Cato en Freek

6 september 2013

Varaan. Door Cato, 6 jaar.

Na het avondeten, tijdens het afruimen, stond Cato hard met een tafelmes tegen de tweezitsbank te slaan. Ik ben gewend aan jachtpartijen door het huis, pijltjesgeweren die plotseling om een hoek van de deur steken en gebakkelei na het eten, maar dit was nieuw. Ik vroeg wat ze aan het doen was. ‘Met een kapmes moet je altijd schuin en ván je af slaan’, zei ze. ‘De meeste gewonden in de jungle vallen door lompheid met dit ding.’

Ach, natuurlijk. Freek. Cato heeft sinds enige tijd een nieuwe liefde. Met Stoere Bink is het allemaal wat bekoeld, want Cato bezoekt de laatste tijd veel minder gala’s en haar baljurk heeft ze verruild voor comfortabele kleding. Zo gaat ze op safari, of op avontuur in het oerwoud. Met Freek.

Freek is Stoere Bink in het kwadraat. Hij durft dingen waarvan zelfs Cato soms haar handen voor haar gezicht moet houden en hij weet verschrikkelijk veel. Ik noem maar wat, hij weet gewoon dat de varaan een hard rugpantser heeft, maar een zachte buik die hij te allen tijde wil beschermen. En dat de Surinaamse zwerfspin vet gevaarlijk is, maar tóch gaat Freek op een meter afstand op zijn buik liggen om de spin aan Cato te laten zien. Van die dingen.

Cato zit aan de buis gekluisterd en brengt ons op gezette tijden op de hoogte van de ins en outs van het dierenrijk. ‘Zal ik wat vertellen over de witte haai?’, vroeg ze van achterop de fiets terwijl we naar het strand reden. ‘Graag’, zei ik. ‘De witte haai heet zo’, ging ze verder. ‘omdat hij een witte buik heeft. En hij maakt een belangrijk stofje aan, squalamine, waar we medicijnen van kunnen maken.’

Philip en Jet krijgen er op even gezette tijden een punthoofd van. ‘Mam’, zei Philip, ‘weet je wat Cato zei toen ik haar iets wilde uitleggen over de lama? Ik vertelde dat een lama soms spuugt, en toen zei ze: “Ja, hij brengt zijn maaginhoud naar boven.” Dat is toch niet normaal?’

Boze tongen beweren dat Freek in zee is gegaan met iemand met een laag decolleté en een veel te goed kapsel, maar Cato weet beter. Het is een kwestie van tijd, dan gaan ze samen de hort op. Onbekende verten ontdekken. Ze bereidt zich al goed voor, want Cato speelt regelmatig Freekje door het hele huis. In alle kamers zet ze knuffeldieren neer die op een of andere wijze door Freek bezocht zijn en in haar meest camouflagekleurige outfit loopt ze rond om het publiek te onderwijzen. Toen ik twee plastic girafjes aan haar gaf en zei dat die misschien als moeder en kind konden dienen, wees ze me erop dat deze specifieke figuren nooit bij elkaar konden horen. ‘Kijk maar naar dat vlekkenpatroon.’

Vorige week waren we in de dierentuin, Jet, Cato, Victoria en ik. We stonden lang bij de giraffen te kijken, die telkens hun kop omhoog staken tot vlak voor ons gezicht. Naast me stond een jongetje van een jaar of zes, met een bril en een pleister op zijn oog. Hij tikte me op mijn schouder. ‘Kijk’, zei hij, ‘dat is een mannetjesgiraf. Dat kun je zien, want hij heeft geen pluimpjes op zijn kop. Die zijn afgesleten omdat hij met andere mannetjes om een vrouwtje heeft gevochten.’ Cato boog langs me heen en keek het jongetje aan. ‘Dat heb je van Freek’, zei ze.

  • Freek heeft twee dvd’s: Freek op safari en Freek in het wild. Hij wordt ook nog steeds uitgezonden op Zapp, op werkdagen rond 17.00 uur.

Ha, courgette! (reprise)

28 augustus 2013

Omdat het seizoen in volle gang is en ik vorige week weer hulpeloos om me heen stond te kijken op zoek naar een slachtoffer, omdat alle buren in een straal van honderd meter zich achter de bank verstoppen als ze zien dat ik voor de deur sta met alweer zo’n heerlijk maaltje groente, daarom nog een keer: Ha, courgette!

