Klassiek met kinderen

26 oktober 2011

Woensdagavond is de nieuwe zaterdagavond. In pyjamaatjes op de bank, gewassen haren, chips en cola, want De Tiende van Tijl komt op televisie.

Tijl Beckand is een contemporaine Leonard Bernstein – die in de jaren zestig iedereen liet luisteren naar The New York Philharmonic met zijn Young People’s Concerts. Tijl is de symbiose van Willem O. Duys en Cruys Voorbergh die met hun begeistering en zoetgevooisde docentenstemmen de verhalen vertelden achter, naast en door klassieke muziek heen.

We hadden Frank Groothof met zijn opera’s in theater en muziekboeken, we hadden de klassiekemuziekreeks van Gottmer en we hadden deze cd-verzameling al jaren in huis.

Maar iemand die op televisie mooie verhalen vertelt bij mooie muziek, die hadden we nog niet. Dus kijken vanavond: 20.30 uur op Nederland 3.

Als je in de overzeese rijksdelen woont, dan kun je De Tiende van Tijl ook online bekijken. Alvast de eerste aflevering.

—-

Ik heb goed nieuws en slecht nieuws. Zal ik beginnen met het slechte?

Oog stopt ermee. Dat prachtige tijdschrift van het Rijksmuseum, het enige waarop ik geabonneerd was, moet sluiten. Wim Pijbes, hoofddirecteur van het Rijksmuseum (en schrijver van o.a. Het kleine schilderboek, uit die goeie reeks Waanders’ kinderkunstboeken) schrijft het zelf in het laatste nummer van Oog: het museum moet 1 miljoen bezuinigen en vindt het daarom begrijpelijkerwijs niet meer verantwoord het tijdschrift voort te zetten.

Het allerlaatste nummer heeft als thema ‘Beest!’ en het is weer een mooitje, hoor. Stukken over dierensoldaten, het verrotte leven van stier Herman, een interview met Remco Campert en Arjan Ederveen als gastconservator die de mooiste Rijksmuseumhonden uit de collectie selecteerde. De laatste Oog is nog even te koop in de winkel. Op is op.

Het goede nieuws: drie nieuwe boeken voor kunst met (en zonder) kinderen.

Marc Verhaegen en Jan Kragt maakten een stripboek over het leven van (daar is ie weer) Vincent van Gogh. Volgende week wordt het gepresenteerd, hier alvast een heuse trailer.

Er hoort zelfs een lespakket bij, dat vanaf 3 maart hier beschikbaar is. Daar staan overigens nog meer lespakketten over de stripboeken die Verhaegen en Kragt eerder maakten over onder meer Michiel de Ruyter en het ontstaan van New York. Op het blog van Marc Verhaegen staan hier meer voorpublicaties over Vincent van Gogh, de worsteling van een kunstenaar.

Ook Arend van Dam en Alex de Wolf hebben een nieuw deel aan hun boekenreeks toegevoegd. Van Dam kondigde het in 2009 al aan,

maar komende april gaat het er echt van komen.

Vijftig verhalen over Nederlandse kunstenaars, in de traditie van Lang geleden…, In een land hier ver vandaan…, en Overal en ergens…. Ik zou het leuk vinden als zij hun volgende boek aan internationale kunstenaars zouden wijden: Mozart, Schubert, Botero, Hokusai, Damian Hirst, Annie Leibovitz. En als ik toch met een sinterklaaslijstje bezig ben, laat het vijfde deel dan maar aan internationale literatuur gewijd zijn: Samuel Taylor Coleridge, Milton, Poesjkin, Grimm, Goethe. Nou, en deel zes mag dan bestaan uit wetenschappers: Newton, Pasteur, Curie… Kom maar binnen met uw knecht.

Deze laatste is al even uit, maar was helemaal aan me voorbijgegaan, Julia’s verdwijning, het vervolg op Julia’s reis van Finn Zetterholm.

