Cato kent alle afleveringen van voor naar achteren en terug en ze krijgt er nooit genoeg van: Welkom in de Gouden Eeuw.

Ze is de eerste van mijn kinderen die weet van Spinoza en Antoni van Leeuwenhoek, schuilkerken, VOC en zeeslagen vóórdat we erover gelezen hebben. En toen we laatst op bezoek gingen bij Ons’ Lieve Heer op Solder en ik de ingang zocht, zei ze: ‘We moeten wel de trap op, want het is niet Ons’ Lieve Heer op de Begane Grond.’

Het is er verrassend mooi. Je verwacht het niet van een schuilkerk, maar de kinderen waren nog lang niet uitgekeken toen we al moesten rennen om de trein te halen.

Het is namelijk niet alleen een kerk, er hangen ook schilderijen die allerlei verhalen vertellen (vergeet niet de gratis kinderaudiotour mee te nemen bij de balie) en het is daarnaast nog een zeventiende-eeuws woonhuis. Genoeg trappetjes, gangen en kamers om je fantasie de vrije loop te laten.

En terloops de biecht af te nemen.

 

Welkom in de Gouden Eeuw wordt op dit moment herhaald op zondagavond, Nederland 3 om 18.15 en is ook te zien via uitzending gemist.

De schuilkerken komen aan bod in de aflevering ‘Politiek’, waarin Johan van Oldenbarnevelt persoonlijk vertelt over alle akkefietjes die tussen hem en Prins Maurits gespeeld hebben. ‘Eigenlijk is hij al dood sinds 1619, maar hij maakt speciaal voor ons een uitzondering: Johan van Oldenbarnevelt!’

Hier een straatreportage van drie minuten over clandestiene kerkgang.

—-

Teylers

22 december 2013

Er zijn van die lessen, die kunnen je op alle fronten verrassen. ‘Etsen als Rembrandt’ was er zo een, in Teylers Museum. Onze laatste grote Rembrandtfrenzie was al even geleden en Jet had vorig jaar in het Rembrandthuis wel wat hand- en spandiensten mogen verrichten bij de etsdemonstratie, maar geen van de kinderen had zelf echt geëtst.

Ik had mijn verwachtingen echter niet te hoog gespannen. Tekenen op commando werkt bij Philip en Jet als een rubber hamer tegen het voorhoofd – als er al een reactie komt, is die zelden vrolijk en opbouwend.

Maar de museumdocenten van Teylers waren fantastisch. Deskundig, nuchter, bezield en vreselijk aardig. Alles wat je nodig hebt om je op je gemak te voelen.

De uitleg was helder. En geruststellend voor degenen die zeker wisten dat ze echt niet konden tekenen en toch geen inspiratie hadden.

‘Als je niks weet, maak je toch gewoon een stokpoppetje of schrijf je je naam?’ zei de mevrouw. ‘Dat wordt juist heel leuk met deze techniek.’

Ze leerden over de verschillende etstechnieken: je smeert een metalen plaat in met was, krast je tekening uit en legt de plaat vervolgens in een zuurbad. Het metaal in de opengekraste lijnen wordt aangevreten door het zuur terwijl de rest van de plaat beschermd is door de was – zo wordt de tekening in de plaat geëtst.

Je kunt ook zonder waslaag en zuurbad werken, door direct op een plaatje te krassen. Met een burijn (een soort gutsje) of droge naald bijvoorbeeld. Daarmee krijg je verschillende effecten.

Van boven naar beneden: ets, burijn en droge naald.

Een ets in was ziet er scherp uit, met burijn wordt de lijn wat voller, en de naald geeft een braampje langs de randen. Als je de ets daarna afdrukt, worden de randen fluweelachtig en pluizig, omdat de inkt achter het braampje blijft zitten. Rembrandt gebruikte alle technieken, soms zelfs in één werk, zoals bij De drie bomen.

De drie bomen (1643)

De drie bomen (1643)

De kinderen gingen met de drogenaaldtechniek aan de slag. Ze zouden een tekening maken,

174

en deze vervolgens overkrassen op een plaatje van plastic (werkt prima in plaats van metaal).

Daarna smeerden ze de etsplaat in met inkt,

en werd de overtollige inkt er met een papiertje afgeveegd. ‘Overtollig’ is subjectief natuurlijk. De ene keer is het juist mooi als je wat extra donkere vegen hebt en de andere keer wil je liever een strakker lijntje.

Vervolgens legden ze de plaat op schoon papier en haalden hem door de drukpers.

Als je trots bent op het resultaat, wil je meer afdrukken maken. In je achterhoofd speelt altijd mee hoeveel mensen je gelukkig kunt maken met een echte Cato.