Wij pachters van een volkstuin, wij hebben een zesde zintuig. Nochtans bewerken wij geconcentreerd het land, maar zodra het tuinhek piepend opengaat, weten wij of er een vaste tuinder of een onregelmatige bezoeker binnenkomt.

In het eerste geval volstaat een hoofdknik, in het tweede geval zetten wij het op een lopen om de andere volkstuinders de loef af te steken. Wij hollen de gast tegemoet, onder iedere arm een courgette ter grootte van een prehistorische knots. Als wij de argeloze bezoeker genaderd zijn, vragen wij quasi-nonchalant: ‘Heb jij misschien nog interesse in courgette?’

Ach, het is zo’n dankbare plant. Zo heel anders dan de kapucijner, die vertroeteld wenst te worden, opgebonden, gewied rond de wortels. Nee, dan de courgette. Na een incubatietijd van drie weken vensterbank kun je hem gewoon aan zijn lot overlaten. Met een beetje mazzel hoef je alleen een zaadje in de grond te stoppen; zon en regen doen de rest.

Het is een moestuingroente die garant staat voor een weelderige bloei en oogst. Je ziet de eerste kleine courgette, 10 centimeter groot, en denkt: ik wacht nog even, nog éven, tot hij zo groot is als die bij de groenteman. Als je drie dagen later komt, ligt daar het formaat van een kinderarmpje. En wanneer je hem onverhoopt nog even laat zitten, heeft hij de omvang van het dijbeen van een volwassen man.

Machtig mooi natuurlijk, met twee courgetteplanten (eentje voor ’t verlies) kun je bijna dagelijks oogsten. Maar na een paar weken plukfeest merk je toch wat bedrukte gezichtjes bij de kinderen. Het is een heikel punt op de volkstuin. Mijn buurvrouw zei van de week: ‘De kleinkinderen houden er echt van, maar laatst begonnen ze te huilen toen we weer courgettesoep aten.’

Dus wat doet een mens in zo’n geval? Nadat hij alle passanten een groene knots in de maag gesplitst heeft (‘Nee? Weet u het zeker? Ook niet voor de buren?’) snijdt hij er een paar door de roerbak, de risotto, de pastasaus en de chili sin carne (fijngehakte courgette lijkt net gehakt). En dan liggen hem nog drie flinke jongens aan te kijken, iedere keer als hij de koelkast opendoet. In zo’n geval wisselt men recepten uit.

Zes keer courgette. De cake heb ik zelf nog niet geproefd, maar is wel uit de eerste hand; een tuinbuuf garandeerde me dat ie heerlijk is.

Ratatouille

Ik kende ratatouille uit de pan, maar sinds ik deze ovenvariant op de verjaardag van vriendin V. gegeten heb, maak ik hem alleen nog maar zo. De foto klopt niet helemaal, want ik snij courgette en aubergine in plakken in de lengte. Dit plaatje komt wel het dichtst in de buurt bij wat ik zocht – op de rest van de ratatouillefoto’s zag je een roodachtige massa met brokjes courgette en aubergine, zo ziet het er niet uit als het uit de oven komt.

Ingrediënten:

• courgette
• aubergine
• tomaat
• knoflook
• olijfolie
• twee handen basilicum

Snij courgette en aubergine in dunne plakken in de lengte (iets dikker dan met een kaasschaaf), tomaat in plakjes of kwarten.

Leg in een ovenschaal, olijfolie erover, knoflook fijngesneden. Met je handen omhusselen, zodat de olie overal goed zit. Basilicum scheuren en erover strooien.

20 minuten in de oven op 180 graden. Zowel warm, lauw als koud erg lekker.

———-

Courgettecarpaccio

Ingrediënten:

• courgette, liefst kleine van maximaal 15 cm. die zijn rauw het lekkerst
• olijfolie
• 3 tenen knoflook
• pijnboompitten
• parmezaanse kaas of grana padano

Courgettes in dunne plakken snijden, iets dikker dan met de kaasschaaf. Flink wat olijfolie in een platte schaal, knoflook uit de pers erbij. Courgetteplakken goed door olie-knoflook husselen en even laten staan.

