Voorleesoogst

17 juli 2014

Ik mag het graag met een tuintje vergelijken, zo’n stapel boeken. Er zit van alles tussen. Voedzaam maar lelijk als een selderijknol. Beeldschoon en vluchtig als lathyrus. Of veelbelovend maar leeg, als een prachtig uitziende radijs, die vanbinnen voos en hol blijkt te zijn. En natuurlijk zijn er talloze doperwtjes, aardbeien en snijbonen die zowel mooi als lekker zijn.

Hieronder een lijstje bonte, sprankelende, oude, nieuwe, maar vooral gevarieerde voorleesboeken voor verschillende leeftijden. In willekeurige volgorde.

Atlas

Atlas van Aleksandra Mizielinska en Daniel Mizielinski. Perfect vakantieboek. Op weg naar Italië alle landen opzoeken waar je doorheen rijdt, hangend in een wankele kampeerstoel op een camping in Frankrijk of thuis op je buik in het gras: je blijft kijken, lezen, kijken. Hieronder alvast Nederland en België, klikken voor groot.

Wel jammer dat er geen register in staat, maar het is dan ook geen naslagwerk. Het zijn gewoon meer dan vijftig landkaarten met strooigoed voor je ogen. ISBN 9789401409285. Alle leeftijden.

Wonder van R.J. Palacio, het mooiste boek dat ik in jaren las en de kinderen (7, 11 en 14) waren het met me eens. Hier een bespreking. ISBN 9789045114163. Voorlezen vanaf een jaar of 6.

Lindbergh

Lindbergh van Torben Kuhlmann. U dacht dat Charles Lindbergh als eerste de oceaan over vloog? Neen, mijnheer. Er staat weinig over in de schoolboeken, maar zo nu en dan verschijnt er een boek dat een tipje van de sluier oplicht. Hij was het.

Dat muisje dat uren doorbracht in de bibliotheek en naar Amerika wilde. Hij oefende, oefende – met z’n zelfgeknutselde vleugels. De eerste pogingen mislukten natuurlijk. Maar hij ploeterde voort. Totdat hij, daar rechts, vloog.

Een snoepje van een boek, met bijna honderd platen die stuk voor stuk in een lijstje gehangen kunnen worden. Het is een beetje Muizenhuis meets Shaun Tan, maar de teksten zijn net iets beter dan die van Het muizenhuis en het verhaal is net iets minder surrealistisch dan De aankomst. ISBN 9789051163582. Alle leeftijden.

Geschiedenis van de Lage Landen van Jaap ter Haar. Klassiek en dat is niet voor niks. Met Philip (15) lees ik nu het vierde deel: Op de drempel van een nieuwe tijd. Niet gemakkelijk, maar Jaap kan goed vertellen en eindelijk snap ik nu zelf ook hoe het zat met de patriotten en alle Willems. Dik en groot, geen strandboek – meer voor als je ’s avonds na de barbecue aalbessen zit te eten en de telefoon uit de hand van je kind hebt kunnen wrikken.

De uitgave van 2005 is het mooist, met veel illustraties. Op het geschiedenislijstje staan de ISBN’s van alle delen. Vanaf een jaar of 13, 14.

In hetzelfde genre, maar een stuk handzamer is de Ooggetuigenreeks. Als we bij Jaap ter Haar over Napoleon lezen, checken we of er uit diezelfde tijd ooggetuigenverslagen zijn. Dan krijg je bijvoorbeeld het verhaal van een ontstelde Franse adjudant die erbij was toen Napoleon zich terugtrok bij de Berezina. Of je leest wat er ondertussen elders in de wereld gebeurde: een verpauperd Amsterdams meisje vertelt hoe hun kelderwoning overstroomde, een Groningse matroos ziet voor het eerst New York. Bij ieder verhaal merk je hoe je blik verruimt en je perspectief exponentieel uitdijt. Wie wil dat nou niet? Hier meer over de verschillende Ooggetuigen.

Buurman leest een boek van Koen Van Biesen. Bijzonder prentenboek met swingende, jazzy cd. Warre Borgmans heeft hem al voor je voorgelezen met een Vlaamse tongval waar je zelf toch nooit aan kunt tippen, dus eigenlijk kun je deze gewoon op de achterbank gooien en meeluisteren. Hier een voorproefje van 2 minuten.