Het leuke van graveren is dat je je werk gaandeweg kunt uitbreiden. Je kunt bijvoorbeeld beginnen met een varaan en later besluiten dat hij nog gras onder zijn voeten moet hebben. Dan kras je dat erbij in je etsplaatje en maak je een nieuw afdruk.

Freek Vonk meets Jacob van Maerlant
Door Cato, 6 jaar.

En het leuke van enthousiaste leraren die goed zijn in hun vak en alle tijd voor je kunnen nemen, is dat je trots bent op je werk. Ook al had je gedacht dat je echt, absoluut, helemaal niet kon tekenen. Laat staan graveren.

Balletschoenen
Jette, 11 jaar.

Pistool
Philip, 14 jaar.

Als in hetzelfde pand dan ook ‘De 100 mooiste Rembrandts’ hangen, ga je uiteraard kijken. Met kijkwijzer of speurtocht en soms een vergrootglas.

En met een kennersblik.

Als collega’s onder mekaar, om te zien wat hij ervan gebakken heeft.

Carmiggelt

7 oktober 2013

Vandaag is zijn honderdste geboortedag. Je zou hem misschien niet direct in de Kinderboekenweek situeren, maar toch doe ik het. Ik vind dat alle jongeren hem moeten kennen. En omdat hij niet verkleed in een muizenpak over de Kinderboekenmarkt zal paraderen, al was het alleen maar omdat hij al vijfentwintig jaar dood is, zullen we hem zelf bij onze kinderen moeten introduceren. Ze hoeven trouwens niet per se te lezen, ze mogen ook naar hem luisteren. Naar dit verhaal bijvoorbeeld.

Het is een beetje traag en hij gebruikt meer metaforen dan de laatste jaren gebruikelijk is, maar het is ontroerend, grappig, herkenbaar. Carmiggelt kon mensen als geen ander typeren. Je zou het aan de huidige generatie jongeren kunnen uitleggen als een soort Koefnoen op papier. Maar dan met meer woorden en onbekende mensen.

Toen ik laatst een uitzending terugzag waarin Carmiggelt het verhaal ‘Niks’ voorlas, vroeg ik me af waarom ik het zo bijzonder vind. Er zijn meer columnisten die goed schrijven, er zijn meer ontroerende verhalen. En ineens wist ik het.

In 1963 zei Bomans (wie? Bomans! Scheer je weg, daar heb je op z’n minst Erik van gelezen) het volgende over Carmiggelt: ‘Het ademloos beluisteren en gedetailleerd beschrijven van mensen, waar ieder aan voorbij loopt, is een gave, weinigen gegeven, door één ten volle benut.’

Dat ademloos beluisteren was in 1963 dus al bijzonder. Maar vijftig jaar later is het nog veel bijzonderder. Als ik vroeger, in het pre-smartphonetijdperk, op een terras zat, landerige puberdagen sleet met rondhangen op de Dam of met het openbaar vervoer reisde, dan raakte ik met mensen in gesprek. Een halfuur in bus 35 naar mijn opa en oma in Tuindorp en ik had minstens één Kronkel van Carmiggelt aan den lijve ondervonden. Altijd was er wel een mevrouw met een watergolf die vertelde over haar kleinkinderen, haar schoondochter die K had, haar zoon met de goeie baan en onenigheid met zijn baas. Nog maar acht jaar geleden gebeurde dat ook regelmatig, als ik met andere ouders stond te wachten bij de gymnastiekclub of zwemles. Nu maak ik het nauwelijks nog mee.

Weer een reden om Carmiggelt te introduceren. Als tijdsbeeld van mensen die elkaar aanspraken op straat om zomaar een praatje te maken, waarna ze weer hun eigen weg gingen, ieder met een mooi verhaal erbij.

Van den vos Reynaerde

12 september 2013

Ik kon niet wachten tot Philip geboren werd. Lang voordat ik van het bestaan van thuisonderwijs afwist, lang voordat er sprake was van een tweede kind, laat staan een vierde, wist ik dat ik mijn eerstgeborene zou vertellen over Beatrijs, Reynaert, Mariken, Brandaan, Gijsbrecht en honderd andere helden. Plus alle gedichten van Huygens.

Ach, ik zou het zo anders doen dan die saaie middelbareschoolmanier die me alle plezier in lezen had ontnomen. Ik zou het stof eraf blazen, de diamant blootleggen, de personages tot leven wekken. Gewoon náást school, als ouderbijdrage. We zouden citeren, naspelen, redetwisten en hij zou me dankbaar zijn, mijn zoon, voor zoveel fijne bagage.