Ik heb hem net in huis, nog niet gelezen dus. Aan de ene kant houd ik wel van vervolgen, aan de andere kant loop je natuurlijk altijd het risico dat het uitmelkerij wordt van een leuk thema. We gaan het zien; ik ben vooral benieuwd naar Julia’s ontmoeting met Frida Kahlo. Bij bol kun je alvast tien pagina’s lezen.

In 1883 besloot Vincent van Gogh (1853-1890) in Nuenen te gaan wonen. Hij had daarvoor een paar maanden in Drenthe gewoond om er het boerenland en de heide te schilderen, maar toen de winter inzette en de eenzaamheid wel erg begon te drukken, vertrok hij naar het Brabantse Nuenen, waar zijn vader sinds 1882 dominee was.

Eerst logeerde hij bij zijn ouders, maar al spoedig vond Van Gogh een eigen atelier in het dorp. Zijn aanwezigheid bleef niet bepaald onopgemerkt: hij werd er ‘het gekke menneke van Nuenen’ genoemd. In deze periode ontstonden zijn schilderijen en studies rondom De aardappeleters.

Van Gogh koos bij voorkeur de ‘lelijkste exemplaren’ onder de boeren tot model, die hij vervolgens vaak niet met geld betaalde, maar met pakken koffie. Hij hield er zelf ook een eenvoudige levensstijl op na en voelde zich thuis tussen de mijnwerkers, wevers en boeren.

Gedurende zijn jaren in Nuenen kreeg Van Gogh tweemaal bezoek van schildercollega Anthon van Rappard. Zij hadden elkaar in 1880 in Brussel leren kennen en waren tot op zekere hoogte verwante zielen.

Tijdens een van die bezoeken bezochten de twee  kunstenaars op een dag de apotheek om ‘copahu’ te kopen, een oliehoudende boomhars (copaïvabalsem). Ze hadden het nodig om een bepaald glanseffect op hun schilderijen te krijgen, maar dat vertelden ze er niet bij. Het spul werd officieel verkocht als middel tegen syfilis (de ‘venusziekte’) en andere geslachtsziekten. De schilders vroegen de apotheker wel of copahu ook met terpentine kon worden verdund. Waarop de man geschokt schreeuwde: ‘Moet ge uw donder dan nog meer kapotmaken!’

Uit: Antoon Erftemeijer, De aap van Rembrandt, kunstenaarsanekdotes van de klassieke oudheid tot heden. Gedeeltelijk geparafraseerd. Slechts een klein deel van de overleveringen over Vincent van Gogh die in het boek opgenomen zijn. Het lemma Van Gogh bevat bijna acht pagina’s.

De schilder Frans Hals (ca. 1583-1666) was een notoire drinker. Althans, zo staat het in de biografie die in de achttiende eeuw over hem verscheen: ‘Frans was gemeenlyk allen avond tot de keel toe vol met drank’.

Als het weer eens zover was, hielpen zijn leerlingen hem naar huis, trokken zijn schoenen uit en zorgden dat hij veilig in zijn bed terechtkwam. De schilder placht iedere avond nog een gebed te zeggen, dat hij steevast besloot met de woorden: ‘Lieve Heer, haal my vroeg in uwen hoogen hemel.’

Hals’ leerlingen vroegen zich af of hij deze bede werkelijk meende en besloten de proef op de som te nemen. Zij boorden vier gaten in het plafond boven de bedstee van de schilder. Door die gaten lieten zij vier sterke touwen zakken, die zij aan de hoeken van het bed vastknoopten.

Toen de beschonken Hals de volgende avond weer in bed was gelegd en het licht de slaapkamer was uitgedragen, slopen de leerlingen op kousenvoeten de trap op naar boven. Ze luisterden stil naar het avondgebed, dat Hals gewoonte-getrouw eindigde: ‘Lieve Heer, haal my vroeg in uwen hoogen hemel.’ Op dat moment trokken zij hem met bed en al naar boven. Ondanks zijn roes merkte de schilder wat er gebeurde en riep luid op deze gebedsverhoring: ‘Zoo haastig niet, lieve Heer, zoo haastig niet, zoo haastig niet’ – waarop de leerlingen hem weer zachtjes lieten zakken. Toen hij vast in slaap gevallen was, haalden zij de touwen weer van het bed weg.