Serveer de plakken op een bord, pitjes erover en parmezaanse kaas.

———-

Indiase courgette

Ons oudste courgetterecept. John haalde het een jaar of vijftien geleden uit een Indiaas kookboek of een themanummer van Allerhande, de bron kan ik niet meer precies achterhalen. Maar het was in ieder geval de eerste keer dat ik courgette lekker vond.

Ingrediënten:

• courgette in blokjes
• blikje tomatenpuree
• olijfolie
• fenegriek, kurkuma, komijn, koriander en gember (of kerrie, daar zitten al deze kruiden ook in, en een beetje meer)

Olijfolie in de pan, kruiden erbij en even laten simmeren totdat het de geur gaat afgeven.

Voeg de tomatenpuree toe, minuutje roeren en courgette erbij. Husselen totdat alle courgette bedekt is met tomaten-kruidenmengsel en paar minuten laten koken. Courgette is dan nog knapperig. Bijgerecht.

———-

Courgettesoep

Ingrediënten:

• 3 courgettes in blokjes (of zo’n grote)
• twee uien
• veel knoflook
• bouillonblokjes
• olijfolie

Uitje-knof fruiten in olie, courgetteblokjes erbij en even laten meesudderen.

Twee liter water toevoegen, aan de kook brengen en bouillonblokjes toevoegen. Zet het vuur laag en kook 20 minuten. Daarna de soep pureren met staafmixer of in de blender tot een glad geheel.

Verder is het aan te vullen met van alles en nog wat – ik gebruik het zelf soms als basis voor groentesoep. De versie van Aschwin lijkt me ook lekker.

———-

Salade van courgettelinten

Basissalade van courgette (met olie, citroensap, zout, peper, bieslook of gesnipperde rode ui, knoflook). Neem net als bij de carpaccio ’t liefst kleintjes, die zijn rauw het lekkerst. Aan te vullen met van alles en nog wat: tomaat, blauwe kaas, olijven, zalm, munt, rode peper.

———-

Courgettecake

Zoals ik al zei, ik heb hem zelf nog niet geprobeerd, maar hij werd me van harte aanbevolen. Ik zag dat er ook zoete varianten in omloop zijn met walnoten en suiker, maar deze is hartig, met kaas. Het recept heb ik overgenomen van deze site.

Ingrediënten:

• 1 grote courgette, grof geraspt
• 100 gram boter of margarine
• 5 eieren
• 300 gram zelfrijzend bakmeel
• 1/2 theelepel zout
• 200 gram geraspte boeren belegen kaas
• 100 gram pijnboompitten

Verwarm de oven voor op 250 graden.

Laat de boter zachtjes smelten zonder bruin te laten worden.

Klop eieren los, schenk de gesmolten boter erbij en klop nog ongeveer 5 minuten door.

Voeg bakmeel en zout toe en mix het geheel tot een gladde massa.

Schep de geraspte courgette, kaas en pijnboompitten door het beslag.

Giet het mengsel in een ingevette cakevorm en bak 10 minuten in de oven.

Draai de temperatuur terug tot 175 graden en bak de cake in een uur gaar.

Een andere versie staat hier. Daar heet het taart in plaats van cake, maar die lijkt me ook lekker, met oregano en marjoraan. Ziet er zo uit:

 

Deze had u nog te goed. Hij is van een paar weken geleden, maar het is de week die ik op foto gezet had voordat mijn computer ontplofte. Die computer is nog niet helemaal gered, maar de foto’s wel. Uit lijfsbehoud heb ik besloten dat het niet uitmaakt voor de reportage; geen week is gelijk. Als ik vorige week had genomen, had u wat meer korte mouwen gezien, twee dansvoorstellingen en Wiplala in plaats van De wind in de wilgen. Ik hoop dat u het me zult vergeven. Hier komt de week van Cato.

Dit is Cato. Cato is zes jaar. Als ze op school had gezeten, zat ze in groep twee. Maar Cato zit niet op school.

Volgens de vastgestelde kerndoelen van het primair onderwijs zou Cato nu horen te weten dat men een boek van voor naar achter leest en een bladzijde van boven naar beneden, niet andersom of willekeurig. Ze zou de begrippen kleinste, middelste, grootste moeten kennen en van 1 tot 10 kunnen tellen.

Ook is groep 2 het moment waarop Cato dient te weten dat er zoiets bestaat als ‘lezen’ en ‘schrijven’ en dat dat twee verschillende dingen zijn. Mocht een zesjarig kind hierin nog geen onderscheid kunnen maken, dan geven de kerndoelen handige tips om een en ander vlot te trekken: ‘Benoem als leerkracht je handelingen: “Ik schrijf eerst even op dat (…) ziek is.” of “Hé op dit briefje lees ik dat we morgenmiddag vrij zijn.”’

Als ik zou willen, zou ik een uitgebreide administratie kunnen bijhouden van alle vorderingen. Er zijn leerlingvolgsystemen met lange, lange lijsten waarop ik kan aanvinken of Cato al weet dat je een bladzijde van boven naar beneden leest. En of haar motoriek wel op schema ligt.

Opdracht uit observatieboekje Leerlingvolgsysteem groep 1-2.
Bron: testen-en-toetsen.blogspot.nl

Sommige mensen kunnen zich nauwelijks voorstellen dat ik het aandurf om Cato zonder leerlingvolgsysteem op te voeden. Maar ach, wat zal ik zeggen? Ik hou ervan om gevaarlijk te leven. Mijn aangeboren leerlingvolgsysteem is erg accuraat. U zult het misschien niet geloven, maar als iemand vraagt of Cato al tot 10 kan tellen, dan hoef ik dat niet in een ordner op te zoeken. Ik weet zelfs uit het blote hoofd of zij een groen vierkant van een rode cirkel kan onderscheiden. Net als vóór 1990 zeg maar, toen het volgsysteem werd ingevoerd.

Cato heeft nog geen vakken die zij dagelijks moet doen. Tot een jaar of zeven, acht vind ik het belangrijk dat de kinderen zo veel mogelijk spelen en voorgelezen worden. Dat hoeft niet per se te gebeuren aan een tafel.

Maar het kan wel.

Die leeftijd van zeven, acht staat niet in marmer gebeiteld. Als blijkt dat Cato volgende week meer leerstructuur nodig heeft, komt die er. Als ze weinig initiatief zou tonen, landerig zou zijn, veel om schermtijd zou vragen, niet zou spelen. Maar zolang haar dagen drukbezet zijn rondom het leef- en leerritme van het gezin, gaat Cato mee zonder rooster. Net als wij allemaal leert ze het meest van het proefondervindelijk leven: de gesprekken aan tafel, in de auto en het dagelijks lezen in de kinderbijbel, boodschappen doen, meehelpen met koken, omgaan met andere mensen, haar plaats ontdekken in de wereld.

Soms heeft ze periodes waarin ze net als Philip en Jet een vakkenpakket wil. Het gaat haar eigenlijk niet om de vakken, maar om het afvinken. Dan maak ik een lijst met dingen als tandenpoetsen, voorlezen, een woordpuzzel, een kaart aan oma schrijven, naar streetdance, een spelletje spelen. Hoe uitgebreider hoe beter. Met een hokje ervoor om af te kruisen. Drie dagen lang is ze dan druk aan het vinken en afwikkelen; activiteiten die ze normaal uit zichzelf doet, maar die op papier ineens officieel zijn. Vervolgens ontdekt ze de keerzijde van het officiële, dat alle dingen die je voorheen met plezier deed, plotseling minder leuk zijn omdat ze moeten in plaats van mogen. En dan speelt ze weer hele dagen met haar poppen of gaat een luisterboek luisteren terwijl ze eigenlijk ingeroosterd stond voor een bordspel. Dat zie ik dan door de vingers.

Want van spelen leer je zo veel. Je leert de wereld om je heen te begrijpen. Je leert jezelf kennen. Je leert verhalen maken, je concentreren, opgaan in een universum waarin jij heer en meester bent – in plaats van leerling.

En als er dan een andere leerling komt kijken, van een afstandje, dan denk je eerst: ‘Nee, hè…’


Maar dan herinner je je hoe jij je voelt in zo’n situatie. Dat het naar is om weggestuurd te worden. Dat het oneerlijk voelt als mensen ervan uitgaan dat jij wel weer alles zult vernachelen, terwijl je alleen maar wilt leren. En dan geef je je zusje het voordeel van de twijfel.

Zo belangrijk is spelen. Daarom stel ik voor dat iedere kabinetsformatie verplicht vergezeld gaat van een sessie speltherapie. Als opfrissertje.

Daarnaast heeft Cato deze week:

  • Scones gebakken (onder leiding van haar broer, die met dit zusje continu onderworpen wordt aan een opfriscursus Inlevingsvermogen Tonen en Creatieve Oplossingen Verzinnen).

  • Geschreven in haar schrijfboekje (2x). Schrijven is een van de weinige dingen waar we schoolboekjes bij gebruiken. Cato kan al wel blokletters, maar ik vind het belangrijk dat ze een vlot en soepel handschrift ontwikkelt en dat gaat beter met een goede methode dan met zelfgeconstrueerde letters. Bovendien is schrijven niet mijn expertise, dus zoals ik een kookboek gebruik bij moeilijke recepten en een wiskundeboek bij algebra, zo gebruik ik ook de kennis van bekwame, behulpzame makers om mijn kinderen goed te leren schrijven.
  • Gefietst naar de kinderboerderij.

fiets kinderboerderij

  • Engels: onder meer Heckedy Peg en King Bidgood van Audrey en Don Wood voorgelezen, meesters van de lichtval in kinderboekenillustraties.
  • Engels (2x): het programma van de online klas van Rosetta Stone.
  • Ze is spion, prinses en Onzichtbare Man geweest met een vriendinnetje dat de hele middag bij ons was.
  • Ik heb voorgelezen uit De wind in de wilgen van Kenneth Grahame terwijl Cato er een tekening bij maakte van Das in zijn burcht.

  • Biologie: boekenleggers en kaarten gemaakt met de bloemen die we vorig jaar geplukt hadden en lang hadden laten drogen.  Zo lang dat we ze eigenlijk een beetje vergeten waren en het dus een verrassing was dat we op een regenachtige lentedag toch iets fleurigs konden doen. Gekleed voor de gelegenheid.

  • Geëxperimenteerd met de doos ‘Kristallen kweken en edelstenen’ die Cato voor haar verjaardag had gekregen. Wederom in gelegenheidskleding.

  • Zelf gelezen in Job en de duif van Eveline De Vlieger en Noëlle Smit en twee prentenboeken van Max Velthuijs.
  • Geschilderd.

  • Het hele luisterboek De schippers van De Kameleon van Hotze de Roos geluisterd terwijl zij in haar TopModel-kleurboek kleurde.

Cato heeft drie vaste clubjes per week. Streetdance, de woensdagmiddagclub (sport, spel en knutsel met kinderen uit de buurt) en zwemles.

Verder hadden we deze week één uithuizige dag, een bijeenkomst van Cato’s thuisonderwijsclub The Home Learners. De organisatoren doen hun best een afwisselend jaarrooster te maken: de ene keer gaan ze naar een museum, dan weer naar zwembad, speeltuin of hortus. Of er worden workshops gegeven door stagiaires.

Nu stond er een museum op het programma, eentje waar ik zelf niet snel opgekomen zou zijn: het Museum voor hedendaagse Aboriginalkunst in Utrecht. Omdat er minstens zes nationaliteiten vertegenwoordigd zijn bij The Home Learners en alle deelnemende gezinnen per seizoen een activiteit moeten organiseren voor de groep, komt de hele wereld vanzelf langs. Deze keer had een Australische moeder een rondleiding en workshop besproken.

Er valt namelijk heel wat te vertellen over de geschiedenis en de kunst van de Aboriginals. Die schilderijen, hè, dat zijn eigenlijk verhalen. Het lijkt een verzameling stipjes, streepjes en vlekjes, maar zoals bij alles: niets is wat het lijkt. Iedere lijn op het doek heeft een betekenis. Er zijn streepjes die mensen uitbeelden, slangen, vogels.

Met al die symbolen en kronkels wordt duizenden jaren Aboriginalgeschiedenis verteld. De mooie dingen en de verdrietige. Aboriginals hebben geen schrift, daarom vertellen ze hun geschiedenis aan elkaar door met woorden en tekeningen.

Na de rondleiding mochten de kinderen hun eigen verhaal vertellen. Met stipjes en vlekjes en streepjes.

Zo eindigde Cato’s week. Ik heb de kerndoelen er nog eens op nageslagen en ik geloof dat we aardig op schema zitten. Alleen het doel ‘laat zien dat hij naar een ander luistert en geeft gepaste feedback, bijvoorbeeld door te knikken of te antwoorden’ is nog in ontwikkeling. Cato’s gepaste feedback bestaat voornamelijk uit luidruchtige repliek in plaats van een volgzame hoofdknik. Ik geloof dat ik daar nog maar wat remedial teaching tegenaan gooi.

—-

Meer ‘Weken uit het leven van…’:

Hortus

2 juni 2013

Het is misschien niet het eerste waar u aan denkt als de zon doorbreekt, maar wij gingen naar de hortus. De Amsterdamse; voor het eerst. Niet dat we zoveel horti (dat woord heb ik altijd al eens willen gebruiken) op onze naam hebben staan, maar de Leidse en Harense hebben we vaker gezien en vind ik mooier en indrukwekkender. Zo’n goudenregen uit 1601, die bij de poort van de Leidse hortus staat, zo’n levend wezen dat ook al leefde toen Rembrandt en Einstein door de tuin wandelden, daar kan weinig aan tippen.

Maar we gingen dus naar de Amsterdamse. Vriendin E. had een lesprogramma besproken voor onze kleine thuisonderwijzers, een speurtocht die ‘winkelmandje’ heette.

De kinderen kregen tien producten mee waarvan zij de plant, struik of boom in de tuin moesten zoeken. Chocolade bijvoorbeeld. Welke boom zorgt daarvoor? Zijn cacaobonen de zaden, bloemen of vruchten van de boom? Hoe groeit rijst? En koffie? In welk klimaat zou een bananenboom het beste groeien? En een vijgenboom?

We hadden gepland om de grotere kinderen de leiding te geven over een groepje kleine studenten. Maar zoals dat gaat met plannen: die kunnen zomaar veranderen als er betere alternatieven zijn. Er bleken namelijk net zo veel grote als kleine kinderen te zijn. En dan nog een stuk of acht volwassenen.

Nou houdt onze beroepsgroep wel van wat individuele aandacht, maar zeventien begeleiders op tien kinderen is zelfs voor het Centraal Instituut voor Thuisonderwijsnormering aan de hoge kant. Dus pasten wij het draaiboek aan. De jongeren gingen op eigen houtje de tuin in.

Daar hadden ze geen bezwaar tegen. Ze kregen wel een eigen lesbrief mee, om de schijn van educatie en vorming hoog te houden, maar die werd vooral druk bestudeerd als er een volwassene langsliep. Denk minirok en beatlehaar erbij en je zou je zomaar kunnen denken dat hier de dorpsjeugd bij elkaar klit.

Ondertussen gingen wij met de twee jongste groepen en hun mandjes de tuin in. Van de appelboom naar de kruidentuin, van de vlinderkas met rijstpluimen en koffieplanten naar de tropische kas met de rubberboom. Ons clubje had een persoonlijke voorlezer, de zeer getalenteerde en gedreven Miss Maya.

Zij is dat plaatje daar linksachter, met die roze muts. Tussen die andere plaatjes. Serieus hoor, als je te veel naar het nieuws gekeken hebt en ervan overtuigd bent geraakt dat de wereld bestaat uit bloeddorst en lelijkheid, dan moet je met een paar verse mensen met grote ogen en fluweelzachte wangen in een hortus gaan wandelen. Op een zonnige dag. Kun je er minstens tien achtuurjournaals tegenaan.

Cato had die dag een cadeau gekregen dat ze niet meer losliet. Deze thuisonderwijsvriendin kan fabelachtige dingen maken en verraste Catootje met een levensechte Paulus de boskabouter, helemaal van gekleurde wol. Zoals iedereen weet zijn Cato en Paulus gezworen kameraden, en zoiets prachtigs krijg je niet iedere dag.

De Victoria amazonica stond nog niet in bloei, maar de Victoria lagelandica tierde welig. Deze inheemse soort staat bekend om haar ronde constitutie en lucide glans – van heinde en verre komen de mensen haar bewonderen. Daar groeit de Victoria lagelandica van, want terwijl het geboomte van de hortus haar koud laat, gedijt zij opmerkelijk goed op een rijke bodem van intermenselijk contact. Of ornitho-menselijk contact, for that matter.

Hoewel de kinderen zich keurig gedroegen en alle hortusregels (bij elkaar blijven, geen planten aanraken en het grindpad netjes houden) in acht namen, was de Amsterdamse hortus botanicus niet de meest kindvriendelijke plek die we ooit bezochten. Dat is niet erg, zo leer je dat er volwassenen zijn die bij de aanblik van kinderen uitgaan van een rampscenario dat zijn weerga niet kent, maar je kunt je afvragen of schofferen en afblaffen de beste manieren zijn om welgemanierdheid voor te leven.

Het kon de pret niet drukken. Na de speurtocht dronken de dames thee in de Oranjerie, alleen aan een tafeltje, met bestellen en afrekenen en alles, zonder volwassenen. Die zaten een tafeltje verderop. Een waardige afsluiting van een zonnige dag.

Bijna goddelijk

19 november 2012

Later deze week een boek over meesterwerken, nu eerst het mooiste meesterwerk. Je eigen lichaam.

Kijk maar even goed. Ja, ogen naar beneden. Zie je je vingers op het toetsenbord? De kleine kreukeltjes in je huid? En verder naar beneden. Je borsten (of niet), je buik, je benen, je knieën die je over elkaar hebt geslagen.

Je bent prachtig.

Alexander Tsiaras, universitair hoofddocent Geneeskunde van Yale laat zien hoe je zo mooi bent geworden.

Kinderboekenweek 2012

3 oktober 2012

Het is weer kinderboekenweek!

En dus is er weer een Gouden Griffel uitgereikt: aan Winterdieren van Bibi Dumon Tak en Martijn van der Linden.

Ik ben het niet zo vaak eens met de griffeljury – eens in de vijf à tien jaar misschien, maar dit is een van die keren. We hadden hem vorig jaar al en hij is erg mooi. Net als Bibi’s bijzondere beestenboek, maar nu alleen over dieren die aan een van de polen leven.

Drieëntwintig dieren die op zichzelf al bijzonder zijn, maar door de verhalen nog een beetje bijzonderder worden. Eigenlijk heeft elk pooldier zijn eigen biografietje gekregen. Met een portret dat je de adem beneemt.

Hier, zo wil je als walrus toch best de eeuwigheid ingaan?

Schoorl is mooi (2)

15 juli 2012

Had u onze vakantiebestemming al geraden? Het was leuk, hoor. Maar het gekke is, ze willen blijven leren. Iedereen die met jonge kinderen op vakantie gaat weet: vakantie is ook echt vakantie. Halve dagen op een ligbed hangen, vijf boeken in drie dagen, terrasjes, stilte, urenlang tafelen.

Not.

Zo is het met thuisonderwijs ook. Je denkt: we gaan de hele vakantie niks doen. Maar nondeju.

Je neemt een microscoop mee en hij wordt gebruikt.

Dat heb ik de kiem gesmoord natuurlijk. Vakantie is vakantie. Dus heb ik als de wiedeweerga een gids geboekt en we zijn het bos in gegaan om he-le-maal niets te leren. Samen met een ander thuisonderwijsgezin dat ook weleens een dagje rust wilde hebben.

De gids was het ermee eens. Er zou niks geleerd worden.

Hij had tenslotte ook een vrije dag. In het dagelijks leven was hij directeur van een basisschool. Zijn adv-dagen besteedde hij aan IVN-excursies.

Een soort mini-vakanties eigenlijk.

En dat hij af en toe uitlegde hoe je slangenkruid kon herkennen, Amerikaanse eiken van Nederlandse kon onderscheiden en paddestoelen en ander moois aanwees in het Schoorls duingebied, dat zagen we door de vingers.

Net zoals toen hij vertelde dat de Engelse naam voor teunisbloem veel toepasselijker is dan de Nederlandse. Evening Primrose heet hij dan. En wanneer geurt een teunisbloem? ’s Avonds. En waar ruikt hij dan naar? Naar rozen. Cato heeft het onderzocht en bevestigd.

Verder gingen we op visite bij de reus.

Klein Duimpje was in geen velden of wegen te bekennen, dus Cato heeft de honneurs waargenomen. Wat nou: ‘Ik ruik mensenvlees’?

Verder heeft zij het Zwaard uit de Steen getrokken, de Grote Boze Wolf een optater verkocht (en daarmee zowel Roodkapje als de Zeven Geitjes gered), Pinokkio streng toegesproken en alle kabouters de groeten gedaan van Paulus en Kabouter Zandkorrel. Na gedane arbeid was het prettig varen.

In de laatste week van onze vakantie hebben we de kaasmarkt in Alkmaar bezocht. Samen met vierduizend Italianen, Russen, Amerikanen, Duitsers, Japanners en vier bussen Spanjaarden. Op één stadsplein. Dat is aan de drukke kant.

Gelukkig hadden Jet en Cato een vip-pas waarmee ze achter de schermen konden komen, op de plek van de kaasmeesters. Dus terwijl Philip en ik ons een weg door de menigte vochten om iets te kunnen zien, stonden zij comfortabel op het Waagplein.

Mocht u binnenkort een stukje jong belegen aanschaffen, dan is de kans groot dat mijn dochters dit persoonlijk gekeurd hebben: gaatje boren, kaas besnuffelen, buigen en proeven. Het korstje stop je weer terug in de kaas.

Ze moesten ook op de kaaswaag. Cato woog twee kazen. Dat weten we zeker, want de leus van het Alkmaarse kaasdragersgilde is al sinds 1593: ‘Een valse waag is de Heer een gruwel en daarentegen een vol gewicht is zijn welbehagen.’

Daar gingen we dan maar vanuit. Jet woog tweeënhalve kaas.

Het waren fijne weken. Het was zonnig, zomers en gezellig.

En het is ook fijn om weer terug te zijn. Want nu hebben de schoolgaande vriendjes vrij. Alle tijd om niks te leren.

  • Een excursie met een IVN-gids vind ik een van de beste manieren om de omgeving te leren kennen, of het nu je eigen wijk is of een vakantieadres. De gidsen zijn goed opgeleid en weten alle leeftijden erbij te betrekken. Prijzen liggen in mijn ervaring tussen de 35 en 55 euro. Daarvoor krijg je een wandeling van twee uur, voor een groep tot 20 personen (als gezin alleen kan ook, de prijs blijft gelijk). Zeg er altijd even bij hoeveel kinderen je meeneemt en wat de leeftijden zijn, daar passen ze de uitjes op aan. Hier staan alle IVN-afdelingen. Een paar van onze IVN-verslagen staan hier, inclusief foto’s van een onweerstaanbaar schattige Catootje:
  • Sprookjeswonderland in Enkhuizen is sinds jaar en dag een lievelingsuitje van Cato. Philip en Jet zijn de kabouters al een tijdje ontgroeid, maar vinden het park nog altijd gezellig. Het is mooi, groen en ruim opgezet; een stuk kleiner dan de Efteling en daar is de prijs dan ook naar. Het heeft kabouterhuisjes, sprookjesfiguren, een grote speeltuin, een theater, een boemeltreintje en wat attracties, alles op ooghoogte voor kinderen van 2-7 jaar.
  • Als je de Alkmaarse kaasmarkt wilt bezoeken, is een kinderrondleiding aan te raden. De kinderkaasmarkt is hier te reserveren voor 5,50 euro per kind. Het duurt maar een halfuur, maar zo kunnen ze in ieder geval iets zien. En als je het Kaasmuseum bezoekt (gratis met museumjaarkaart) heb je vanuit de ramen een goed zicht op de kaasmarkt zelf.
  • Bij de VVV in Alkmaar is een kinderspeurtocht verkrijgbaar die je dwars door de stad leidt: Code Alkmaar. In anderhalf uur los je de code op, via verhalen over het Alkmaars ontzet, Cornelis Drebbel, een schuilkerk en het Wildemanshofje. Je komt ook langs de rosse buurt, al staat die niet in de speurtocht vermeld. Kosten boekje: 2,50 euro.
  • Voor iedereen die ook niks wil leren is dit een leuk boek: Let’s Do Nothing van Tony Fucile.