Boekskes

12 februari 2012

Een klein handje uit de oogst van afgelopen maand. Het zijn allemaal boeken die bedoeld zijn voor jongere kinderen, maar persoonlijk kan ik er ook erg vrolijk van worden.

Neem De Bremer stadsmuzikanten, een rockumentaire van Het Geluidshuis. Je kunt horen dat er tijd en aandacht aan besteed is. Geen luisterboek waar Jan Meng net iets te luid de bladzijde omslaat (hoewel dat ook wel wat heeft), maar een echt hoorspel met goede acteurs en goede teksten. Heel geestig en ook heel Vlaams. Zó Vlaams, dat ik het met een gerust hart tot het vreemdetalenonderwijs durf te rekenen. Het woord microscopisch in ‘een microscopisch kleine stap’ heeft ons een vol kwartier terugspoelen en overspelen gekost voordat ik kon verstaan wat er bedoeld werd met mik-ros-koh-pis.

De dialogen zijn snel en grappig, over de dierennamen is nagedacht. Jos (‘Zjos’)  de os is gewoon leuk omdat het rijmt, maar de haan heet Cocky Bilboa, doet aan freefighten en wordt afgebeeld in prijswinnaarsbadjas als Silvester Stallone in zijn gloriedagen. De kat heet Scat, naar het ‘scatten’ in de jazzmuziek: het zingen met nonsenswoorden in de trant van sh-bee-bop-a-doo-a; waarbij ik onwillekeurig altijd moet denken aan Edwin Rutten, maar dat terzijde. Scat de kat zingt overigens reggae.

Dan zijn er nog de dingen die opvallen als je kind de cd zo vaak beluistert dat geen enkele nuance je meer zal ontgaan. De verwijzingen naar Idols, ABBA en Stromae, subtiel en zonder flauw te doen over de hoofden van kinderen die de grapjes nog niet snappen. Er zijn mooie metaforen, de slechterik is ‘slechter dan een oester van de vorige dag’. En Helmut Lotti in eigen persoon brengt het Bremer bratwurstlied ten gehore. Afijn, je moet hem zelf maar beluisteren. Hier een trailer.

Het volgende boek is prachtig in eenvoud. Vrolijk van Mies van Hout. Het bestaat uit louter bijvoeglijk naamwoorden, emoties, elk met een tekening die het gevoel weergeeft.

Zo genuanceerd, zo razend knap gemaakt, daar kan ik alleen maar paf van staan. Dit visje bijvoorbeeld, dat is heel trots op zichzelf. Dat kun je zien.

En deze is…

precies:  stinkend jaloers.

Het is een boek om honderd keer te bekijken, om bij te verzinnen (‘Waarom zou dat visje bang zijn? Wat gaat het dappere visje doen?’), om eigen emoties of die van anderen in te herkennen. Ik zie er ook wel een schrijfopdracht voor Philip en Jet in, een opstelletje over een van de vissen bijvoorbeeld. Zelfs voor beginnende lezers is het een leukerd, met al die losse woorden.

Over beginnende lezers gesproken: u wist dat er een nieuwe Vos en Haas is, hè? Een echt zwijn is stoer van Sylvia Vanden Heede en Thé Tjong-Khing. En zoals iedereen weet is elke Vos en Haas verplicht voor inwoners van het Nederlands taalgebied. Mag ik u voorstellen: Ever, in worstelpak met luipaardprint.

Ever heeft een strak pakje aan.
Wat ziet hij er stoer uit!
Hij rent en springt.
Hij puft en hijgt.
‘Wat doe je toch, Ever?’ vraagt Vos.
‘Ik trein’, zegt Ever.
Maar dat vindt Vos onzin.
Want er is geen station in het bos.

Uit: Een echt zwijn is stoer van Sylvia Vanden Heede en Thé Tjong Khing

En terwijl de verjaardagslijstjes van al mijn kinderen -degene die kunnen schrijven dan- uit elektronische wensen bestaan (Philip: ‘geld of een laptop’ / Jet: ‘een Sissi-jurk of een iPad’ / Cato: ‘viejaardagslijst van cato: een eige leptop’) doe ik of mijn neus bloed en gooi deze er tegenaan. Tip van collega H.: Het is een boek van Lane Smith.