Cato (toen 6) heeft hem een tijdlang grijsgedraaid en de rest van het gezin werd er niet eens gek van (al moet ik zeggen dat we tot veel bereid waren, na de cd van Violinde uit Sprookjeswonderland). ISBN 9789058388018. Vanaf een jaar of 3.

Een sprookje van Blexbolex. Fantastisch, wat een boek. Ik had aanvankelijk weinig verwachtingen, want ik hou van verhalen, niet van losse woorden, en dit sprookje bestaat voornamelijk uit losse woorden. Toch is het het ultieme verhaal. Een verhaal dat zeven maal opnieuw begint, telkens uitgebreid wordt, verschilt in nuance, in spanning toeneemt en waarin je vooruit en terug wilt bladeren om te zien wat er gaat komen en hoe het ook alweer was. Bijkomend voordeel: doordat onalledaagse woorden niet geschuwd worden (defilé, impasse, tuimelingen), groeit de woordenschat onder je ogen. En toch is het geen moeilijk boek, want ieder woord krijgt een knallende illustratie en maakt deel uit van een echte context. ISBN 9789044820362. Vanaf piepklein, maar nog leuker om samen met een 7- of 10-jarige te lezen.

De ridder die niet slapen wilde (en zijn paardje Parcival) van Randall Casaer. Gloedjenieuw en erg tof.

Over een ridder die voor het slapengaan absoluut al zijn wapens nog moet uitproberen. Hij is gewoon gemaakt om ridderlijke dingen doen: met zijn hellebaard de lakens doorklieven, schieten, hakken, houwen. ISBN 9789058389336. Vanaf 0 jaar, voor alle kinderen die graag amok maken.

Meneertje Streepjespyjama in New York van Michaël Leblond en Frédérique Bertrand. Van het verhaal moet je het niet hebben, maar de illustraties zijn zo bijzonder dat je er zeker de handen voor op elkaar krijgt. Door het inlegvel over de tekening te schuiven komt de pagina tot leven. Er zijn straten met razend autoverkeer, flikkerende lichtjes in de stad en ritselende bladeren aan de bomen in Central Park. ISBN 9789044818154. Vanaf 2 jaar.

Deze hoed is niet van mij van Jon Klassen. Ik ga er niet te veel over zeggen, maar het is een van de geestigste prentenboeken die ik ken (samen met Superheldjes en Slaapkamernachtdieren van Loes Riphagen). Uiterst simpel maar zo grappig, heel knap. ISBN 9789025754914. Vanaf 3 jaar (aan jongere kinderen gaat de clou voorbij, vermoed ik), maar een voorleesfeest voor alle leeftijden.

De vleugels van Wouter Pannekoek van Anke de Vries. Weet je nog wel, oudje? Hoe zou het zijn om bij de dokter twee pleisters te kunnen halen die je onder je schouderbladen plakt, en waar ’s nachts vleugels uit groeien? Wat zou je dan allemaal kunnen meemaken? Fantastisch voorleesboek vanaf een jaar of 6. ISBN 9789056378257.

De vakanties van de kleine Nicolaas van René Goscinny en Jean-Jacques Sempé. Of elke willekeurige Nicolaas, for that matter. Zolang er nog iemand bestaat die hem niet gelezen heeft, blijf ik erover dazen. Ter introductie zou je kunnen beginnen met De kleine Nicolaas, maar als je in vakantiesferen wilt blijven, kun je ook meteen deze pakken.

Klik voor pdf van het eerste hoofdstuk.

Alle Nicolazen zijn magistraal vertaald door Marijke Koekoek. Het is onbegrijpelijk dat ze niet opnieuw worden uitgegeven, maar tot die tijd zou ik zeggen: op naar de bibliotheek. ISBN 9789045013930. Vanaf een jaar of 5, maar ook geweldig voor 12- en 16-jarigen en alles wat daaronder of -boven zit.

Architecture pigeons

Architecture according to pigeons van Speck Lee Tailfeather (met medewerking van Stella Gurney en Natso Seki). Bij uitzondering een Engelstalige; ik kan er ook niks aan doen dat ze hem niet vertaald hebben. Toch is ie het vermelden waard, want hoeveel kinderboeken over architectuur vanuit duivenperspectief zijn er nou helemaal?

Hier bijvoorbeeld de Murder Ring aka Colosseum. Of La Sagrada Familia, onder duiven beter bekend als The Forest of Dreams.

Mocht je deze zomer Rome aandoen, Barcelona of Parijs – of gewoon lol hebben in het kijken naar de Taj Mahal of het Opera House in Sydney; een betere gids dan Speck Lee kun je niet treffen. ISBN 9780714863535. De Engelse leeftijdsindicatie is 7+, maar dat zegt niet veel voor Nederlandse lezers: jongere kinderen kunnen de platen blijven bekijken, oudere begrijpen de tekst.

Wonderschoon

11 maart 2014

De moeder van August Pullman houdt net zo veel van haar kinderen als ik. Al voor hun geboorte had ze dromen en grootse plannen. De beste opvoeding zouden ze krijgen: niet te strikt, niet te vrij, veel ruimte voor eigenheid, maar nooit ten koste van anderen. Geen buitensporige veeleisendheid om haar eigen tekorten te compenseren, en toch altijd een duwtje in de rug als iets moeilijk zou worden. Ik denk dat we in veel dingen op elkaar lijken, de moeder van August Pullman en ik. Misschien waren de eerste drie jaar van ons moederschap wel een beetje hetzelfde. Maar bij de bevalling van ons tweede kind werd het zo anders, dat je je dat nauwelijks kunt voorstellen dat we ooit dezelfde toekomstdromen voor onze kinderen hadden.

Zo ging het toen August geboren werd: ‘Toen ik uit haar buik kwam, werd het heel stil in de verloskamer. Mijn moeder kreeg niet eens de kans om me te bekijken, want de aardige zuster rende meteen met me naar buiten. Mijn vader ging zo snel achter haar aan dat hij de videocamera liet vallen, en die brak in een miljoen stukjes.’

De dokters denken dat het jongetje de nacht niet zal overleven. ’s Morgens mag de moeder haar zoon voor het eerst zien.

‘Mijn moeder zegt dat ze haar tegen die tijd al alles over me verteld hadden. Ze had zich voorbereid op de kennismaking met mij. Maar toen ze voor het eerst in mijn kleine verfrommelde gezichtje keek, zegt ze, zag ze alleen maar wat een mooie ogen ik had.’

August heeft een gezicht waar je je geen voorstelling van kunt maken. Zijn ogen staan anderhalve centimeter lager dan gemiddeld en hangen aan de uiteinden schuin omlaag. Hij heeft geen jukbeenderen, een piepklein kinnetje en het lijkt alsof zijn wangen van zijn gezicht afdruipen als kaarsvet van een kaars. Zijn hoofd is ingedeukt ter hoogte van zijn oren, alsof iemand er met een enorme pincet in geknepen heeft.

En dan volgt er een boek, zo mooi, dat je het liefst over iedere seconde van het leven van August Pullman wilt lezen. Over die geweldige ouders en hoe zij met hun kinderen omgaan; zowel met August als met zijn oudere zusje Olivia. Over alle situaties waarvoor ze hun zoon zouden willen behoeden, maar waarvan ze weten dat ze hem er juist een duwtje in de rug bij moeten geven.

Wonder is niet het zoveelste boek over anders-zijn, maar een boek over gewoon zijn. Er zijn. Over omgaan met dingen die op je pad komen. Met mensen die op je pad komen. Over stille bemoedigingen en staande ovaties. Over liefde die geen angst kent.

Mensen zoals August Pullman zie je niet vaak. Dat komt niet alleen omdat er weinig kinderen geboren worden die er zo uitzien, maar ook omdat we er in onze maatschappij voor kiezen om mensen al snel achter een hoog hek en een dichte deur te plaatsen (zoals we zagen toen we de kinderen van de blauwe vogel bezochten). Keurig bij elkaar, zodat de rest van de gewone, mooie, intelligente, handige mensen het niet hoeft te zien, niet hoeft te helpen en er geen last van hoeft te hebben.

