.

Laten we wel wezen, in Moldavië is zo’n crisis toch weer anders. Als ik deze moeder zie, denk ik: daar had ik ook kunnen staan met Victoriaatje.

Eigenlijk is die schoenendozenactie gewoon een zelfzuchtig goed doel natuurlijk. Wat is er nou leuker dan een verrassingspakket voor iemand samenstellen? Het zegt mijn kinderen meer dan wanneer ze hun spaargeld met een muisklik overmaken in het luchtledige. Mij ook.

En het is zó simpel.

Stap 1: je haalt een doos bij een schoenenwinkel.

Stap 2: je kind versiert hem met pakpapier, stickers, origami, borduurwerk, handgeschept papier, glas-in-lood. Al naar gelang de creatieve inborst.

Stap 3: je koopt wat basisdingen. Een tandenborstel, een tube tandpasta, een stuk zeep (doe je langer mee dan met een fles doucheschuim), een schrift, een pen. Of je doet eens gek en je neemt twee pennen.

Stap 4 – facultatief: je haalt wat meer leuke dingen. Er zijn winkels (we hebben een A, we hebben een C, we hebben een T… Action!) waar dat weinig kost. Voor 89 cent een wereldbol met puntenslijper. Voor 60 cent een stel gummetjes in de vorm van een dobbelsteen. Voor 69 cent een schaartje. Voor 40 cent een glimmende beker. Dat werk.

Stap 5: je zoekt mooie dingen in je eigen huis. Het pakje vouwblaadjes dat nooit opengemaakt is, een van die zeven toilettassen, een tennisbal.

En dan mag je zoiets leuks doen! Die prachtige doos tot de nok toe vullen.

Terwijl je door je huis gaat, kom je vast nog veel meer tegen. Een vel stickers, een ongebruikt kleurboek. Je mest de speelgoedbak uit en doet de helft van de kraaltjes in een zipper zakje. Er kunnen best twaalf goede kleurpotloden gemist worden.

Je hebt een paar slechte nachten achter je kiezen en vindt vier kinderen toch eigenlijk tegenvallen.

Nee hoor, grapje. Ze wilde zelf.

Vervolgens lever je hem in. Met de gedownloade streepjescode wordt de doos gescand en krijg je bericht wanneer jouw doos in welk land is uitgedeeld. En dan denk je het gezicht van Irina erbij.