Zestien eeuwen geleden, dat is 1600 jaar, werd er in een stad in Hongarije een jongetje geboren. Zijn vader was soldaat en zijn ouders noemden het jongetje Martinus, de krijgshaftige, naar de oorlogsgod Mars.

Zo begon Jette vorige week zondag haar presentatie. Philip had de tekst gemaakt en Jet had hem hier en daar wat aangepast zodat hij voor haar het beste voor te dragen was. Met vereende krachten hadden ze er plaatjes bij gezocht.

Het publiek bestond uit 150 kerkgangers. Oud en jong, kwiek en slecht ter been, luidruchtig (Victoria) en muisstil. Het verhaal was vooral gericht op de kleuters, maar ook alle andere mensen luisterden ademloos (behalve Victoria).

Omdat het zonde is om zo’n mooie presentatie maar één keer te gebruiken, delen Philip en Jet hem met de wereld. Voor iedereen die ook een spreekbeurt wil houden of altijd al eens wilde weten hoe dat verhaal nou precies gaat.

Klik op het linker plaatje voor de tekst in pdf en op het rechter plaatje voor de bijbehorende plaatjes in powerpoint.

   

Staande ovatie

23 augustus 2012

Deze had u nog te goed. Ik weet dat u er nooit genoeg van krijgt, nóg meer foto’s van een dansende Jet en Cato.

Het blijft toch altijd weer anders, hè. Een mens fotografeert nooit vanuit dezelfde hoek. Dan weer van links, dan weer van rechts. Verschillende outfits, ander haar. Nee, dat verveelt niet gauw. En omdat ik u jammer genoeg niet allemaal kan uitnodigen voor de avondvullende dvd-versie, doen we het gewoon zo. Ga er maar weer eens lekker voor zitten.

Daar stonden ze, mijn dochters. Een andere zaal dan vorig jaar, maar minstens zo prestigieus. Op de planken waar een halfjaar geleden nog het Oekraïens staatsballet trippelde; voor een duizendkoppig publiek.

Omdat ze verschillende dansen dansten, hoorden ze bij de ‘spoedverkleding’ – alleen de naam al deed Jettes hart sneller bonzen. Het was een teken van grootmeesterschap, vond ze, de spoedverkleding. Dan stonden er namelijk drie mensen klaar om je als een haas in nieuwe kleren te hijsen. Niet in de kleedkamer, nee, gewoon in de coulissen. In het kloppend hart van de show.

De klas van juf Jet gaf een fenomenale interpretatie van ‘Singing in the Rain’. Maandenlang geoefend. Met paraplu’s en alles.

Jet was van tevoren bang geweest dat het misschien niet helemaal gelijk zou gaan. Bleek volkomen onterecht. Als één vloeiend geheel zweefde haar corps de ballet over het toneel.

Toen dus hup, de spoedverkleding in. En alsof er niks gebeurd was liet ze Gene Kelly achter zich en ontketende Christina Aguilera. Stoere passen, moves like Jagger.

De rook was nog niet opgetrokken, of de volgende kleding hing klaar. Deze dans hadden Jet en Cato veel gerepeteerd, thuis. Ik had hem zo vaak gezien dat ik in geval van ziekte onmiddellijk dienst kon doen als stand-in. Het was met een armzwaai en een heupwieg en een trommelende beweging.

U had erbij moeten zijn. Volgend jaar is er weer een kans. Ze hebben een week op wolken gelopen van de adrenaline na het optreden, maar Jet vertrouwde me laatst toe dat ze weer zin heeft om te oefenen voor de volgende show. Met minstens drie dansjes. Vanwege de spoedverkleding.

Dat je met je tienjarige dochter over straat loopt en piepkleine meisjes hoort fluisteren: ‘Kijk pap, daar loopt mijn juf.’

Dat er een minder verlegen meisje vanuit een achterzitje op een fiets roept: ‘Dag juf Jet!’

Dat je je dochter dan ziet stralen, terwijl ze half gegeneerd, half beretrots terugzwaait.