Over Aap die in een boek zit te lezen en Ezel die tegenover hem in een stoel zakt, laptop op schoot. Ezel begrijpt niets van dat ding van Aap: hoe scroll je naar beneden? Waar moet je de gebruikersnaam invullen? Kun je ermee twitteren? ‘Nee’, zegt Aap, ‘het is een boek.’ Met de sms-versie van Schateiland in emoticons.

Ten slotte nog een aanbeveling van collega E. met bijna dezelfde titel: Een boek van Hervé Tullet.

Tullet maakte ook Een verschil van dag en nacht, het niet in het Nederlands vertaalde maar niettemin noemenswaardige Scribble Book (hier en hier voorbeeldpagina’s) en het spannende De vijf zintuigen met die originele, letterlijk zinnenprikkelende aanpak.

En hij maakte dus Een boek. Toen Cato de kaft zag, was ze niet direct enthousiast. Dat was na twee bladzijden echter volkomen omgeslagen. Het is bijna een app. Maar het is een boek.

Het huis van Tamara

6 februari 2012

Het huis van een prima ballerina
van Pascale Debert

Toen ik deze in de boekwinkel zag, zat er cellofaan omheen. Ik had er nog niet eerder over gehoord, nergens een recensie gezien en ik kon het niet inkijken, maar toch kocht ik het. Alleen op basis van titel, uiterlijke verschijning en uit nieuwsgierigheid. Met twee balletpakjes in huis (één roze, één zwart) en een boektitel als deze kon het haast niet missen natuurlijk, Het huis van een prima ballerina.

Bij thuiskomst begreep ik waarom ik er geen recensies over had gelezen: het is nauwelijks een boek te noemen. Maar het is mooi.


Linksboven: de verpakking, rechtsboven en -midden: de kartonnen meubeltjes, linksmidden: het dagboekje, onder: het uitvouwhuis in vol ornaat

De doos bevat drie onderdelen: een uitvouwhuis, een stapeltje kartonnen meubels en een dagboekje.

Het boekje heeft niet veel om het lijf, twaalf pagina’s in krulletters, maar het idee spreekt tot de verbeelding. Het gefingeerde dagboek van Tamara Karsavina, beroemde Russische ballerina uit het begin van de vorige eeuw, waarin zij schrijft over haar verblijf in Parijs in 1911. Als aardigheidje zijn er ‘aanwijzingen en souvenirs’ in het boekje achtergelaten die je kunt opzoeken in het huis. Leuk als sfeerbeeld, maar de echte charme zit hem (naast de prachtige voornaam van de maakster uiteraard) in de vormgeving.

Het is vooral een beeldschoon speelhuis.

Fantastische kleuren, dik karton, gemakkelijk in te vouwen en open te plooien, zoals de Vlaamse uitgever zegt. Je kunt er een gesloten huis met vier kamers van maken of de binnenmuren naar buiten klappen, met gedetailleerde versieringen en stevige deurtjes en ramen die op elkaar aansluiten en toegang geven tot andere kamers.

De huisraad is iets minder duurzaam, maar even mooi en met net zulk oog voor detail. Jurken in de kledingkast, een trompe-l’oeil tijdschrift op het tafeltje.

Er zitten geen ballerina’s of andere speelpopjes bij, maar een beetje kind weet daar wel raad mee.

En het dagboekje mag dan nep zijn, Tamara Karsavina heeft echt bestaan. Als je haar invult op de tijdlijn, dan zie je dat ze in dezelfde tijd leefde als Pablo Picasso. En als je haar naam invult bij youtube, kun je haar zelfs zien dansen. Alsof je een vlieg op de muur bent van die balletzaal in 1920.

Het huis van een prima ballerina van Pascale Debert, isbn 9789020999464.