Maar toen bleek dat drie jaar net wat te jong was voor het hemelse gerecht dat zich ten lange lesten heeft erbarremd over mij, en mijn benauwde veste. Bovendien kroop hij al achter de bank bij Theodoor Sleepboot; misschien was het dan ook te vroeg voor Moenen met het ene oog.

Nou ja, daarna kwam Jet. En toen bleken ze Winnie de Poeh leuker te vinden dan de verzamelde gedichten van Huygens. Ik heb het nog wel geprobeerd, zachtjes fluisterend: ‘Droom ik en is het nacht, of is mijn ster verdwenen…’ in hun oor, maar dan vroegen ze of ik de stem van Iejoor wilde nadoen. Moet ik nog vertellen dat daarna Cato geboren werd?

Maar nu was het eindelijk zo ver. Eerlijk gezegd was ik mijn voornemen alweer een beetje vergeten, ware het niet dat ik tegen deze aanliep.

Verhalen voor de vossenbroertjes, het langverwachte vervolg op Van den vos Reynaerde van Lida Dijkstra en Thé Tjong-Khing. Die leek me zo leuk. Maar dan moesten ze wel eerst de echte kennen.

Uit mijn vorige leven heb ik een aantal versies van de Reynaert in de kast staan, van deftig en saai tot vrolijk met gekleurde miniaturen, maar zelf vind ik dit de beste introductie.

De reeks Tekst in context van Amsterdam University Press is perfect voor iedereen die de oude meesterwerken wil leren kennen. Of voor iedereen die het verhaal al kent, maar gewezen wil worden op grappige of opmerkelijke dingen en wil begrijpen waarom het negenhonderd jaar geleden al mooi gevonden werd, en nu nog steeds.

Ik geef toe dat Philip en Jet niet de stralende ogen hadden die ik verwachtte toen ik zwaaiend met de boeken aankondigde wat we gingen doen. En ik mocht het al helemaal niet in het Diets voorlezen (‘Alsjeblieft, zeg. Er staat toch een vertaling bij?’). Maar halverwege het verhaal vonden ze het toch heel leuk. Er waren zelfs middagen dat zij wilden doorgaan terwijl ik wilde stoppen. Als je eenmaal bezig bent, is er zo veel te vertellen – en hoe meer je te weten komt, hoe meer je zelf in het verhaal ontdekt.

Na de echte Reynaert gingen we over op de rapversie.

Toen konden we eindelijk Verhalen voor de vossenbroertjes van hierboven lezen. Daar luisterde Cato ook gezellig mee; de oorspronkelijke Reynaert bevat -nachtmerrietechnisch- iets te veel seks en geweld voor een zesjarige. Met de Vossenbroertjes kreeg ze de gekuiste versie, een beetje anders en toch leuk. Met als bonus de tekeningen van Thé Tjong-Khing; bijna net zo mooi als een Middeleeuwse miniatuur.

  • Bij gebrek aan enthousiasme bij mijn eigen kinderen had ik u graag mijn mooiste Diets laten horen, maar ik ben op het moment niet zo goed bij stem. Als pleister op de wonde hier het beginnetje van de Reynaert zoals het ongeveer geklonken moet hebben.
  • Tekst in context heeft tot nu toe elf werken in de reeks, van Karel ende Elegast tot Max Havelaar. Veel delen bevatten niet de complete tekst, maar een grote selectie van het besproken werk, met telkens een samenvatting van de overgeslagen stukken. Oorspronkelijk bedoeld voor middelbare scholen, maar hartstikke geschikt voor particuliere geïnteresseerden – zonder de waterige, verbleekte, zoveel-mogelijk-gortdroge-informatie-op-één pagina-met-lekker-veel-kaders-tekst die veel schoolmethodes kenmerkt. Achterin staan vragen die je jezelf zou kunnen stellen, van simpel tot best ingewikkeld. Mocht je daarmee aan de slag willen, maar onzeker zijn over je antwoorden, dan is er bij ieder deel een docentenaanvulling van 30 pagina’s antwoorden en uitleg.
  • De rapversie is van Charlie May, Reinaert de vos… gerapt, isbn 9789025110765.
  • Philip en Jet hebben zelf nog een Reynaertvariant gelezen:  RotVos! een vertelling van Frank Pollet. Zij vonden het wel aardig, maar ik was er niet kapot van. Het boek is een modern spiegelverhaal van het origineel, over schoolkinderen die een feest geven waarop een van de kinderen (een jongen die Rein heet) niet uitgenodigd is. De directeur van de school heet Noël Leeuwenhart en de rest van de kindernamen zijn ook varianten op het origineel. Mij iets te gemakkelijk. Bovendien niet zo geweldig geschreven.
  • Alle 3469 verzen van de Reynaert staan online, hier op de dbnl. Als achtergrond kun je er de informatie op literatuurgeschiedenis.nl bij nemen.
  • Als je er helemaal geen genoeg van kunt krijgen, is er nog de deftige versie van Lulofs: Van den vos Reynaerde, isbn 9789065506757. Of deel 1 van de recentere Reynaert in tweevoud, bezorgd door Bouwman en Besamusca, isbn 9789035123922. Die gebruiken ze ook in het wetenschappelijk onderwijs.