Wonder is het mooiste kinderboek dat ik in jaren las. En Philip, Jet en Cato zijn het met me eens.

Wonder van R.J. Palacio

Kijk naar de vogels

7 februari 2014

Aesopus had gelijk. En de BBC bewijst het. Ken je de fabel van de kraai en de kruik?

Een dorstige Kraai zocht al een tijd naar water. Na lang rondvliegen zag ze een grote Kruik.

Eindelijk drinken, dacht ze, maar dat viel tegen. De Kruik was maar halfvol en de hals was smal. Veel te smal voor de Kraai om bij het water te kunnen. Toch was ze niet van plan de moed op te geven. Ze keek rond, zag een hoop grind en kreeg een idee.

Eén voor één ging ze de steentje oppikken, en één voor één liet ze die door de hals van de Kruik vallen, net zolang tot het water aan de rand van de hals stond. En toen kon de slimme Kraai eindelijk haar dorst lessen.

Uit: Imme Dros, Meer fabels van Aesopus

Dan denk je: dat is slim. Voor een vogel. We weten dat chimpansees hele gereedschapskisten in elkaar knutselen om een termietenheuvel uit te porren en we kennen de valse trucs van sommige dieren die er alles aan doen om je van je werk te houden. Maar vogels?

Dus wel.

—-

  • In de driedelige serie Inside the Animal Mind laat Chris Packham het allemaal zien. Nog niet in Nederland, wel op BBC Two – dinsdag 11 februari wordt het laatste deel uitgezonden. Volgens The Guardian zou Packham zelfs best eens de troonopvolger van Sir David kunnen zijn. Maar daar wil ik nog niet aan. De koning is nog niet dood.
  • Van Aesopus’ fabels bestaan talloze uitgaven, waarvan twee in het bijzonder de moeite waard zijn.
    • Imme Dros’ bewerking in twee delen, met illustraties van Fulvio Testa: De fabels van Aesopus en Meer fabels van Aesopus.
    • De berijmde versie van Maria Donkelaar en Martine van Rooijen, Bovenin een groene linde zat een moddervette haan, verluchtigd door Sieb Posthuma. Deze leest het lekkerste voor en is verreweg het mooist, maar wel heel vrij bewerkt. Ik vind het zelf leuk om ook de originele verhalen te kennen.

    Hier een gratis versie, vrij van auteursrechten. Het is een Nederlandse bewerking van Aesop for Children (1919) door Koen Van den Bruele met platen van Milo Winter. Als je op het plaatje klikt, openen de fabels in pdf.

    Klik voor pdf.

De kracht van lezen

18 oktober 2013

Hij leest! Dat mag voor u geen spectaculair nieuws zijn, ik vind het iedere keer weer fantastisch. Mijn kinderen zijn namelijk geen geboren lezers. Ze hebben altijd van vóórlezen gehouden, luisterboeken en realtime voorlezen. Maar echt boeken zelf lezen, dat was harder werken.

Ik begreep er niks van. Wie wil er nou niet wegkruipen met een dik boek? Dat heb ik al gewild zolang ik me kan herinneren. Maar mijn kinderen wilden helemaal geen dik boek. Wel strips. Tijdschriften. Van die grote informatieve boeken met veel foto’s en een ruime bladspiegel. Op zich geen probleem: lezen is lezen. Het wordt overal bevestigd; als je er maar plezier aan beleeft, is het goed. Toch zat het me dwars. Ik geloofde in plezier als voorwaarde, maar wist ook dat dat niet automatisch betekent dat een kind op eigen initiatief overstapt op leesboeken. Zeker niet in een tijd en omgeving met zo veel makkelijker te verteren alternatieve media.

Nou en? zou je zeggen. Dan lezen ze geen omvangrijkere boeken voor hun plezier. Dan houden ze het bij tijdschriften. Nou en?

Het punt is dat ik ervan overtuigd ben dat het lezen van boeken, van romans en non-fictie, boeken met alleen letters, waarin de tekst het woord doet, onmiskenbare voordelen heeft. Het sterkt je concentratievermogen (met drie uur lezen gebeuren er andere dingen in je hersenen dan wanneer je drie uur naar de televisie kijkt), het vergroot je woordenschat meer dan welke gesproken conversatie ook en door de zinnen te zien krijg je de hele Nederlandse grammatica met alle uitzonderingen en rariteiten op een presenteerblaadje – zonder dat je er een werkboekje voor hoeft in te vullen. Bovendien, niet onbelangrijk: het kan zalig zijn om op te gaan in een verhaal.

Om te weten hoe het is om je zo in een boek te verliezen dat je een heerlijk gevoel krijgt, moet je het wel eerst meemaken. Mijn zoon heeft een poosje gedacht dat hij optimaal gelukkig kon zijn als hij een computerspel speelde. Ik wist zeker dat dat niet waar was; al was het alleen maar omdat hij na lang gamen een allesbehalve gelukkige indruk maakte. Tijdens het gamen trouwens ook niet. Ik vind gamen niet slecht of verkeerd, maar je hoeft geen gave van opmerkzaamheid te bezitten om te zien dat mijn kind echt minder gelukkig is als hij zijn voornaamste levensdoelen laat afhangen van een computerspel.

Ik wilde dat mijn kinderen aan den lijve zouden ervaren dat je optimaal geluk ook uit andere dingen kan halen. Uit muziek luisteren, muziek maken, lange gesprekken voeren, sporten, lezen, koken. In plaats van alleen te verbieden, wilde ik dat ze alternatieven leerden kennen. Echt kennen; niet van horen zeggen. In de hoop dat ze, als ze straks alleen op die studentenkamer zitten, niet hun heil zoeken in urenlange gamesessies of televisiemarathons -omdat ze het dan lekker zelf mogen uitmaken- maar dat ze ergens in hun hoofd, in hun hart en lijf wéten dat er een andere manier is om je lekker te voelen.

Ik heb mijn kinderen dus overgehaald te lezen. Gedwongen is het woord niet, maar ik heb wel alle media-alternatieven op gezette tijden geëlimineerd. Verder was ik heel coulant. Ze mochten net zo vaak van boek wisselen als ze wilden, ze hoefden het nooit uit te lezen, we gingen samen op zoek naar het genre of de schrijver die ze het mooist vonden. Maar ze moesten wel lezen.

Dat was niet altijd makkelijk. Er waren genoeg momenten dat ik het handiger had gevonden om ze achter een schermpje te laten zitten. Dat zeg ik niet om te laten zien hoe voorbeeldig consequent ik ben in de opvoeding (want dat ben ik niet), maar om te laten zien dat het bij ons tijd kostte. Veel mensen denken dat mijn kinderen van nature vaatwassers uitruimen, geschiedenis leuk vinden, helpen in het huishouden, boeken lezen.

Dat is niet zo. Het ging niet vanzelf. Zoals veel dingen bij ons niet vanzelf gaan: een hand geven als je je voorstelt. Pas beginnen met eten als iedereen aan tafel zit. Handen wassen nadat je naar de wc geweest bent. Ruzies vreedzaam oplossen. Verschillende smaken lekker vinden door van alles één hapje te proeven, ook al denk je dat je het niet lust. Rekening houden met andere mensen. Je afgeknipte teennagels in de vuilnisbak gooien. Boeken lezen.

Het een kost meer moeite dan het ander, maar om bij lezen te blijven: na een paar jaar gebeurde er zoiets moois. Toen kwam er vanzelf een boek dat ze niet meer wilden neerleggen. Dat ze per se uit moesten lezen. Waarvoor ze zelfs hun schermtijd vergaten.

Nu hoorde ik laatst iets waarvan ik bijna van mijn stoel viel: door vijftien minuten te lezen, leren kinderen duizend nieuwe woorden per jaar.

Door iedere dag 15 minuten echt te lezen, komen er zo’n 1.146.000 woorden per jaar voorbij. En van die 1,1 miljoen woorden leer je ongeveer 1000 nieuwe woorden, ieder jaar opnieuw.

Het is natuurlijk geen nieuws dat lezen goed is, maar ik bedoel: duizend nieuwe woorden, dat is veel. En het opbouwen van een woordenschat is cumulatief, hè, hoe meer woorden je kent, hoe makkelijker je nieuwe woorden leert. En als je veel woorden kent, neem je informatie beter op. Onthoud je dus beter wat je gelezen hebt.

Als kers op de taart kreeg ik deze link. Een lezing van Stephen Krashen, emeritus taalprofessor en autoriteit op het gebied van tweedetaalverwerving. Krashen pleit voor vrij lezen op iedere school (Sustained Silent Reading) en presenteert hier onderzoeksresultaten die laten zien dat kinderen die lezen beter worden op ieder gebied van taal: ze zijn beter in grammatica dan kinderen die grammatica-instructies krijgen, ze hebben een grotere woordenschat dan kinderen die woordenschatoefeningen doen. Dat is nog eens goed nieuws voor mijn kinderen, bij wie ook spelling en grammatica niet vanzelf gaan.

Ik heb het filmpje in twee keer bekeken, maar als je geen tijd hebt voor alle 56 minuten, kijk dan in ieder geval minuut 2:45 tot 12:45 en minuut 15:26 tot 21:36. Krashen heeft een keuvelende en duidelijke manier van vertellen. Na afloop zou je denken dat het bijna vanzelf gaat.

—-

  • In deze brochure staan de voordelen van lezen nog eens op een rij, inclusief bronvermelding (opent als pdf).
  • De informatie over die duizend nieuwe woorden per jaar komt uit verschillende onderzoeken, waaronder Cunningham & Stanovich (2001),’What reading does for the mind’, Journal of Direct Instruction, 1/2, 137-149 en Suzanne Mol (2010), To read or not to read.

Kinderboekenweek 2013

12 oktober 2013

Hij is al bijna voorbij, maar gelukkig heb je nog een hele zaterdag om alle planken van de kinderboekenwinkel af te scharrelen. Mocht je kind hockey niet kunnen missen, dan kun je vandaag natuurlijk als verrassing zelf een boek uitzoeken. Geen idee welke? Hier een lijstje dat je op weg zou kunnen helpen. Ik vroeg aan thuisonderwijzers wat de favoriete boeken waren die zij het afgelopen jaar gelezen hadden en dit was het resultaat.

  • Roald Dahl, De reuzenperzik. ‘Favoriet van dit moment!’ (meisje van 7 jaar).
  • Patrick McDonnell, Tijd voor een knuffel. ‘Wat een mooi en lief boekje’ (meisje van 2,5 jaar).
  • Monica Furlong, Heksenkind. ‘Mijn eigen lievelingskinderboek, nu gekocht voor een meisje van 11 jaar.’
  • Jan Terlouw, Zoektocht in Katoren en Koning van Katoren (jongen van 12 jaar).
  • Astrid Lindgren, Karlsson van het dak. ‘Onze topper van dit moment!’ (voorgelezen aan jongen van 7 en meisje van 6 jaar).
  • Corien Oranje, Kampioen ‘Prachtig, past ook bij het thema van de Kinderboekenweek!’ (jongen van 11).

Klik op de foto voor meer over dit boek.

  • Thea Beckman, Saartje Tadema (jongen van 12 jaar).
  • Roald Dahl, Daantje de wereldkampioen (voorgelezen aan jongen van 7 en meisje van 6).
  • Cornelia Funcke, Reckless en Levende schaduw. ‘En vervolgens begon mijn zoon (12) meteen weer in het eerste deel, Reckless, om het te herlezen.’
  • Rick Riordan, De bliksemdief. ‘Plus alle overige delen van de Percy Jacksonreeks.’ (voorgelezen aan jongen van 10, gelezen door meisje van 14 jaar).
  • Tonke Dragt, Verhalen van tweelingbroers (voorgelezen aan jongen van 11).
  • Jeff Kinney, Het leven van een loser. Zwaar de klos! ‘En alle andere delen’ (getipt door twee gezinnen: een jongen van 12 en een jongen van 13).
  • Joke van Leeuwen, Het verhaal van Bobbel die in een bakfiets woonde en rijk wilde worden. ‘Als luisterboek voor kinderen van 6, 7 en 11.’
  • Thea Beckman, Geef me de ruimte en Triomf van de verschroeide aarde (jongen van 12 jaar).
  • Theo Thijssen, Kees de jongen. Jet (11) vindt het nooit makkelijk om een nieuw boek te kiezen. Ze geniet van het herlezen van oude favorieten, en veel recente kinderboeken doen haar niets – soms door de manier waarop het geschreven is, soms vanwege het onderwerp. Omdat ze wel erg van Tom Sawyer houdt, dacht ik dat ze Kees de jongen misschien ook leuk zou vinden. Ze vindt het fantastisch. Met het luisterboek, voorgelezen door Jan Meng, is ze uren geboeid.

  • Karlijn Stoffels, Mosje en Reizele. Ook van Jet (11). Ze vraagt de hele tijd wanneer Philip het boek nou eens gaat lezen – het heeft diepe indruk op haar gemaakt.
  • Sylvia Vanden Heede, Vos en Haas op zoek naar koek. Populairste slaapmutsje van Victoria (bijna 2). Ze kan nog niet zo veel woorden zeggen, maar wel ‘vos’, ‘haas’, ‘uil’ en ‘koek.
  • Susanne Collins, De hongerspelen. Plus de overige delen uit de reeks. De hongerspelen was het eerste boek dat Philip (14) las nádat hij de film al gezien had. Het sloeg in als een bom. Het boek is volgens hem veel mooier. Hij heeft alle delen herlezen.
  • Tonke Dragt, De torens van februari. Nog een van Philip (14). Hij is de laatste tijd van science fiction gaan houden en vond deze erg de moeite waard.
  • René Goscinny, De kleine Nicolaas. Niet origineel, maar ik kan er niks aan doen. Het is nu eenmaal de grote hit op dit moment. We hebben twee delen uit en Cato (6) was naarstig op zoek naar meer. Gelukkig zijn er nog twee Nicolazen om avond aan avond te lezen.

En dan nog een speciale vermelding voor Imme, een meisje van 10 jaar dat heel veel favoriete boeken instuurde:

  • Ulysses Moore. Het geheim van Villa Argo. Imme: ‘Ulysses heeft 12 delen. Het is heel spannend en er zijn meestal heel veel verhaallijnen van mensen, maar die mensen voegen dan weer samen. De boeken zitten vol mysteries (sommige worden niet opgelost).’
  • Michelle Harrison, De 13 schatten. ‘Het is heel spannend en het heeft een open einde. Soms is het eng, maar dan wel leuk-eng.’
  • John Flanagan, De Grijze Jager. Immes moeder: ‘Elf delen en het twaalfde komt eraan. Dat deze serie jongensboeken genoemd wordt, daar is Imme het zó niet mee eens. Er zitten ook meiden in die van wanten weten. Zelfs een vleugje romantiek.’
  • Vivian den Hollander, Alleen Beer mocht mee. ‘Het boek is niet eng, maar wel zoals het geweest is. Mooi boek!’ Immes moeder:Wow! Moeilijke materie (Jappenkampen) goed verwoord, zonder dat het een tranentrekker wordt. Het hangt een beetje van het kind af of je voorleest of zelf laat lezen.’
  • Hans Kuyper, Nacht, stikdonkere nacht. Immes moeder: ‘Leukste gedichtenbundeltje, al jaren. Ieder gedicht is totaal anders en toch heel passend bij hoe een rover uit een bende van veertien zo klein geworden is. Blijft grappig om te lezen en voor te lezen.’
  • Lida Dijkstra, Wachten op Apollo. Hoe Arachne in een spin veranderde en andere mythen. ‘Leuke mythen en verhalen. Wat ik niet leuk vind is dat je niet te weten komt op het einde of Cornix weer prinses wordt. Immes moeder: ‘Dit is niet geschreven om zelf te lezen. Dit móet je voorlezen. Knappe raamvertelling met X-factor! Vrij naar de Metamorfosen van Ovidius.’
  • Tonke Dragt, De brief voor de koning. Met stip op een.

Imme: ‘Het boek is heel spannend! Na elk hoofdstuk wil je weer verder lezen.’ Immes moeder zegt: ‘Daarnaast heeft ze in de zomer als campingkost andere kinderklassiekers gelezen: PjotrBriefgeheim en Koning van Katoren van Jan Terlouw en De gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren. Ze is dol op queesten. Een soort adventure/fantasy maar dan zonder de mythische wezens die je om de oren vliegen zoals bij Harry Potter of Tolkien.’

Meer inspiratie vind je in de lijstjes van voorgaande jaren:

Carmiggelt

7 oktober 2013

Vandaag is zijn honderdste geboortedag. Je zou hem misschien niet direct in de Kinderboekenweek situeren, maar toch doe ik het. Ik vind dat alle jongeren hem moeten kennen. En omdat hij niet verkleed in een muizenpak over de Kinderboekenmarkt zal paraderen, al was het alleen maar omdat hij al vijfentwintig jaar dood is, zullen we hem zelf bij onze kinderen moeten introduceren. Ze hoeven trouwens niet per se te lezen, ze mogen ook naar hem luisteren. Naar dit verhaal bijvoorbeeld.

Het is een beetje traag en hij gebruikt meer metaforen dan de laatste jaren gebruikelijk is, maar het is ontroerend, grappig, herkenbaar. Carmiggelt kon mensen als geen ander typeren. Je zou het aan de huidige generatie jongeren kunnen uitleggen als een soort Koefnoen op papier. Maar dan met meer woorden en onbekende mensen.

Toen ik laatst een uitzending terugzag waarin Carmiggelt het verhaal ‘Niks’ voorlas, vroeg ik me af waarom ik het zo bijzonder vind. Er zijn meer columnisten die goed schrijven, er zijn meer ontroerende verhalen. En ineens wist ik het.

In 1963 zei Bomans (wie? Bomans! Scheer je weg, daar heb je op z’n minst Erik van gelezen) het volgende over Carmiggelt: ‘Het ademloos beluisteren en gedetailleerd beschrijven van mensen, waar ieder aan voorbij loopt, is een gave, weinigen gegeven, door één ten volle benut.’

Dat ademloos beluisteren was in 1963 dus al bijzonder. Maar vijftig jaar later is het nog veel bijzonderder. Als ik vroeger, in het pre-smartphonetijdperk, op een terras zat, landerige puberdagen sleet met rondhangen op de Dam of met het openbaar vervoer reisde, dan raakte ik met mensen in gesprek. Een halfuur in bus 35 naar mijn opa en oma in Tuindorp en ik had minstens één Kronkel van Carmiggelt aan den lijve ondervonden. Altijd was er wel een mevrouw met een watergolf die vertelde over haar kleinkinderen, haar schoondochter die K had, haar zoon met de goeie baan en onenigheid met zijn baas. Nog maar acht jaar geleden gebeurde dat ook regelmatig, als ik met andere ouders stond te wachten bij de gymnastiekclub of zwemles. Nu maak ik het nauwelijks nog mee.

Weer een reden om Carmiggelt te introduceren. Als tijdsbeeld van mensen die elkaar aanspraken op straat om zomaar een praatje te maken, waarna ze weer hun eigen weg gingen, ieder met een mooi verhaal erbij.

Dankjewel!

4 oktober 2013

Alsjeblieft, een bloemetje voor jullie. Een veld vol IJslandse lupines als dank omdat jullie in één dag tijd al zo groots hebben gedeeld, geschreven en getekend. En dat voor zo’n piepklein onderwerpje.

De lupines heb ik gepikt van mevrouw Rumphius, het is tenslotte Kinderboekenweek.

In the evening Alice sat on her grandfather’s knee and listened to his stories of faraway places. When he had finished, Alice would say, “When I grow up, I too will go to faraway places, and when I grow old, I too will live beside the sea.”

That is all very well, little Alice,” said her grandfather, “but there is a third thing you must do.”

“What is that?” asked Alice.

“You must do something to make the world more beautiful,” said her grandfather.

“All right,” said Alice. But she did not know what that could be.

Uit: Miss Rumphius van Barbara Cooney

Helaas niet vertaald in het Nederlands, maar niet ingewikkeld en erg mooi.