Dat je daar een schepje bovenop doet door te zeggen: ‘Hállo Jet, je kent veel meer mensen dan ik!’

Dat je op de balletschool komt en een praatje maakt met de hoofdjuf terwijl je dochter zich omkleedt. Dat de hoofdjuf zegt: ‘Moet je opletten, even Jet gelukkig maken’. En dat ze dan een T-shirt aan je dochter geeft met ‘crew’ op de achterkant.

Dat Jet daar inderdaad sprakeloos gelukkig van wordt.

Dat je tijdens de les koffiedrinkt aan de leestafel en in gesprek komt met een andere moeder. Dat die moeder zegt: ‘Jet is toch jouw dochter? Mijn Simone zit bij haar in het klasje. Je hebt wel gezien dat ze soms moeilijk is, hè, mijn Simone. We hebben haar laatst halverwege de les weggedragen, want ze bleef maar gillen en huilen dat ze haar nieuwe balletpakje niet aan wilde.’ (Dat je je dat zeker nog herinnerde.) ‘Simone zit op een medisch kinderdagverblijf, ze is autistisch. Ze maakt ook geen contact met andere kinderen. Ze wil alleen naar de balletles omdat Jette er is. Als ze haar niet ziet omdat jullie later zijn, wil Simone niet naar binnen. Tijdens de les houdt ze ook de hele tijd Jettes hand vast.’ (Dat je dat gezien had bij de kijkles.) ‘Maar wat ik wilde zeggen: sinds Jet meehelpt bij de les, maakt Simone makkelijker contact met haar neefje en nichtje. Het lijkt wel of ze beter snapt hoe ze dat moet doen, nu ze contact heeft met jouw dochter.’ Dat je daar zelf een beetje sprakeloos van bent.

Dat de deur van het klaslokaal opengaat en je een horde vierjarigen naar buiten ziet stuiteren. En daarachter jouw Jet met aan haar hand een kleine Simone.

Dat ze zich omkleedt en je samen de dansschool verlaat. Dat er dan twee moeders roepen:  ‘Nog bedankt, Jet!’

Dat je haar nog maar eens vertelt hoe trots je op haar bent. En hoe blij de moeder van Simone met haar is.

Jette met de parel

7 april 2012

Ze werd geen eerste. En ook geen tweede of derde. Maar ze wilde zo graag meedoen.

Er was lipgloss en mascara. ‘Zo veel makeup heb ik nog nooit gehad’, fluisterde ze. Ze kwam direct uit de balletschool, met haar joggingbroek nog aan. Het ging toch alleen om de bovenkant, stond duidelijk in de spelregels.

De spelregels bleken op de dag zelf gewijzigd, want er stond ineens een catwalk. En het werd veel officiëler dan we begrepen hadden.

Maar ondanks dat het bijna té spannend was, ging ze toch de catwalk op. In haar joggingbroek. Met op haar hoofd de verknipte verkleedjurk die net de goede kleur geel had.

Ze wist dat iedere deelnemer een foto van zichzelf mocht houden. Maar dat ze ook een setje pareloorbellen cadeau kreeg, dat had ze niet verwacht. Ze heeft een geweldige middag gehad.

Zo vond ik haar.

Happend van een boterham met chocopasta en een met jam, beker karnemelk binnen handbereik, brief schrijvend aan haar vriendin en gelijktijdig een potje aardrijkskundespel spelend met haar broer. Met de baby op schoot, want die vond het niet leuk in de wipstoel en ik was bezig met de was. Geen twijfel mogelijk. Het is een vrouw.

Juf Jet

3 februari 2012

Ze wilde al zo lang een bijbaantje. Niet voor geld, maar voor het nut. Na ons debacle in de vrijwilligerssector had ik mijn idealen wat bijgesteld, maar Jet niet. Het is het handvest van het kind-zijn: je stelt je idealen niet bij, je bestendigt ze. 

Telkens als we langs het bejaardenhuis wandelden, vroeg Jet: ‘Wanneer mogen we hier weer eens werken?’ Dan antwoordde ik dat dat er voorlopig niet inzat, want organisaties maken de dingen soms lastiger dan ze zijn. Bovendien, zei ik, doen we op onze manier ook een soort vrijwilligerswerk. We zijn ruim bedeeld met oudere buren en helpen waar nodig. We rijden hen naar het ziekenhuis voor controles, maken eten als ze dat zelf even niet kunnen, doen een boodschap als ze slecht ter been zijn of de straten te glad. Met die kleine dingen kun je ook een hulp zijn. Het hoeft niet per se officieel. 

Daar was Jet het niet mee eens. Hoe officiëler en georganiseerder, hoe beter. En Jet zou Jet niet zijn als ze geen oplossing kon verzinnen. ‘Ik kan op de balletschool gaan werken, als hulpjuf.’ Ze besloot het erop te wagen.

Haar juf was niet meteen enthousiast. Ze zou erover nadenken. Iedere week kwam Jet thuis en zei: ‘De juf heeft nog niks gezegd, zal ik het nog eens vragen?’ Dat kon best, vond ik, zolang ze nog geen definitief nee had gehoord, kon Jet het proberen. Na drie weken kwam ze dansend uit de zaal: ‘Het mag! Vanaf volgende week mag ik meehelpen bij de groep van Cato.’

Juf heeft geen spijt gekregen. Jet is ervoor geboren, zegt ze. Dat vond ik ook al, maar ik heb niet zo’n kennersblik. Ik vind dat Jet voor bijna alles geboren is en statistisch gesproken is dat natuurlijk vrij onwaarschijnlijk. Nu zegt de juf het. En toen ik haar vroeg of ze wat foto’s in de les wilde maken, vond ze dat geen probleem. Dan kon ik zelf zien hoe Jet het doet.

Dat ze een groepje kan begeleiden.

Dat ze dingen goed kan voordoen. Dansjes.

En posities.

En als kleine ballerina’s het dan nog moeilijk vinden, helpt Jet ze met de juiste houding.

Ze moet alleen nog leren om consequent te zijn, zei de juf. Soms is ze wat te toegeeflijk naar de kleuters toe. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Ik moet zelf ook leren om consequent te zijn.   

Maar over het algemeen is de juf erg tevreden. Zo tevreden, dat Jet met Kerstmis een cadeaubon kreeg van haar favoriete balletwinkel. ‘Dat doe ik voor al mijn juffen.’

Ze heeft er meteen een nieuw balletpakje van gekocht. Zwart. Want tot tien jaar moet je een roze pakje, maar daarna mag je zwart. En Jet wordt over een paar maanden al tien. Ze heeft er zwarte beenwarmers bij en een zwart fluwelen vestje. Dat kon niet allemaal van die ene cadeaubon, maar dat kreeg ze van mij. Ook al had ik vantevoren gezegd dat we niks extra’s zouden kopen. Ik moet nog een beetje leren om consequent te zijn.

Vorige maand vroeg juf of Jet nog meer lessen wilde helpen; ze doet het zo goed. Of het van mij mocht? Ik vond het prima. De maatschappij heeft behoefte aan vrijwilligers. En zoals iedereen weet is er een schrijnend tekort aan balletjuffen.

Dus nu helpt Jet twee lessen per week bij de kleuters. In maart komt er waarschijnlijk nog een les bij, dan doet ze drie uur per week vrijwilligerswerk. Heel officieel en in georganiseerd verband. Het stoerste vind Jet dat ze die extra lessen alléén naar de balletschool gaat. Normaal liepen wij altijd mee, omdat Cato dan ook les heeft. Maar nu loopt Jet de 1,1 kilometer in haar eentje. Met in haar rugzak een zwart balletpakje, zwarte beenwarmers, een zwart fluwelen vestje en een pakje drinken.   

Daar gaat ze. En zoveel schoonheid heb ik nooit gezien.

Babyfluisteraar

5 januari 2012