Deze is voor de gecombineerde les aardrijkskunde, geschiedenis en maatschappijleer van vandaag. Gepikt van Facebook en volgens mij al een ouwetje, zelfs de bron is dubieus. Maar alleen al vanwege de tijdloze toepassing verdient ie een klassieke status.

ALERTS TO THREATS IN 2013 EUROPE
From JOHN CLEESE

The English are feeling the pinch in relation to recent events in Syria and have therefore raised their security level from “Miffed” to “Peeved”. Soon, though, security levels may be raised yet again to “Irritated” or even “A Bit Cross.” The English have not been “A Bit Cross” since the blitz in 1940 when tea supplies nearly ran out. Terrorists have been re-categorized from “Tiresome” to “A Bloody Nuisance”. The last time the British issued a “Bloody Nuisance” warning level was in 1588, when threatened by the Spanish Armada.

The Scots have raised their threat level from “Pissed Off” to “Let’s get the Bastards”. They don’t have any other levels. This is the reason they have been used on the front line of the British army for the last 300 years.

The French government announced yesterday that it has raised its terror alert level from “Run” to “Hide.” The only two higher levels in France are “Collaborate” and “Surrender.” The rise was precipitated by a recent fire that destroyed France ’s white flag factory, effectively paralyzing the country’s military capability.

Italy has increased the alert level from “Shout Loudly and Excitedly” to “Elaborate Military Posturing”. Two more levels remain: “Ineffective Combat Operations” and “Change Sides”.

The Germans have increased their alert state from “Disdainful Arrogance” to “Dress in Uniform and Sing Marching Songs”. They also have two higher levels: “Invade a Neighbour” and “Lose”.

Belgians, on the other hand, are all on holiday as usual; the only threat they are worried about is NATO pulling out of Brussels.

The Spanish are all excited to see their new submarines ready to deploy. These beautifully designed subs have glass bottoms so the new Spanish navy can get a really good look at the old Spanish navy.

Australia, meanwhile, has raised its security level from “No worries” to “She’ll be right, Mate”. Two more escalation levels remain: “Crikey! I think we’ll need to cancel the barbie this weekend!” and “The barbie is cancelled”. So far no situation has ever warranted use of the last final escalation level.

Regards,
John Cleese ,
British writer, actor and tall person

And as a final thought – Greece is collapsing, the Iranians are getting aggressive, and Rome is in disarray. Welcome back to 430 BC.

Life is too short…

Uren, dagen, maanden, jaren,
Vliegen als een schaduw heên.

Rhijnvis Feith kreeg zelf negen kinderen, dus hij zal het wel geweten hebben. Voor je het weet heb je een zoon met schoenmaat 45 en een gebronsde strandrug.

De vorige Week uit het leven van… Philip is al bijna vijf maanden geleden, tijd voor een volgende. Philip is inmiddels veertien jaar.

Deze week werd een projectweek. Dat had ik vooraf niet voorzien, maar op vrijdag stond er een wandeling gepland door de Amsterdamse Plantagebuurt en het leek me mooi de week daaromheen in te vullen. Museumdocenten van het Verzetsmuseum zouden twintig jongeren rondleiden langs monumenten en gebouwen die herinneren aan de Tweede Wereldoorlog.

De wandeling was onderdeel van een dag die we voor thuisonderwijsjongeren georganiseerd hadden. Sinds een paar maanden ben ik met twee collega-moeders een Voortgezet Thuisonderwijsgroep begonnen, voor jongeren vanaf twaalf jaar. Eens in de paar weken plannen we een dag speciaal voor hen, waarbij de jongere broertjes en zusjes afzijdig gehouden worden. Beetje educatief, beetje kletsen, sam-sam. Een rondleiding door het Van Gogh gecombineerd met een stadspicknick, een scheikundemiddag die overloopt in een watergevecht, dat werk.

Een belangrijk onderdeel van thuisonderwijs is dat kinderen van alle leeftijden met elkaar omgaan, geduld oefenen, van elkaar leren en zo van jongs af met beide benen in de échte maatschappij staan, waar tenslotte ook alle leeftijden door elkaar werken en leven. Omdat het voor onze kinderen zo’n groot deel van hun dagelijks leven uitmaakt, is een dag met alleen leeftijdsgenoten een mooie afwisseling.

De stadswandeling zou leiden langs gedenkplaatsen die een rol speelden in het verzet: het bevolkingsregister dat in vlammen opging, Artis dat onderduikers herbergde, de Hollandse Schouwburg. Over de Schouwburg kende een van de ouders de vertelling ‘Waarom lijn 8 niet meer rijdt’ van Karel Baracs. Een prachtig, verdrietig en beetje blij verhaal over de Vereeniging Zuigelingen-Inrichting en Kinderhuis, beter bekend als de crèche tegenover de Hollandse Schouwburg, van waaruit 500 joodse kinderen gered zijn.

Luister maar eens naar de eerste minuten, dan zet je het meteen op je lijstje luisterboeken voor de vakantie:

Naast het beluisteren van dit verhaal, zag Philips week er als volgt uit:

  • Poëzie: ‘De achttien dooden’ van Jan Campert. Hadden we eerder behandeld, nu nog eens vanwege de ophanden zijnde rondleiding. We hebben de achtergrond van het gedicht uitgebreider onderzocht. Philip wist van Camperts eigen dood en de executie van de Februaristakers en Geuzen, nu lazen we meer ooggetuigenverslagen over de directe aanleiding van de Februaristaking. Van het een kwam het ander. Van Camperts eigen dood in een concentratiekamp kwam het gesprek op een familielid dat op dezelfde wijze omkwam. Van familie kwamen we op Camperts zoon, Remco. Philip en Jet kenden de schrijver nog niet, daarom las ik met hen ‘Tot zoens’ als introductie.
  • Nederlands: een kort fictieverhaal geschreven over ‘Waarom lijn 8 niet meer rijdt’. Philip en Jet kozen iemand uit het boek en deden alsof zij het personage zelf waren. Hun verhaal begon met ‘Mijn naam is…’ en vervolgens lieten zij hun fantasie de vrije loop over wat het personage vóór of na de oorlog gedaan had en wat hij of zij te vertellen zou kunnen hebben. Philip koos het perspectief van de boer die kinderen in zijn gezin had laten onderduiken.
  • Maatschappijleer: vijf hoofdstukken uit Holocaust van Angela Gluck Wood. Veel aandacht besteed aan de geschiedenis van de joden in Europa, hun eeuwenlangen mores en sores. Discussies gevoerd over propaganda en de macht van beeldvorming. Philip vertelde dat hij in de BBC-serie How Art Made The World had gezien hoe koning Darius, Alexander de Grote en keizer Augustus op dezelfde manier als Hitler gebruikmaakten van kunst en propaganda om hun doctrine over te brengen.
  • Geschiedenis: zes levensverhalen gelezen uit Opgepakt, verhalen over kinderen in kamp Westerbork. Dit boek onderscheidt zich van andere door de nadruk te leggen op het gewone leven van mensen voordat zij gedeporteerd werden. De dagelijkse dingen, de plotseling veranderde houding van buurmeisjes en werkgevers, de schrik en angst van de deportatie. Ook het verhaal van de familie Birnbaum staat erin, waarover de NOS dit jaar een mooie documentaire uitzond die Philip en Jet gezien hebben.

  • Geschiedenis: voor Cato nogmaals de uitzending gezien over de Hollandse Schouwburg uit Willem Wever (afl. 27 januari 2008). Philip kende de aflevering van vroeger en ondanks dat hij en Jette kromme tenen kregen van de acteerprestaties, begrepen ze dat dit stukje voor Cato (6) wat meer inzichtelijk maakt wat er precies gebeurde.

Omdat veel van zijn werk in het teken stond van de rondleiding, heeft Philip deze week minder tijd besteed aan exacte vakken (behalve wiskunde) en kunst. Wat heeft hij wel gedaan?

    • Wiskunde dus, 3x deze week (hier meer over Philips vakken).
    • Drummen, 4x plus een uur drumles.
    • Gelezen in Vlammen van Suzanne Collins, dagelijks minimaal anderhalf uur.
    • Gelezen en verslag gedaan van zes hoofdstukken uit Een heel kleine geschiedenis van bijna alles van Bill Bryson.
    • Frans (4x deze week) via Rosetta Stone.
    • Een middag hard gewerkt in ons volkstuintje; onkruid van weken nalatigheid gewied en naar de composthoop gekruid.
    • Breakdance, 1x les.

Daarnaast was er Philips maatschappelijke stage, waar hij deze week met zo’n twintig kinderen uit de buurt (en Cato) een voetgangerstunneltje heeft opgefrist. De graffitikunstenaar die het ontwerp gemaakt had en de wethouder Jeugd en Welzijn waren ook ter plaatse.

Vrijdag was de Plantagebuurtwandeling. Mensen van het Verzetsmuseum namen de kinderen in twee groepen mee langs alle plaatsen die we besproken hadden – en meer. Het kunstenaarsmonument, de struikelstenen. Vooral de Hollandse Schouwburg was indrukwekkend, met zijn gedenkmuur vol namen en de kale binnenplaats waar eens de pluchen fauteuils hadden gestaan, mensen hadden geschaterd, zich hadden laten ontroeren en waar ze later als naamlozen bij elkaar gedreven werden om dagenlang in verdrukking hun lot af te wachten.

Na afloop wandelden we terug naar het huis van een van de thuisonderwijsgezinnen, waar een deel van de groep bleef eten. Jettes vriendin had samen met haar zusje twee kilo pizzadeeg in de rijs gezet en met vereende krachten werden bakplaten vol bodems gerold, uien gesneden, tomatensalsa’s gemaakt en pizza’s bestreken en belegd. Die avond bakten Jet en haar vriendin onafgebroken voor zestien man.

En nu is het vakantie. Stonden we kortgeleden nog met vestjes aan bij de Dokwerker, nu zit ik in een hemdje voor het open raam en waait de zomerwind naar binnen. Philip heb ik de afgelopen week nauwelijks gezien. Rond zessen belt hij of hij bij zijn vriend blijft eten of dat ze toch hier komen aanschuiven. En iedere avond ligt de badkamervloer bezaaid met vochtige handdoeken vol Noordzeezand of recreatieplasmodder. Rhijnvis Feith wist het, van die uren, dagen, maanden, jaren. Ik ga het nog een keer lezen, zodat ik de schaduwen wat kan rekken.

  •  ‘Waarom lijn 8 niet meer rijdt’ staat op het vierde deel van de luisterboekenreeks Het verhaal van Amsterdam (6 delen), maar is sinds kort ook als los luisterboek uitgegeven. Karel Baracs is stadsverteller van Amsterdam en duidelijk door de gemeente aangesteld om een soepele parallel te trekken tussen de veelkleurige geschiedenis van de stad en de veelkleurige bevolking van het moment. In zijn ijver alle minderheden erbij te betrekken en iedereen het gevoel te geven ‘bovenal Amsterdammer’ te zijn, legt Baracs de politieke correctheid er vaak zo dik bovenop dat de verhalen geen sprankje interesse meer wekken. Dat is jammer, want Baracs is een warme, meeslepende verteller. De verhalen ‘Waarom lijn 8 niet meer rijdt’, ‘Een tsaar in Amsterdam’ en nog een paar andere zijn de krenten in de saaie pap van Het verhaal van Amsterdam. Het zijn absolute parels die laten zien hoe mooi Baracs kan vertellen, hoe spannend en belangrijk geschiedenis is en hoe fijn het is om voorgelezen te worden.
  • Over het boek Holocaust van Angela Gluck Wood schreef ik hier meer.
  • Over de BBC-serie How Art Made The World schreef ik hier meer. De aflevering over propaganda heet ‘The Art of Persuasion’.
  • Meer over de crèchekinderen van de Hollandse Schouwburg op de site van het Verzetsmuseum.
  • Aflevering 6 van de serie 13 in de oorlog is mooi als introductie op de jodenvervolging in Nederland.

Meer ‘Weken uit het leven van…’:

Deze had u nog te goed. Hij is van een paar weken geleden, maar het is de week die ik op foto gezet had voordat mijn computer ontplofte. Die computer is nog niet helemaal gered, maar de foto’s wel. Uit lijfsbehoud heb ik besloten dat het niet uitmaakt voor de reportage; geen week is gelijk. Als ik vorige week had genomen, had u wat meer korte mouwen gezien, twee dansvoorstellingen en Wiplala in plaats van De wind in de wilgen. Ik hoop dat u het me zult vergeven. Hier komt de week van Cato.

Dit is Cato. Cato is zes jaar. Als ze op school had gezeten, zat ze in groep twee. Maar Cato zit niet op school.

Volgens de vastgestelde kerndoelen van het primair onderwijs zou Cato nu horen te weten dat men een boek van voor naar achter leest en een bladzijde van boven naar beneden, niet andersom of willekeurig. Ze zou de begrippen kleinste, middelste, grootste moeten kennen en van 1 tot 10 kunnen tellen.

Ook is groep 2 het moment waarop Cato dient te weten dat er zoiets bestaat als ‘lezen’ en ‘schrijven’ en dat dat twee verschillende dingen zijn. Mocht een zesjarig kind hierin nog geen onderscheid kunnen maken, dan geven de kerndoelen handige tips om een en ander vlot te trekken: ‘Benoem als leerkracht je handelingen: “Ik schrijf eerst even op dat (…) ziek is.” of “Hé op dit briefje lees ik dat we morgenmiddag vrij zijn.”’

Als ik zou willen, zou ik een uitgebreide administratie kunnen bijhouden van alle vorderingen. Er zijn leerlingvolgsystemen met lange, lange lijsten waarop ik kan aanvinken of Cato al weet dat je een bladzijde van boven naar beneden leest. En of haar motoriek wel op schema ligt.

Opdracht uit observatieboekje Leerlingvolgsysteem groep 1-2.
Bron: testen-en-toetsen.blogspot.nl

Sommige mensen kunnen zich nauwelijks voorstellen dat ik het aandurf om Cato zonder leerlingvolgsysteem op te voeden. Maar ach, wat zal ik zeggen? Ik hou ervan om gevaarlijk te leven. Mijn aangeboren leerlingvolgsysteem is erg accuraat. U zult het misschien niet geloven, maar als iemand vraagt of Cato al tot 10 kan tellen, dan hoef ik dat niet in een ordner op te zoeken. Ik weet zelfs uit het blote hoofd of zij een groen vierkant van een rode cirkel kan onderscheiden. Net als vóór 1990 zeg maar, toen het volgsysteem werd ingevoerd.

Cato heeft nog geen vakken die zij dagelijks moet doen. Tot een jaar of zeven, acht vind ik het belangrijk dat de kinderen zo veel mogelijk spelen en voorgelezen worden. Dat hoeft niet per se te gebeuren aan een tafel.

Maar het kan wel.

Die leeftijd van zeven, acht staat niet in marmer gebeiteld. Als blijkt dat Cato volgende week meer leerstructuur nodig heeft, komt die er. Als ze weinig initiatief zou tonen, landerig zou zijn, veel om schermtijd zou vragen, niet zou spelen. Maar zolang haar dagen drukbezet zijn rondom het leef- en leerritme van het gezin, gaat Cato mee zonder rooster. Net als wij allemaal leert ze het meest van het proefondervindelijk leven: de gesprekken aan tafel, in de auto en het dagelijks lezen in de kinderbijbel, boodschappen doen, meehelpen met koken, omgaan met andere mensen, haar plaats ontdekken in de wereld.

Soms heeft ze periodes waarin ze net als Philip en Jet een vakkenpakket wil. Het gaat haar eigenlijk niet om de vakken, maar om het afvinken. Dan maak ik een lijst met dingen als tandenpoetsen, voorlezen, een woordpuzzel, een kaart aan oma schrijven, naar streetdance, een spelletje spelen. Hoe uitgebreider hoe beter. Met een hokje ervoor om af te kruisen. Drie dagen lang is ze dan druk aan het vinken en afwikkelen; activiteiten die ze normaal uit zichzelf doet, maar die op papier ineens officieel zijn. Vervolgens ontdekt ze de keerzijde van het officiële, dat alle dingen die je voorheen met plezier deed, plotseling minder leuk zijn omdat ze moeten in plaats van mogen. En dan speelt ze weer hele dagen met haar poppen of gaat een luisterboek luisteren terwijl ze eigenlijk ingeroosterd stond voor een bordspel. Dat zie ik dan door de vingers.

Want van spelen leer je zo veel. Je leert de wereld om je heen te begrijpen. Je leert jezelf kennen. Je leert verhalen maken, je concentreren, opgaan in een universum waarin jij heer en meester bent – in plaats van leerling.

En als er dan een andere leerling komt kijken, van een afstandje, dan denk je eerst: ‘Nee, hè…’


Maar dan herinner je je hoe jij je voelt in zo’n situatie. Dat het naar is om weggestuurd te worden. Dat het oneerlijk voelt als mensen ervan uitgaan dat jij wel weer alles zult vernachelen, terwijl je alleen maar wilt leren. En dan geef je je zusje het voordeel van de twijfel.

Zo belangrijk is spelen. Daarom stel ik voor dat iedere kabinetsformatie verplicht vergezeld gaat van een sessie speltherapie. Als opfrissertje.

Daarnaast heeft Cato deze week:

  • Scones gebakken (onder leiding van haar broer, die met dit zusje continu onderworpen wordt aan een opfriscursus Inlevingsvermogen Tonen en Creatieve Oplossingen Verzinnen).

  • Geschreven in haar schrijfboekje (2x). Schrijven is een van de weinige dingen waar we schoolboekjes bij gebruiken. Cato kan al wel blokletters, maar ik vind het belangrijk dat ze een vlot en soepel handschrift ontwikkelt en dat gaat beter met een goede methode dan met zelfgeconstrueerde letters. Bovendien is schrijven niet mijn expertise, dus zoals ik een kookboek gebruik bij moeilijke recepten en een wiskundeboek bij algebra, zo gebruik ik ook de kennis van bekwame, behulpzame makers om mijn kinderen goed te leren schrijven.
  • Gefietst naar de kinderboerderij.

fiets kinderboerderij

  • Engels: onder meer Heckedy Peg en King Bidgood van Audrey en Don Wood voorgelezen, meesters van de lichtval in kinderboekenillustraties.
  • Engels (2x): het programma van de online klas van Rosetta Stone.
  • Ze is spion, prinses en Onzichtbare Man geweest met een vriendinnetje dat de hele middag bij ons was.
  • Ik heb voorgelezen uit De wind in de wilgen van Kenneth Grahame terwijl Cato er een tekening bij maakte van Das in zijn burcht.

  • Biologie: boekenleggers en kaarten gemaakt met de bloemen die we vorig jaar geplukt hadden en lang hadden laten drogen.  Zo lang dat we ze eigenlijk een beetje vergeten waren en het dus een verrassing was dat we op een regenachtige lentedag toch iets fleurigs konden doen. Gekleed voor de gelegenheid.

  • Geëxperimenteerd met de doos ‘Kristallen kweken en edelstenen’ die Cato voor haar verjaardag had gekregen. Wederom in gelegenheidskleding.

  • Zelf gelezen in Job en de duif van Eveline De Vlieger en Noëlle Smit en twee prentenboeken van Max Velthuijs.
  • Geschilderd.

  • Het hele luisterboek De schippers van De Kameleon van Hotze de Roos geluisterd terwijl zij in haar TopModel-kleurboek kleurde.

Cato heeft drie vaste clubjes per week. Streetdance, de woensdagmiddagclub (sport, spel en knutsel met kinderen uit de buurt) en zwemles.

Verder hadden we deze week één uithuizige dag, een bijeenkomst van Cato’s thuisonderwijsclub The Home Learners. De organisatoren doen hun best een afwisselend jaarrooster te maken: de ene keer gaan ze naar een museum, dan weer naar zwembad, speeltuin of hortus. Of er worden workshops gegeven door stagiaires.

Nu stond er een museum op het programma, eentje waar ik zelf niet snel opgekomen zou zijn: het Museum voor hedendaagse Aboriginalkunst in Utrecht. Omdat er minstens zes nationaliteiten vertegenwoordigd zijn bij The Home Learners en alle deelnemende gezinnen per seizoen een activiteit moeten organiseren voor de groep, komt de hele wereld vanzelf langs. Deze keer had een Australische moeder een rondleiding en workshop besproken.

Er valt namelijk heel wat te vertellen over de geschiedenis en de kunst van de Aboriginals. Die schilderijen, hè, dat zijn eigenlijk verhalen. Het lijkt een verzameling stipjes, streepjes en vlekjes, maar zoals bij alles: niets is wat het lijkt. Iedere lijn op het doek heeft een betekenis. Er zijn streepjes die mensen uitbeelden, slangen, vogels.

Met al die symbolen en kronkels wordt duizenden jaren Aboriginalgeschiedenis verteld. De mooie dingen en de verdrietige. Aboriginals hebben geen schrift, daarom vertellen ze hun geschiedenis aan elkaar door met woorden en tekeningen.

Na de rondleiding mochten de kinderen hun eigen verhaal vertellen. Met stipjes en vlekjes en streepjes.

Zo eindigde Cato’s week. Ik heb de kerndoelen er nog eens op nageslagen en ik geloof dat we aardig op schema zitten. Alleen het doel ‘laat zien dat hij naar een ander luistert en geeft gepaste feedback, bijvoorbeeld door te knikken of te antwoorden’ is nog in ontwikkeling. Cato’s gepaste feedback bestaat voornamelijk uit luidruchtige repliek in plaats van een volgzame hoofdknik. Ik geloof dat ik daar nog maar wat remedial teaching tegenaan gooi.

—-

Meer ‘Weken uit het leven van…’: