Herfst

1 oktober 2009

Als de eerste boot weer in de woonkamer gebouwd wordt, weet je dat de herfst begonnen is.

Picknick op piratenschip

Als de spionageverhalen, de gesprekken en avonturen zich steeds meer binnen gaan afspelen in plaats van buiten.

Als je de week ervoor de laatste oogst uit het tuintje gehaald hebt. Nog één laatste courgette, twee handen radijs, twee kropjes krulsla, de laatste vijftien cherrytomaatjes die ter plaatse opgepeuzeld worden. Dan kunnen de omgewaaide afrikanen eruit en wordt de boel omgeschoffeld.

Tuintje in september

Zodat er alleen nog een klein plukje rucola groeit en tien preitjes die hun rasnaam ‘Herfstreus’ niet echt waarmaken.

Preitjes en rucola

Als de laatste dagen zonder jas aanbreken. Dan is de zomer echt voorbij.

In een tent

31 augustus 2009

De kinderen wilden graag kamperen. Philip en Jet dan, want Cato vindt alles leuk, als ze er maar haar schoenen voor kan aantrekken en kan stralen: ‘Waar gaan we heen?’

Kamperen dus. Nou vind ik kamperen wel leuk, zolang het droog is. Of in ieder geval niet zó nat dat je met geleende vlonders van je campingburen een brug naar je voortent hoeft te leggen. Zoals een paar jaar geleden. Ook zitten de wc’s me nooit zo lekker op een camping. Je hebt toch altijd het idee dat je de dysenterie van je voorganger zit op te doen – terwijl andere kampeerders in dezelfde ruimte hun afwas aan het doen zijn.

Regen vonden Philip en Jet nou juist wel leuk. Gezellig, dat getik op het tentdoek. Ze opperden of we niet in oktober konden gaan, zodat we een beetje regenzeker weer hadden. Maar ik had iets geweldigs gevonden. Een gehuurde, opgezette alles-erop-en-eraan-tent met bedden. En een koelkastje. Met als apotheose: eigen sanitair. We gingen in augustus, want ik vind getik op tentdoek ook heel gezellig, maar zonnige maaltijden in de buitenlucht nog veel gezelliger. 

En och, het was zo leuk. Zonnige dagen, zoele avonden en ’s nachts fris genoeg om in een koele tent te slapen. Zelfs twee nachten een beetje regen. Het ‘eigen sanitair’ was net zo hartverwarmend als het geklonken had. Links achter in dat huisje, douche, wasbakje en wc.

Behuizing

Verder was het kamperen zoals kamperen bedoeld is. Samen rustig wakker worden.

Fantastig toch

Ontbijten en zwemmen. Cato plukte ’s morgens rond kwart over acht haar lycraatje van het wasrek: ‘It heb mijn zwempat vast aan!’ en droeg het de hele dag, ook onder haar kleding, op alles voorbereid. 

Nicki Trench, Breihandboek voor coole meidenVoor Jet had ik het Breihandboek voor coole meiden meegenomen – ze wilde al een poosje ‘iets’ op de pennen zetten. De toonzetting van het boek is niet helemaal toegesneden op een zevenjarige, maar dat maakte het voor Jet des te aantrekkelijker. Ze is tenslotte erg cool, en in de tips om leuke dingen ‘voor je vriend’ te breien zag ze geen barrière.

Niet onbelangrijk trouwens: de instructies in het boek zijn zo duidelijk, dat zelfs niet-breiende ouders ermee kunnen opzetten, gevallen steken oprapen en makkelijke jacquardpatronen inbreien.

Voor Philip bleek er ook iets in te staan. Terwijl Jet zich aan een hoesje voor de mobiele telefoon zette, vond hij een vingerloze handschoen die zo vet was dat hij onmiddellijk wilde leren breien. 

Omslaan, doorhalen...

Omdat we normaal altijd buiten het seizoen op vakantie gaan, maakten we deze keer kennis met een heel nieuw fenomeen: het Animatieteam. De eerste avond was het even schrikken toen het golfkarretje aan onze eettafel verscheen en twee mensen met pruiken, grote brillen en schmink ons grappend en grollend aanspoorden om naar het ‘Schatertheater’ te komen. Philip was juist even naar het toilet en had bij terugkomst het animatieteam zien staan. Pas nadat het karretje op veilige afstand was weggereden, kwam hij met schichtige blik achter de tent tevoorschijn: ‘Zijn ze al weg?’ 

Toen we ’s avonds gingen kijken in het openluchttheater bleek het erg mee te vallen, vond hij. Het viel zelfs zo erg mee dat hij en Jet de avonden erop met z’n tweeën richting het theater trokken om alvast een plek vooraan te hebben, met goed zicht op het animatieteam dat veel met water gooide, elkaar met pindakaas en hagelslag besmeurde en interactie met het publiek zocht: ‘Zal ik de waterballon lekprikken, jongens en meisjes?’

De dagen regen zich aaneen met ijsjes eten, wijntjes drinken, boekjes lezen, vakantievriendjes maken, shutteltjes slaan.

Jette slaat terug

Drie keer per dag op bezoek bij de damherten, geiten en schapen, die verzot bleken op pasgevallen eikeltjes.

Philip voert geitje

We raapten handenvol eikeltjes en deelden links en rechts uit, zodat we de zachte neuzen konden aaien. Vooral de hertenbok werd een vriend voor het leven, die bleef geduldig wachten tot je opnieuw geraapt had en schraapte met zijn hoef over de grond als je niet snel genoeg over de brug kwam.

Vakantie.

Cato aan de afwas

Het was heerlijk, echt heerlijk. Met V. en haar schatjes in een vuurtorenwachtershuis aan de kust, waar we het ganse meteorologische spectrum van de afgelopen week in al haar glorie konden ervaren.

Eerst was er een warme stranddag van zwemmen in de golven, poedelen in een binnenmeertje en zandkastelen met gangen bouwen. Met een afterparty in de middagzon. Kersen eten op het gras en uitbuiken in de bolderkar.

’s Avonds zagen we het onweer komen aanrollen over de weilanden; lichtflitsen die de horizon vulden terwijl de kinderen rozig in hun bedden lagen en wij wijn dronken in de woonkamer.

En weet je wat nou zo fijn is van de kust? Het is er altijd prachtig, wat voor weer het ook is. Als het zomerstrand is verdwenen, krijg je er een Schots herfstlandschap voor terug. Dus ruilden we de badhanddoeken in voor regenjassen en wandelden de duinen in.

In plaats van schelpen vind je dan andere schatten. Onze dingenzoeker heeft er een echte neus voor. Hij kwam thuis met een schedeltje, aardewerk, een roze slakkenhuisje, botjes. Plastic roerstaafjes.

En na zo’n wandeling, ach, na zo’n wandeling. Dan drink je warme chocomel van blokjes pure chocolade die je laat smelten in volle melk. Dan blijkt dat je waxjas door zijn geur slechts de schijn van waterdichtheid heeft, want dan is er geen droge vezel meer aan je lijf en zit er niets anders op dan de open haard aan te steken en warm te worden bij het vuur.

Dan bak je tosti’s in de koekenpan omdat een oud vuurtorenwachtershuis natuurlijk geen tosti-ijzer heeft. Dat zou je niet eens willen. Dan liggen de kinderen weer net zo rozig in hun bedden en zit je ’s avonds weer wijn te drinken voor de open haard.

En er was versgemaakte pasta. Ik zal er niet te lang over uitweiden – het eindresultaat was subliem. Prachtige pappardelle, dikke stroken eierpasta met een hemelse smaak.

Om tot dit resultaat te komen, is het echter van belang de aanwijzingen van de pastamachine goed te lezen. Anders kan het zijn dat je een bolletje deeg bijvoorbeeld negentig keer door de machine haalt, in plaats van de elf keer die eigenlijk nodig waren.

Dat betekent (zuiver theoretisch uiteraard) dat je dan, in plaats van pakweg drie kwartier, zomaar eens vijf uur aan het draaien bent, in shifts van anderhalf uur met twee personen.

Maar weet je, als je op vakantie bent met mensen die je beter wilt leren kennen, als je alle tijd van de wereld hebt en nergens naar toe hoeft, dan is dat niet erg.  

Ik was ook nog jarig. Met kinderen kan een verjaardag gewoon niet niet feestelijk zijn. Dan wordt er altijd gezongen, is er altijd taart met kaarsjes en krijg je altijd wat je het allerliefst wilde hebben. Met vijf kinderen wordt dat alleen maar feestelijker. V. had voor taart gezorgd, ik werd uit bed gezongen en kreeg pioenrozen en prachtige cadeaus. Onder andere de tas die ik graag wilde hebben.

Pistolentas

Flower power, een revolver dat bloemetjes schiet. Na veel stille en allengs luider wordende hints had John de tas gekocht en Jet in het geheim betrokken. Zij had het cadeau meegesmokkeld in de bagage.

Iedere avond werden V. en ik na het eten getrakteerd op de mooiste voorstellingen, veelal bewerkingen van bestaande sprookjes. Aangezien Jet en Isabelle beiden geen concessies konden doen, was er altijd een bijzondere aanpassing voor de vrouwelijke hoofdrol. Roodkapje had haar equivalent in Rozekapje, en Hans bleek naast Grietje nog een zus Rosaline te hebben. Met aandoenlijke toewijding en majestueuze houding gebracht. We hebben tranen gehuild van het lachen en van ontroering tegelijk.

Soms is een vakantie anders dan anders, omdat je vantevoren niet weet wat je moet verwachten. Dan maak je voorzichtig vrienden door naar elkaar te kijken.

En naar elkaar te lachen.

Door samen pasta te draaien, naar voorstellingen te kijken en door veel samen te praten. Het was heerlijk.

[Postscriptum: toen Philip dit stukje gelezen had (P&J lezen graag mee; dag liefjes) zei hij: ‘Die roerstaafjes horen er niet bij. Die zaten nog in mijn jaszak van atletiek.’ Excuses voor deze uitglijer dus, de roerstaafjes horen níet bij de bodemvondst.

Ter verdediging wil ik aanvoeren dat dergelijke attributen nog niet zo lang geleden wèl als schat gekoesterd werden, tezamen met roestige spijkers en bouten, takken in alle soorten en maten, stenen, schelpen, eindjes touw, kroonkurken en tal van andere snuisterijen. Mijn zoon wordt groot. Een beetje groter in elk geval, want roestige spijkers, eindjes touw en al die overige schatten –behalve plastic roerstaafjes– zijn nog steeds geliefd. Het gaat om de nuance, hè.]

Fijne dingen

4 maart 2009

‘Hè, wat hebben we een fijne dingen allemaal’, zei Philip aan de ontbijttafel. Dat was ook zo. We hebben allemaal fijne dingen gedaan of gekregen of meegemaakt. Of nog tegoed.

Om te beginnen was Cato jarig. Dat was al heel fijn.

Cato is twee jaar

Je wordt niet ieder jaar twee, dus dat hebben we gevierd. Ze kreeg een mooie nieuwe feestjurk van haar tante (is ie niet prachtig?) en de visite kwam verspreid over drie dagen. Daarom hadden we drie dagen taart en scones en slagroom en gezelligheid. Het duurde even voordat Cato het begrip jarig ten volle besefte, maar vervolgens liet ze het zich met verve welgevallen;  de vlaggen en slingers, het zingen (‘Nog een teer!’), de aandacht en natuurlijk de cadeaus. Ze kreeg boekjes, Ernie en een heel mooi keukentje – hetzelfde keukentje dat Philip ook al gekregen had als peuter, en later Jet; het keukentje dat iedere keer naar kelder verdwijnt en telkens weer helemaal nieuw tevoorschijn komt om iemand blij te maken.

Dit cadeautje was ook bijzonder: een Quiet Book, gemaakt in een mennonitische gemeenschap in Canada en meegenomen door oom en tante die op reis waren. Als je op de kleine plaatjes hieronder klikt, zie je een grotere foto van de bladzijden.

Quiet Book, eerste bladzijde

Quiet Book, knoopjes en strikje Quiet Book, telkraaltjes Quiet Book, wantje en drukknoopvormpjes Quiet Book, klok en klittenbandkleurtjes Quiet Book, vetertje strikken

Verder besloten Jet en ik ad hoc een vrouwendag in te lassen. Ad hoc kun je geen grootse dingen meer regelen, maar Jet en ik zijn snel tevreden. We gingen winkelen en koffiedrinken. En als je in de stad gaat kijken voor een nieuwe maillot, dan kan het gebeuren dat je tegen twee zomerjurkjes en een nieuw balletpakje aanloopt. Dat kan.

Ondertussen hadden John en Philip een filmmiddag en konden ze ongestoord enge dingen zien zoals Spiderman 2. Cato sliep, zodat ze niet pontificaal voor het beeld kon gaan staan om de kijkers erop te wijzen dat Spiderman wel erg veel fysiek geweld gebruikte (‘O nee! Slaan mag niet.’) Dat was ook alweer fijn.

En toen kreeg Philip nog een heel fijn ding te horen. Een vader-en-zoonding. Er is namelijk een band waar Philip heel veel van houdt. Hij kent veel van hun liedjes uit zijn hoofd en de mimiek van de zanger in de clips ook. Nu zegt de zanger van die band dat ze gaan stoppen. Ze gaan nog één wereldreis maken om hun muziek overal te laten horen, en dan niet meer. Nou weet je het nooit met bands, maar omdat Philip deze muziek zo mooi vindt en zijn vader ook, nemen we het zekere voor het onzekere. In september gaan vader en zoon naar het concert van deze band. In het Wembleystadion in Londen. Veuls te duur natuurlijk, en nergens voor nodig, en op tv zie je het vast veel beter. Maar zo nu en dan maak je beslissingen met je hart in plaats van je hoofd.

Dit liedje vindt Philip het allermooist. In september hoop ik dat hij het uit volle borst zal meezingen. Voor het fijne.

En de liveversie om in een stadionstemming te komen.

samen

We hebben genoten van het vuurwerk en de champagne, nog maar eens de Muppet Christmas Carol gekeken, allemaal een kotsvirusje overleefd, het kerstspel met verve gebracht en met liefde aanschouwd,

aankomst in de stal

gelogeerd bij oma (kotsvirusje doorgegeven – sorry, mam) en Sprookjeswinterwonderland bezocht waar Cato ademloos voor de ruitjes met kabouters bleef staan en helemaal geen last leek te hebben van de koude voeten die wij wel voelden.

op bezoek bij een kabouter

Gelukkig Nieuwjaar!

Ueber alles

24 september 2008

We waren er even tussenuit gepiept. Lastminuteaanbieding in het naseizoen, onverwachts nog wat vrije dagen: dat kun je soms niet laten lopen. Driemaal raden waar we waren. Ik geef een hint.

Haring met slagroom

Er is maar één land met zulke gastronomische hoogstandjes, nietwaar? En het was nog lekker ook! (Nee, ik ben niet zwanger.)

Ik hou erg van Duitsland. ’t Is jammer dat het samen met Noord-Korea zo’n beetje het enige land is waar thuisonderwijs niet mogelijk is, anders had ik er zo willen wonen. Bergen, zee, vriendelijke mensen, kraakheldere zwembaden en frisgepleisterde huizen.

We hebben weer zo’n fijne vakantie gehad. Mooie Middeleeuwse stadjes bezocht,

Vakwerkhuizen

gesmuld in een Tortenparadies aan de Moezel (want haring met slagroom en braadworst met zuurkool zijn dan misschien geen culinaire apotheosen, de Duitse taarten zijn fantastisch) en gewoon fijn samen dingen gedaan zonder de hinderlijke aanwezigheid van computer of huishoudelijke beslommeringen. Wandelen, kletsen, kastanjes rapen onder de grootste kastanjeboom die we ooit gezien hadden.

Onder de kastanjeboom

Cato begon iedere morgen met muziek. Ik had een draagbare cd-speler meegenomen en een zwik favoriete meezingers en DJ To ontdekte voor het eerst dat er muzíek uit die haarband met zwarte dopjes kwam.

Duifje heeft zijn spelletjesquotum met de kinderen ruimschoots gehaald. Hij heeft Philip ingewijd in het edele poolbiljartspel (daar leefde hij al naar toe sinds Philips conceptie), we hebben met z’n allen gemidgetgolft. Daarnaast doet vooral Jet graag en veel spelletjes. Een Catannetje hier, een Rummikubje daar. Ze wint vaak, dat motiveert wel.

Rummicub op de veranda

We zaten op een huisjespark met zwembad, dus we hebben ook veel gezwommen. Minimaal een keer per dag, bij voorkeur ’s avonds na het eten, omdat het zo bijzonder is om in een donker park terug te wandelen naar je vakantiehuisje, in de koude septemberavondlucht met de sterrenhemel boven je hoofd. Dat soort dingen onthoud je.

En overdag deze uitzichten. Van mij mag het iedere dag vakantie zijn.

Moezelzicht door de wijngaard

Luizenbol

4 september 2008

Aanvankelijk dacht ik aan een elegant soort kwaal, zoals een gevoelige hoofdhuid. We wisselen nogal eens van shampoo en de laatste aankoop was gewoon te agressief voor mijn delicate huid. Dacht ik.

Dat Philip en Jet ook voortdurend op hun hoofd zaten te krabben, deed geen licht branden, want we gebruiken immers met z’n allen die shampoo. Ik was zelfs, onnozele gans, nog een speciaal serum voor de tere huid bij de drogist gaan halen.

En juist toen ik van plan was om met Jet langs de huisarts te gaan, omdat ze wel erg veel last van jeuk en irritatie bleef houden, begon er iets te dagen. Het zou toch niet…?

Jawel dus.

Luis onder de loep

Gelukkig had ik dit stukje gelezen en een noodoproep onder mijn vriendinnen-met-schoolkinderen bevestigde de strategie: gewoon véél kammen. Geen knuffels in de vriezer, geen dekbedden in vuilniszakken, maar een onvolprezen Nisska-kam en een liter goedkope crèmespoeling.

Moge het een troost zijn voor alle schoolmoeders: wij hebben ze ook.

Gerard ter Borch, De luizenjacht, c. 1652-1653