Pas jaren later ontdekte Frans Hals wat er gebeurd was, ‘maar Frans gebruikte na dien tyd die wyze van bidden niet meer.’

Uit:  Antoon Erftemeijer, De aap van Rembrandt, kunstenaarsanekdotes van de klassieke oudheid tot heden. Gedeeltelijk ingekort en geparafraseerd.

Triptiek (3)

8 februari 2011

Ja, een triptiek bestaat uit drie delen, ja. Maar hoelang denk je dat een Memling, een Van Eyck met hun drieluiken bezig waren? Goedbeschouwd ben ik dus aan de vlotte kant. Hier is het derde paneeltje al.

Een fantastisch boek: De aap van Rembrandt.

Antoon Erftemeijer verzamelde een enorme hoeveelheid anekdotes over westerse kunstenaars, vanaf de Oude Grieken tot nu. Hij heeft het wetenschappelijk aangepakt, met een bulk aan bronnen en een uitvoerig nawoord waarin hij de aard en betrouwbaarheid van de anekdotes van alle kanten belicht. Dat is aan de ene kant prettig, want ik hou van grondig, maar aan de andere kant doet het een beetje af aan de luchtigheid van de verhaaltjes. Maar als je de moeite neemt gewoon te beginnen, dan grasduin je vanzelf die 524 pagina’s wel door.

Er zitten lugubere, krankzinnige en prachtige verhalen bij. De komende dagen zal ik er een paar hier op het blog zetten, dan kan iedereen daarna een tweedehands exemplaar van het boek gaan kopen en gaat het zo goed lopen, dat er weer een herdruk zal komen. Ik noem er alvast eentje. Het is een bekende, de moeder aller kunstenaarsanekdotes bijna, maar hij blijft aardig.

Zeuxis en Parrhasios

De schilder Zeuxis (5e eeuw v. Chr.) was al tijdens zijn leven beroemd. Op een keer ging hij een schilderwedstrijd aan met zijn collega Parrhasios, die zichzelf de ‘prins van de schilderkunst’ noemde. Toen de beide kunstenaars klaar waren met schilderen, onthulde Zeuxis zijn schilderij van een paar druiven. De druiven waren zo natuurgetrouw geschilderd, dat de vogels erop afvlogen.

Opgewonden door het oordeel van de vogels, riep Zeuxis dat Parrhasios nu het gordijn dat voor zijn schilderij hing, maar eens moest weghalen. Daarop bleek dat het gordijn door Parrhasios zelf geschilderd was. Zeuxis moest erkennen dat zijn rivaal gewonnen had: Zeuxis had vogels weten te misleiden, maar Parrhasios had een schilder kunnen bedriegen.

Later schilderde Zeuxis ook eens een jongen die druiven droeg. Toen de vogels daar weer op afvlogen, ergerde hij zich en zei: ‘Ik heb de druiven beter geschilderd dan de jongen, want als de laatste werkelijk geslaagd geweest was, dan hadden de vogels bang moeten zijn.’

Van collega H. kreeg ik nog een mooie link die goed van pas kan komen: Google Art Project.

Een soort street view, maar dan in het museum. Tot nu toe werken zeventien musea mee, waaronder het Rijksmuseum en het Van Gogh, om je hun meesterwerken van heel dichtbij te tonen. Je kunt zo ver inzoomen dat je bij Het Joodse bruidje het kloddertje witte verf ziet zitten waardoor haar ring zo prachtig glinstert.

En naar aanleiding van de tv-serie over Rembrandt heeft Philip laatst de symbioses weer eens bekeken van Star Wars en klassieke meesterwerken: Star wArts (geef toe, hij is leuk gevonden). Philip was blij verrast dat hij van minstens de helft de schilder of het werk zelf kon determineren. Een aantal schilderijen dat hij niet herkende, zocht hij op internet op. Lijkt me een mooie opdracht bij het onderdeel ‘studievaardigheden’ voor de citotoets.

Triptiek (2)

1 februari 2011

Het kan heel leuk zijn om iets zingend uit je hoofd te leren. Mijn lerares Frans leerde ons de spelling van het woord ‘augustus’ door te zingen: ‘A, o, u-met-een-dakje, t!’ Als je goede liedjes hebt kan dat een prachtige manier zijn om iets te onthouden.

Sinds kort zijn er canonliedjes. Kinderliedjes over de canon van Nederland: de hunebedden, Hugo de Groot, Aletta Jacobs. Het liedje over Vincent van Gogh is het eerste dat in zijn geheel online staat. Ik krijg het niet als filmpje op mijn blog, maar je kunt hier de clip bekijken en beluisteren.

Ik kende deze trend eigenlijk alleen uit de Verenigde Staten. Daar is voor íeder willekeurig onderwerp een cd met leerzame liedjes te vinden. Het onderwijscircuit gonst ervan, ouders en leermiddelenmakers buitelen over elkaar heen, gedreven door paniek om het kind toch vooral een voorsprong te geven. Dan krijg je liedjes die noch mooi, noch aanstekelijk en dus allesbehalve leerzaam zijn.

Neem de winterslaap. Je moet er niet aan denken, maar een kleuter zou zomaar kunnen opgroeien zónder te weten wat een winterslaap is. Gelukkig is er een liedje over. 

En wat te denken van vormen? Stel dat je tijdens het concert des levens aan je kind vergeet te vertellen wat een vierkant is, dan kun je die lacune mooi opvangen door een hitsingle als deze op zijn iPodje te zetten.

Nog eentje. Een hele erge: de secundaire kleuren. Het is hartverscheurend en je staat er niet iedere dag bij stil, maar er bestaan uithoeken waar kinderen rondlopen die nog nooit van secundaire kleuren gehoord hebben. Voor deze schapen is er een hele cd met liedjes ter bevordering van Art Appreciation. Kunnen ze in de auto heerlijk meezingen met de ‘Secondary Samba‘. En het kind hoeft er geen verfkwast voor aan te raken, dus ook geen rommel in huis!

Nu is natuurlijk de vraag of de nieuwe Nederlandse canonliedjes net zo afschuwelijk en geforceerd educatief zijn als sommige Amerikaanse Songs for Teaching. Nou, nee. Ik heb wat demo’s beluisterd en ik vond er echt wel wat leuks tussen zitten. De kinderen waren verdeeld: Jet vond sommige erg saai, andere wilde ze juist nog eens horen. Philip vond die van Van Gogh wel gezellig en Cato waaide met alle winden mee om er vanaf te zijn; ze wilde liever Queen luisteren. Hier staat deel 1 van de liedjescanon en hier deel 2.

Verder kocht ik tijdens de kinderboekenweek Kunst om de wereld te begrijpen van Véronique Antoine-Andersen.

Het is niet zo’n hele recente (uit 2004), maar ik vind de insteek apart. In haar inleiding schrijft Antoine-Andersen:

In musea beginnen oude werken een tweede leven. Daar worden ze bekeken, bewonderd, bestudeerd en besproken. We beleven er plezier aan, vinden ze prachtig, afschuwelijk of raar, zonder ook maar iets over hun vorige bestaan te weten. Sommige zijn helemaal niet mooi, eenvoudigweg omdat niet met dat doel zijn gemaakt. Daarom kunnen ze nog wel indrukwekkend zijn. Waartoe dienden deze afbeeldingen, schilderijen en beeldhouwwerken voordat ze in musea werden tentoongesteld? Waarom werden ze gemaakt? Over dit soort vragen gaat dit boek.

De tekst is niet bijzonder mooi of gemakkelijk geschreven, maar de uitgave vind ik de moeite waard. Je kunt de eerste zes hoofdstukken hier bekijken.

Ten slotte een van de beste inleidingen in de kunstgeschiedenis: Eeuwige schoonheid van Ernst Gombrich.

Niet speciaal voor kinderen geschreven, maar de stijl van Gombrich is zo helder en toegankelijk, dat het ook heel geschikt is voor wat oudere kinderen. Gombrich is al bekend van Een kleine geschiedenis van de wereld, ook een prachtig overzicht van de wereldgeschiedenis voor groot en klein, maar ik heb Eeuwige schoonheid nog niet zo vaak horen roemen. Terwijl het zo’n fijn toegangspoortje naar de kunst is.

Gombrich geeft een veelomvattend, chronologisch overzicht met foto’s (in de meest recente uitgave). Hij schrijft in vaderlijke verteltrant waar je op kunt letten, wat de moeite waard is of waarom je een kunstwerk niet meteen moet afschrijven. Hij is wars van deftige taal en geëtaleerde deskundigheid, je ziet dat hij vooral zijn liefde voor kunst wil overbrengen. Het leest als een verhaal.

Je kunt de eerste twaalf pagina’s hier bekijken.

Triptiek (1)

31 januari 2011

Omdat het waarschijnlijk niemand ontgaan is dat vorige week de vierdelige serie Rembrandt en ik begonnen is, grijp ik de gelegenheid aan om nog wat kunstverzamelingen door te geven. Ik bleek meer op voorraad te hebben dan verwacht (als ik tot een indianenstam had behoord, had ik vermoedelijk Onuitputtelijke Bron geheten), daarom maak ik er een drieluik van.  

Zo is How Art Made the World een grote aanrader. Weer van de BBC, weer mooi. Deze miniserie geeft een overzicht van de kunstgeschiedenis op alle continenten en trekt daarbij een parallel met onze tijd. Wat was de functie van kunst destijds? Welke overeenkomsten zijn er met het heden?  

In BBC-aanse traditie is de serie doorspekt met anekdotes en prachtige filmbeelden, waaronder de vondst van de Bronzen van Riace

 

Deze beelden werden in 1972 bij toeval gevonden door meneer Mariottini, op vakantie in de provincie Calabrië. Terwijl Stefano Mariottini, die een enthousiast sportduiker was, ronddook in de Ionische Zee, zag hij acht meter onder het wateroppervlak op de zeebodem een handje uit het zand steken.

Bij het ophijsen kwam er een bronzen beeld tevoorschijn, twee meter lang en gemaakt rond 445 voor Christus in Griekenland.

Tijdens het graven werd nog een tweede bronzen krijger gevonden. Waarschijnlijk werden de beelden ooit van Griekenland naar Rome vervoerd en leed de boot schipbreuk, waarna de krijgers tweeduizend jaar op de Ionische zeebodem lagen. Buiten dat ze mooi gemaakt zijn, markeren ze een bijzondere periode in de Griekse beeldhouwkunst, waar je in de serie meer over kunt horen.

How Art Made the World is een aaneenschakeling mooie verhalen die verteld worden, getoond en uitgelegd. De website van PBS hierover is mooier dan die van de BBC zelf, met aanvullende informatie en voor fanatiekelingen zelfs een gedeelte met lesideeën. Maar gewoon kijken is natuurlijk het fijnst. Een box met vijf dvd’s, te leen in de bibliotheek of te koop voor 14,95.

Morgen het tweede deel van dit drieluik. En in de tussentijd niet vergeten:

Rembrandt en ik
nog drie maandagen om 22.05 uur op Nederland 1

Ondanks de anderhalf miljoen kijkers was er wel wat kritiek op de eerste aflevering (stijve dialogen, taalgebruik te hip, zeventiende-eeuwse straten te schoon), maar dat vind ik allemaal geneuzel: het zag er hartstikke mooi uit en keek heerlijk weg.

Als je het eerste deel gemist hebt, kun je het hier of op uitzendinggemist nog bekijken.