Ik ga ervan uit dat u alle boeken en musea uit het eerste deel verslonden heeft en nu met de ziel onder de arm de week ronddoolt. Die baby laat wel op zich wachten, hè? Vertel mij wat. Het kind had er allang moeten zijn. Minstens vijf dagen, als we de weken niet meetellen die Jet en Cato te vroeg waren en waar ik dus min of meer op gerekend had. Over twee weken is het er in ieder geval, anders wordt het er met vereende krachten uitgepeld, zo kreeg ik gisteren te horen. In datzelfde kader kreeg ik deze foto. Om de moraal hoog te houden.

Maar zover is het nog niet, daarom fluks nog wat suggesties om de beschaving in stand te houden. Drie kunstboeken. Ze worden niet meer gedrukt, maar zijn tweedehands nog goed verkrijgbaar.

Gratis brood in 1504 is een van de twee deeltjes ‘Een andere kijk op kunst’ van Ad van der Blom. Aanknopingspunt is het zevenluik Werken van Barmhartigheid van de Meester van Alkmaar, dat in het Rijksmuseum hangt. Van der Blom heeft één paneel, Het spijzigen van de hongerigen, uitgekozen om te vertellen over de Late Middeleeuwen. Als je op de foto klikt, krijg je weer een paar bladzijden in pdf.


Klik op het boek voor een voorbeeldpdf

Omdat het uit de jaren tachtig stamt, ziet het er niet zo gelikt uit: op het omslag na staan er alleen zwart-witfoto’s in en de opmaak is karig. Maar dat doet niets af aan de inhoud. De tekst is goed, Philip (12) vond het een leuk boekje en het is ook mooi als gespreksonderwerp bij de Nederlandse Opstand (Tachtigjarige Oorlog), want het paneel werd tijdens de Beeldenstorm ernstig beschadigd en is later gerestaureerd.    

Het andere deeltje van Ad van der Blom is Gevaar voor kinderen. In dezelfde trant gemaakt als Gratis brood, weer prima geschreven en voer voor gesprekken. Het perspectief ligt hier op Lucas van Leyden, Jan van Scorel, de Beeldenstorm en de Bethlehemse kindermoord. Ook hier kun je op het plaatje klikken om het in te kijken.

Klik op het boek voor een voorbeeldpdf

Van de Middeleeuwen naar de moderne kunst. Omdat ik zelf niet zoveel heb met (post)moderne kunst, vind ik het vaak lastig om de kinderen op z’n minst de gelegenheid te geven zelf een eerlijke mening te vormen. De Waanders kinderkunstboeken zijn vaak erg goed, zoals Mondriaans alfabet en Escher, tovenaar op papier, maar een poosje geleden vond ik WateenKunst!van Klaas de Jong, met twaalf moderne werken van onder anderen Kandinsky, Christo (van de ingepakte brug), Warhol en Rob Scholte.  

Klik op het boek voor een voorbeeldpdf

De voorbeeldbladzijden zijn niet helemaal jofel, want het boek was te groot voor de scanner, dus ik heb wat foto’s gemaakt van de inhoudsopgave, het voorwoord en de inleiding, zodat je in ieder geval een indruk kunt krijgen.

Verder kijk ik erg uit naar deze, een Gouden Boekje over de Nachtwacht van Jan Paul Schutten en Martijn van der Linden dat binnenkort verschijnt.  En ten slotte kreeg ik van Lydia  nog een suggestie voor Kunst met grote mensen: Avontuur met Titia van Simon Vestdijk en Henriëtte van Eyck, ook over de Nachtwacht. Hier een fragment uit het boek.

  • Gratis brood is onder meer hier verkrijgbaar, Gevaar voor kinderen hier, Wateenkunst! hier en hier en Avontuur met Titia kun je hier nog op de kop tikken.
  • Bij het paneel Het spijzigen van de hongerigen uit Gratis brood vond ik deze site met beeldmeditaties. Aan de hand van iconen, glas-in-lood, bekende en minder bekende kunstwerken wordt een bijbelse en/of kunsthistorische uitleg gegeven. Leuke bijkomstigheid: naast geschreven tekst is iedere uitleg ook voorgelezen en te beluisteren op de site. Daarnaast vind je er heiligen op naam of kalenderdag en is er een leeswijzer om snel te vinden wat je zoekt.    
  • De Waanders kinderkunstboeken staan ook op het boekenlijstje onder Kunstgeschiedenis. Ze zijn soms moeilijk verkrijgbaar, maar de Kunstboekwinkel heeft er nog veel. En uiteraard de bibliotheek.

Nee, de baby is er nog niet. En zolang de baby er niet is, gaat het dagelijkse ritme gewoon door. De kinderen lopen als Oempa-Loempa’s in een chocoladefabriek achter me aan om te helpen waar nodig. Vaatwasser uitruimen, was wegleggen, boodschapje doen, groente schoonmaken, koken, veters strikken (die van mij en van Cato) – tijd genoeg om te praten, te vragen, te lachen en te filosoferen. De clubjes en sporten kabbelen voort, Sint-Maarten kwam en ging, vriendjes scharrelen hier en daar, er wordt buiten gespeeld en gelogeerd, Sinterklaas kwam (heel vroeg) en bleef.

Zo nu en dan rollen de Oempa-Loempa’s me als een Violet Beauderest naar tafel of bureau zodat ik kan helpen met hun werk, want ook dat gaat gewoon door. De uitjes staan momenteel op een laag pitje, maar wat we niet in het echt kunnen zien, halen we ergens anders vandaan. En omdat u anders ook maar duimen zit te draaien tot mijn bevalling, deel ik mijn bronnen gul en graag. Geen kefir, geschiedenis of knutselen ditmaal, maar kunst.

Zo is daar vers uitgekomen: Nacht in het poppenhuis van Anna Woltz en Thé Tjong Khing.

Gemaakt ter gelegenheid van ‘XXSmall’ in het Haags Gemeentemuseum, de nieuwe tentoonstelling vol miniatuurhuizen: van 17e-eeuwse chic via een Gerrit Rietveldhuis tot Victor & Rolf- en ADO-poppenkamers.

In Nacht in het poppenhuis gaat Willemina logeren bij haar tante Sara. Tante heeft een poppenhuis dat alleen bekeken mag worden, niet aangeraakt. Als Willemina even alleen in de kamer is, kan ze zich niet beheersen en breekt per ongeluk een figuurtje van het poppenhuis. ’s Nachts sluipt ze uit bed om haar fout te herstellen en het beeldje te lijmen. Maar dan komen de bewoners van het huis tot leven. En ze zijn not amused met wat Willemina heeft gedaan.

Een van de pronkstukken van de tentoonstelling in het Gemeentemuseum is geleend uit het Haags Historisch Museum, waar we al vaker naar de poppenhuiskamer gingen kijken. Voor de illustraties in Nacht in het poppenhuis heeft Tjong-Khing duidelijk gebruikgemaakt van het mooie oude pand aan de Korte Vijverberg:

Op bol.com kun je acht voorbeeldpagina’s van Nacht in het poppenhuis inzien.

En als je nou niet hoogzwanger bent en gewoon naar Den Haag gaat om de tentoonstelling te bezoeken, dan loop je natuurlijk meteen even binnen bij het Mauritshuis. Het Gemeentemuseum zit weliswaar aan de andere kant van de stad (mooi te combineren met Museon en Omniversum), maar het Haags Historisch ligt op drie Oempa-Loempa’s verwijderd van het Binnenhof en het Mauritshuis.

Ik schreef hier over de audiotour, maar het Mauritshuis heeft ook een heel verdienstelijke kindergids. Zonder een bezoek aan het museum is hij al de moeite waard, en als je langsgaat, is het helemaal leuk om alvast wat schilderijen in het boek te bekijken of na afloop nog eens na te gaan wat je echt gezien hebt. Het is te koop in de museumwinkel, maar met isbn 9789081472319 kun je vast ook wel bij je plaatselijke boekhandel terecht en bovendien hebben veel bibliotheken het in collectie. Op de site van het Mauritshuis kun je het boek hier doorbladeren. Omdat de tekst daar moeilijk leesbaar is, heb ik zelf nog een piepkleine selectie ingescand – als je op het plaatje klikt, opent het in pdf.

Klik op het boek voor een voorbeeldpdf

Nog een mooie kindergids is die van het Rijksmuseum: Ik zie, ik zie wat Rembrandt ziet. Anders dan die van het Mauritshuis bevat deze gids minder informatie en meer mogelijkheden tot zelluf-doen: stickers, voelplaatjes, tekeningen. Je kunt hem meenemen in het museum, dan leidt hij je rond langs topstukken als het poppenhuis van Petronella Oortman, Het melkmeisje van Vermeer en Winterlandschap met ijsvermaak van Avercamp. Je kunt de gids ook bestellen in de museumwebwinkel en hem gebruiken als snuffel- en stickerboek. Als je op het plaatje hieronder klikt, opent er weer een pdfje met voorbeeldpagina’s.

Klik op het boek voor een voorbeeldpdf

En als je met stalpoten thuiskomt van het rondlopen door al die prachtige musea, dan zet je de kinderen achter een toepasselijk dvd’tje. Bijvoorbeeld uit de box Kunst voor kinderen. Acht luchtige tekenfilms van een halfuur over Leonardo da Vinci, Rembrandt van Rijn, Edgar Degas, Claude Monet, Michelangelo Buonarroti, Vincent van Gogh, Mary Cassatt en Andy Warhol. Zo kom je de winter wel door.

—-

Handig:

Levende geschiedenis

4 november 2011

Als de dagen weer gaan korten, heb ik altijd zo’n behoefte aan mooie verhalen. Ik ben blij dat ik op een plek woon waar we seizoenen meemaken, geen landklimaat met zes maanden veertig graden en zes maanden min twintig. Ieder jaargetijde heeft z’n betovering, maar de herfst is wel extra lekker. De schoonheid, de geuren. Alles is zowel melancholisch als zinnelijk, wegstervend als verwachtingsvol. Zelfs the cold November rain is charmant.

En dan verhalen, hè. Goeie films, ontroerende boeken, echte vertellers. De fijnste uren in de collegebanken vond ik die in het najaar, ’s morgens met een plastic bekertje koffie hoorcollege Middeleeuwen. Mijn moeder heeft dat als ze terugdenkt aan de meester van de vijfde klas, die zo geweldig kon voorlezen. Altijd wegdromen, altijd te weinig tijd.

Gelukkig zijn er nog heel wat meesters en juffen te vinden die hun verhalen de wereld in strooien. Je kunt een mooie film of roman tot je laten spreken, maar ook verhalen pakken die echt gebeurd zijn: geschiedenis.

Op de lijstjes bovenaan de pagina staan geschiedenisboeken voor kinderen van alle leeftijden, maar ik wou nou eens een suggestie doen voor na de kindertijd. Ik kom namelijk nog steeds mensen tegen die denken dat geschiedenis saai is, of moeilijk.

Neem de reeks Ooggetuigen van Geert Mak en René van Stipriaan. Daar is niks saais aan. De titel zegt alles: het zijn ooggetuigenverslagen van mensen die erbij waren; die met eigen ogen alle spannende, ontroerende, alledaagse en bijzondere dingen hebben gezien waarvan wij soms alleen nog een jaartal weten.

Zoals de telegrafist van de Titanic, die opschreef hoe hij de laatste uren op de boot meemaakte. En Julius Caesar, die vertelt hoe hij de winter van 54 voor Chr. beleefde, ter hoogte van Maastricht. Of iemand die verslag doet van een Antwerpse hagenpreek met duizenden toehoorders in 1566.

Lees vooral het verhaal van Faedo, een leerling van Socrates, die erbij was toen zijn meester de gifbeker dronk. Faedo en zijn medestudenten hadden moeten huilen, waarop Socrates zei: ‘Wat doen jullie nu, raren.’ Hij vertelt hoe Socrates nog even rondliep, totdat het gif zijn benen zwaar maakte en hij moest gaan liggen.

En wat te denken van Constantijn Huygens, die in 1630 twee ‘aanstormende schildertalenten’ tipt, een zekere Jan Lievens en Rembrandt van Rijn. Onthoud die namen, daar gaan we meer van horen.

Het begon met Ooggetuigen van de vaderlandse geschiedenis en inmiddels zijn er vele delen verschenen: van wereldgeschiedenis tot Gouden Eeuw en onlangs De jacht op het meesterwerk, een verzameling reportages uit de kunstgeschiedenis die een beetje doet denken aan De aap van Rembrandt. Het mooie van deze bundels vind ik dat de verslagen allemaal zo menselijk zijn. Niet van horen zeggen, maar echt opgeschreven en daarna verzameld, voor ons vertaald en gebundeld.

Tot slot wil ik je meenemen naar de hoorcolleges van mijn lievelings-verteller: professor Herman Pleij. Niemand kan zo prachtig uitweiden, zijpaadjes inslaan en even gemakkelijk weer terugkomen op de hoofdroute als hij. Gooi er een kwartje in en je hebt de hele avond plezier.

Ik heb drie piepkleine stukjes neergezet van zijn hoorcollege Middeleeuwen. Ik weet dat de Middeleeuwen doorgaans niet bekendstaan als de meest sprankelende periode in onze geschiedenis, maar laat je eens verrassen. Niet met het idee ‘dit moet ik onthouden’ of: ‘hoe zat het ook alweer met de symboliek in de Mariken van Nimwegen’. Alleen luisteren en je laten vermaken.

De volgende fragmenten gaan over het beeld dat veel mensen van de Middeleeuwen hebben: schranspartijen in kastelen, carnavaleske toestanden, ongerepte natuur. Je zit zo in de collegebanken met je plastic bekertje koffie, of achterin de klas bij de meester van de vijfde. Hij staat voor je:

En ik kondig hem voor je aan met de beginregels uit Karel ende Elegast:

Vraye historie ende al waer
Maghic u tellen. Hoerter naer!

Ons beeld van de Middeleeuwen – de braderie:

Stank in de Middeleeuwen:

Verveling in de Middeleeuwen:

Nu segghet Amen allegader.

———

Muizenhuis

19 oktober 2011

Voor Cato was het geen probleem om een boek uit te zoeken ter ere van de Kinderboekenweek. Er waren wel zeven boeken die ze wilde hebben. En als ze nog even doorzocht, hadden het er ook negen kunnen zijn. Terwijl ik samen met haar de planken en tafels doorzocht, groeide de stapel in mijn armen. Van een nieuwe bewerking van Don Quichote via diverse sprookjes tot een knopjesgeluidenboek van Thomas de trein, Cato is niet kieskeurig.

De winkel had ook een voorleesmeneer die alles uit de kast trok om de nieuwste boeken te pluggen. Telkens als Cato even halt hield bij een boekenplank, zeeg hij naast haar neer op de grond en begon op luider stemme een dialoog voor te dragen, terwijl hij het prentenboek omhoog hield. Daarmee won hij onmiddellijk Cato’s hart en kreeg ik het betreffende boek erbij in handen gedrukt: ‘Deze ook, mam.’

Toen we uit alle boeken een stukje gelezen hadden en ze van mij echt, echt moest kiezen, werd het Het muizenhuis van Karina Schaapman. Inderdaad een schattig boek om te zien. Prachtige, grote platen, nostalgische taferelen.

Nou heb ik een zwak voor Karina Schaapman, alleen al vanwege haar moed en levensloop. Iemand die naar eigen zeggen nauwelijks kan spellen en toch pamfletten schrijft tegen vrouwenhandel en prostitutie. Dat vind ik stoer, dat vind ik mooi. En ze kan ook nog knutselen. Alle foto’s in Het muizenhuis zijn gemaakt in het huis dat Schaapman zelf voor de muizen gemaakt heeft. Een drie meter hoog paleis van kartonnen dozen met trappetjes, huisraadjes en honderd kamertjes.

De details zijn betoverend, je blijft kijken. En daar moet het boek het ook van hebben. Eigenlijk hadden ze het beter tekstloos kunnen maken, want eerlijk gezegd vind ik de verhaaltjes een stuk minder goed. De ideeën zijn zo leuk: een schatkistje, een voddenboer waar de muizenkinderen altijd mogen helpen, een lantaarn die spannend licht geeft zodat zij denken dat hun eigen schaduw een indringer is. Je kunt er prachtige verhalen mee maken. Maar het is gewoon slecht geschreven.

‘Super’ en ‘reuze’ komen te pas en te onpas in kapitalen voorbij, op het irritante af. De titels beloven veel, maar de avonturen zijn geen avonturen. Ook niet op kleuterniveau, zoals bij Jip en Janneke en Floddertje wel het geval is. Vaak onbreekt er een clou en soms gewoon een heel einde. Bij wijze van diepgang wordt het verschil tussen de bevriende muisjes weergegeven als ‘alles wat Sam te veel heeft, heeft Julia te weinig en andersom’. En vervolgens blijkt dat nergens uit.

De beste graadmeter, Cato zelf, is ook onverbiddellijk. Hoewel ze het boek hoogst persoonlijk gekozen heeft, bleek ze thuis nauwelijks drie verhaaltjes uit te kunnen zitten. Paulus de boskabouter met zijn deftige woorden en Rintje van Sieb Postuma kunnen haar nooit lang genoeg duren, maar bij Het muizenhuis hing ze ondersteboven achterstevoren te zuchten en ging demonstratief koprollen maken om de tijd te doden.

Ik had in de boekhandel wel een vermoeden na het lezen van twee verhaaltjes, maar de platen zijn zo prachtig, dat ik me kon voorstellen dat Cato er vaker dan drie keer in zou kijken. En dat is ook zo. Zij en Jet gebruiken het voornamelijk als kijkboek, waarin ze van alles herkennen uit hun eigen leven. De muizen gaan niet naar school, hebben geheime hutten en kopen koekkruimels zoals zij zelf ook weleens op de markt mogen kopen. Er komen babymuisjes en waterpokken. Het werkt heel inspirerend.

Ze zijn al dagen met fimoklei in de weer om taarten en koek te maken. Ze hebben een winkelvoorraad geboetseerd met zeep, kaas en stokbroden. Jet heeft nu het plan opgevat om servies te kleien: muizenborden en -bekers, mooie schalen om de kleizoetigheden op te serveren.

Muisjes waren er al. Toen Jet een jaar of vier was, had ze een favoriet prenteboek: Annie Rose, het kleine zusje van Alfie van Shirley Hughes. Er was één bladzijde waar Jet geen genoeg van kon krijgen. Dat was de plaat waarop Annie Rose aan het spelen is met een klein ladenkastje en een muizenfamilie die erin mag wonen.

Dat leek Jet zo prachtig. Ze wilde niets liever dan ook een ladenkastje met muisjes. In een opwelling van ongekende creativiteit heb ik toen voor haar verjaardag zelf een muizenfamilie gemaakt, van wolvilt. En na lang zoeken vond ik zelfs een kastje met laatjes als behuizing.

Het is geen huis met honderd kamers zoals Karina Schaapman gemaakt heeft, maar Jet en Cato zijn er blij mee. Ze zijn zelfs bezig met gezinsuitbreiding: Jet naait babymuizen en Cato maakt een muis met waterpokken. De foto’s in het boek gebruiken ze als inspiratie, want die blijven beeldschoon. En de verhalen verzinnen ze zelf.

Kinderboekenweek 2011

15 oktober 2011

De kinderboekenweek gaat dit jaar geruislozer aan ons voorbij dan anders. Daar zijn verschillende redenen voor, maar een ervan is dat het krentenbolletje zich vermenigvuldigd heeft tot een mandje met krentenbollen: Philip en Jet hebben ook waterpokken gekregen. Philip heeft als peuter een lichte versie gehad, maar die bescherming bleek onvoldoende tegen al het geweld waar Cato mee thuiskwam. Foto’s zal ik u besparen, neem van mij aan: de medische encyclopedie is er niks bij.

Om de traditie niet helemaal in het water te laten vallen, strompelden we deze week alsnog naar de boekwinkel. Misschien lag het aan mijn gebrek aan betrokkenheid de afgelopen tijd (ik heb nauwelijks recensies gelezen, ben nergens goeie tips tegengekomen), maar de oogst was karig. Eigenlijk is alleen Cato geslaagd, waarover later meer.

In de categorie Jet was niets te vinden. De schappen staan vol Francine Oomens, Paul van Loons en Geronimo Stiltons, maar daar houdt Jet niet van. Floortje Zwigtman en Simone van der Vlugt zijn nog te ‘groot’, Enid Blytonachtige kostschoolboeken worden niet meer gemaakt en het plankje non-fictie is schandalig klein. Op de terugweg zijn we voor haar maar langs de bibliotheek gegaan om Het grote meisjesboek mee te nemen.

Philip viel ook buiten de boot. Hij wilde Kampioen van Corien Oranje, die leek hem gaaf. En mij ook, want ik moest al huilen bij het promotiefilmpje.

Maar onze queeste bij de boekhandel was tevergeefs. Dat lag niet aan de leeftijd van het boek (splinternieuw uitgekomen) noch aan de inhoud (de hoofdpersoon is een held, conform het thema van de Kinderboekenweek), maar -je lult het niet- aan de levensovertuiging van de schrijfster. Niet dat Kampioen doorspekt is van psalmen op hele noten, maar Corien Oranje publiceert bij een christelijke uitgever. Daarom valt zij in een dubieus segment en zijn haar boeken niet te koop bij de gewone boekwinkel. Zie ook dit blogstukje van een seculiere, wat zeg ik, atheïstische schrijver die het er niet mee eens is.

Het goede nieuws is: het kinderboeken-weekgeschenk is ontzettend leuk. Iedereen die een jongetje van 3, 5, 11, 14 kent of ooit getuige is geweest van een jongenskinderpartijtje, herkent Bert en Bart. De tak die een zwaard wordt, de barbie die onthoofd aan de deurkruk gebonden is.

Bert en Bart willen de wereld redden met een stofzuigerstang en een gootsteenontstopper, maar hun moeder vindt al dat geweld niet goed. Pas nadat ze elfjes geschilderd hebben en bomen geknuffeld, krijgen ze hun wapens terug – als ze die maar niet meer als wapens gebruiken. Maar ja, dan komen er Zurghs om de aarde te vernietigen. Niet alleen leuk voor jongetjes.

O, niet vergeten om naar de Kinderboekenmarkt te gaan!

Wij zouden net als voorgaande jaren ook gewoon gegaan zijn, ware het niet dat ik een buik heb waar de wolf van de zeven geitjes jaloers op is. Als ik me over een waterput zou buigen, was het gedaan. En je weet maar nooit wat er kan gebeuren in zo’n verhalende omgeving, straks zit ik ineens met een dwerg die me mijn kind wil afnemen tenzij ik zijn naam raad. Dus ik hou me gedeisd en lijd in stilte.

Laat je overigens niet misleiden door die namen onder de ooievaar op de poster, daar is iets misgegaan. Naast schrijvers staan er ook mensen op die zich uitdossen in een pak van Dikkie Dik, Geronimo Stilton of Kikker in een poging de boel aantrekkelijk te maken. Dom, dom, dom. Maar dit jaar zien we het door de vingers. Ga dus gewoon naar Den Haag. Het Kinderboekenmuseum ligt naast het treinstation en als je graag met de auto wilt, kun je op een steenworp afstand op het Malieveld parkeren. Geen enkel excuus om niet te gaan. Bovendien komen er veel meer schrijvers dan op het affiche staan, de leukste staan er zelfs niet eens bij.

Als je nog geen kinderboekenweekgeschenk in huis hebt, loop vandaag dan nog gauw even naar de boekwinkel. Voor inspiratie kun je de top dries bekijken die ik vorig jaar verzamelde onder lezers:

Nog twee lijstjes met aanbevelingen van ouders:

En naast Kampioen van Corien Oranje past dit boek ook erg mooi bij het thema Superhelden van de kinderboekenweek: