Even levelen

22 februari 2013

Dertien jaar

Hoe dichter we de middelbareschoolleeftijd naderden, hoe meer ik als een opgejaagd konijn internet en boeken doorzocht op zoek naar moed, bevestiging en mogelijkheden.

Sinds een paar jaar is het zo ver. En ik kan zeggen: het gaat erg goed. Ik zit al even niet meer in het commerciële circuit, maar als ik een bedrijfsmemo over ons onderwijs zou opstellen, zou het ongeveer zo klinken:

Nu we Q3 van het tweede jaar ingaan, kan ik op basis van de kpi’tjes zeggen dat het lekker draait. We hebben de afgelopen jaren wat pilots gehouden die niet allemaal even succesvol waren, maar dat is niet erg. Daar kunnen we alleen maar van leren.

Zo bleek een louter bottom-up-benadering voor ons niet te werken. Kijk, je kan de klant wel centraal stellen, maar uiteindelijk gaat het erom wat er onder de streep overblijft. Je moet die benchmark halen. Dus hebben we een verandertraject ingesteld. En wat bleek? Het is een combinatie van luisteren naar het werkveld én aansturen, waarbij een breed draagvlak een eerste vereiste is.

We zijn niet uit op quick wins; het stukje meerwaarde zit hem juist in de flexibele aanpak. Zolang we de focus maar houden – dan kunnen we aan het eind van de dag zeggen: mensen, we hebben het gehaald. Tot die tijd is het een kwestie van vlieguren maken.

Als er iets is wat me uit m’n comfortzone gehaald heeft, dan is het wel thuisonderwijs. Niet alleen het bepalen van de aanvliegroute, maar ook het hele gebeuren eromheen. Literatuur scannen, vragen voorbereiden, originele invalshoeken bekijken. Out of the box-denken zonder dat je te boek wilt staan als Malle Pietje. En blijven levelen natuurlijk. Kijken of de strategie werkt en zo niet: beleid aanpassen.

Natuurlijk houden we weleens een overlegmomentje voor de broodnodige 360-graden feedback, maar niet te lang en te vaak. Sparren is leuk, maar op een gegeven moment moet je die stap maken. Het is een kwestie van doen. Handjes en voetjes geven en gaan  uitrollen. Dan zie je dat iedereen aanhaakt en weet je: we zitten op de goede weg.

Het is ontzettend belangrijk om de authenticiteit van je kinderen te borgen. Laten zijn wie ze zijn en toch eruit halen wat erin zit. Ruimte geven aan hun creativiteit, meesurfen op die eigen flow, maar ook empoweren, zodat ze ervaren dat het voldoening geeft als je een lastige klus doorzet. Dat is ook een stukje compliance naar de leerplichtambtenaar toe; je laat zien dat je ruimschoots het aangegeven onderwijsniveau aanhoudt. Een winwin-situatie.  Verder natuurlijk veel buitenschoolse activiteiten om goed burgerschap te demonstreren. 

Samenvattend denk ik dat we op de goede weg zijn. Een snoeiharde forecast voor de komende jaren blijft tricky, maar geleid door onze rendementen uit verleden geloof ik dat we met commitment en een helikopterview een heel eind komen.

Drie weken

Als je begint met thuisonderwijs, vraag je je af hoe het moet als-ze-straks-vier-zijn. Je hebt acht scholen bezocht, gewikt, gewogen, eindeloos gepraat en besloten dat het thuisonderwijs gaat worden. In de euforie van de beslissing is alles te overzien, maar dan slaat de twijfel toe. Kun je dit eigenlijk wel? Een tweejarige: à la, maar een kleuter? Op de rijpe leeftijd van vier jaar gaat het beginnen. Hoe zit dat met vaderdagwerkjes? Kringgesprekken? De blokkenhoek? Het veterdiploma?

Tweeënhalf jaar

En dan blijkt dat het vanzelf gaat. Het jongetje van twee wordt drie. Terwijl hij je helpt om de spruitjes te schillen, welt de een na de ander vraag bij hem op. Je praat voortdurend met elkaar. Iedere dag ontdekt hij nieuwe dingen. Dat jongetje van van drie stopt niet met leren als hij vier wordt.

Bijna vier

Je haalt opgelucht adem. Het leven gaat verder, de wereld draait door. Je leest honderd boekjes voor, en terwijl je samen de slagroom klopt, zingt hij het abc-liedje.

Dan gloort groep 3 aan de horizon. Groep 3, dat is me wat. Daar begint het echt. Hij kan al een beetje lezen en kent alle dieren bij soort en habitat, maar zal hij ooit goed leren schrijven? Nieuwe vriendjes maken? Punniken? Fietsen? Hij houdt niet van tekenen, hoe moet dat met zijn fijne motoriek?

Zes jaar

Weer blijkt het vanzelf te gaan. Het jongetje van zes wordt zeven. Hij houdt nog steeds niet van tekenen, maar wel van lego; uitstekend voor de fijne motoriek. Hij leert schrijven en hoofdsteden en breuken. School is geen onderwerp van discussie. Niet op zijn sportclubs en niet bij zijn vrienden. Politie-en-boefje is veel belangrijker.

Zo kom je op het grootste kruispunt van de beslissing die je acht jaar geleden genomen had. De middelbare school.

Twaalf jaar

En ook nu blijkt: het loopt in elkaar over. Je twaalfjarige zoon wordt dertien en er zijn geen aardverschuivingen.

Je kent je kind. Je weet wat hij kan. Net zoals je zijn eerste stapjes en woordjes hebt meegemaakt, heb je gezien hoe hij zijn eerste rekensommen maakte, van 2+3 tot algebra en meetkunde. Je zag hoe hij begon te lezen, moeilijke concepten tot zich liet doordringen, nadacht over de dingen. Je weet waar hij goed in is en waar hij nog in moet groeien.

Er blijven genoeg dingen over waarvan ik wakker kan liggen, maar met voortgezet onderwijs heb ik vrede. Het vergt inventiviteit en souplesse, maar het is ont-zet-tend leuk.

Na het weekend: een week uit het leven van… Philip.

Zestien eeuwen geleden, dat is 1600 jaar, werd er in een stad in Hongarije een jongetje geboren. Zijn vader was soldaat en zijn ouders noemden het jongetje Martinus, de krijgshaftige, naar de oorlogsgod Mars.

Zo begon Jette vorige week zondag haar presentatie. Philip had de tekst gemaakt en Jet had hem hier en daar wat aangepast zodat hij voor haar het beste voor te dragen was. Met vereende krachten hadden ze er plaatjes bij gezocht.

Het publiek bestond uit 150 kerkgangers. Oud en jong, kwiek en slecht ter been, luidruchtig (Victoria) en muisstil. Het verhaal was vooral gericht op de kleuters, maar ook alle andere mensen luisterden ademloos (behalve Victoria).

Omdat het zonde is om zo’n mooie presentatie maar één keer te gebruiken, delen Philip en Jet hem met de wereld. Voor iedereen die ook een spreekbeurt wil houden of altijd al eens wilde weten hoe dat verhaal nou precies gaat.

Klik op het linker plaatje voor de tekst in pdf en op het rechter plaatje voor de bijbehorende plaatjes in powerpoint.

   

Ondertussen in het nirwana

20 oktober 2012

Ik zeg: Smells Like Teen Spirit. Dan zegt u…

Natuurlijk, Paul Anka.

Ik kon mijn enthousiasme dan ook nauwelijks verhullen toen Philip vertelde dat hij aan het oefenen was. Een jaar drumles heeft hij nu, en al waar hij mee thuiskwam was Coldplay, Coldplay, Coldplay. Het was een pak van mijn hart dat er eindelijk eens een fatsoenlijk moppie meegetrommeld zou worden.

Ik zag ons al gezellig naar zonnestudio Costa Brava, een tandenbleekje, samen de bühne op. We zouden een gouden duo zijn: hij de nieuwe Paul Anka, ik als Rita Reys scattend in het achtergrondkoor. Moeder en Zoon, de Carla en Frank van Putten van de Nederlandse jazzfestivals.

Fat chance. Ik ben diep ontgoocheld.

Philip drumt ‘Smells Like Teen Spirit’:

The day after

7 september 2012

Het was zo geweldig, mam.’

Fok

28 juni 2012

Kijk eens wie er vier ogen heeft gekregen?

Het zat er al een poosje aan te komen, maar hij wilde steeds niet. Zwaar overdreven, vond hij. Als bewijsvoering ging hij recht onder een straatnaambordje staan om het voor te lezen. Dat alle mensen om hem heen niet per se in een straal van een meter om de televisie hoefden plaats te nemen om de ondertiteling te lezen, beschouwde hij als een voordeel: dan kon hij ten minste lekker dichtbij zitten. Voor mij was de maat vol toen ik hem iets aanwees bij een sigarenwinkel en hij op vijftien meter afstand niet kon lezen dat er ‘Marlboro’ in koeienletters uit de lichtbak tetterde (‘Iets met een M… of een W? En dan een o.’).

Zelfs toen vergde het nog enig retorisch kunst- en vliegwerk om hem de brillenwinkel in te praten. Nergens voor nodig. Hier, die klok kon hij best lezen. Als hij iets dichterbij stond. Ik dreigde dat hij nooit een rijbewijs zou kunnen halen, dat de examinator hem niet eens de parkeerplaats zou laten af rijden, omdat hij zijn leven niet zeker was. Hij antwoordde dat hij wel een auto met chauffeur zou nemen. Al pratende kwam ik erachter dat hij vooral bang was een debiel montuur aangesmeerd te krijgen. Een soort omgekeerde verrekijker, goudomrand.

Uiteindelijk stemde hij toe alleen zijn ogen te laten opmeten. Na een kwartiertje was het wel duidelijk. Hij zou niet onder een tram lopen, zei de opticien, maar wilde hij iets kunnen lezen op een afstandje, dan was een bril wel handig. Philip was nog niet helemaal overtuigd. ‘Wij van WC-eend adviseren: WC-eend’, zag ik hem denken. Totdat hij een proefbrilletje op kreeg. Zijn gezicht lichtte op. Hij kon ineens letters aan de overkant van de straat lezen. Etalages! Nummerborden! Meisjes!

De keuze van het montuur heb ik volledig aan hem overgelaten. Ik kwam nog met een stijlvolle hoornen aan, maar die werd subiet teruggehangen. Ook de rode Dame Ednabril die Cato klaarlegde was geen blijvertje. Het werd een zwarte. Elvis Costello meets Giel Beelen. En helemaal Philip.

‘Nou,’ zei hij even later, ‘ik weet wel wat er voortaan nog meer mee moet in mijn toilettas als ik een weekend wegga.’

(Let ook op wethouder Hekking in de rechter onderhoek.)

In excelsis Deo

26 december 2011

En ziet, een engel des Heeren stond bij hen, en de heerlijkheid des Heeren omscheen hen, en zij vreesden met grote vreze.

En de engel zeide tot hen: Vreest niet, want, ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal;
Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids.
En dit zal u het teken zijn: gij zult het Kindeken vinden in doeken gewonden, en liggende in de kribbe.

Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judéa, in de dagen van den koning Heródes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen.
Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben gezien Zijn ster in het Oosten, en zijn gekomen om Hem te aanbidden.

En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeken met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden.

Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.