Jakob

10 juni 2015

Zo dobber je rond in een zachte zee, behaaglijk schommelend in gedempte geluiden. En zo lig je hulpeloos met uitgespreide armen en samengeknepen vuistjes aan de andere kant van het warme water.

Dan trek je alles uit de kast om vastgehouden en gerustgesteld te worden.

Je bent op je allerzachtst, maakt de liefste piepgeluidjes en ruikt op je aller-, allerlekkerst. Zodra je iets tegen je wang voelt, span je je met al je krachten in om je opengesperde mond zo ver mogelijk naar goede kant te krijgen. Want je weet dat er dan, ergens tussen die wang en het luchtledige, zoete melk en een warme buik liggen te wachten.

Als je dan gerustgesteld bent, durf je zelfs je ogen open te doen. Eventjes maar, om te kijken of het veilig is.

En dan zie je dat er zes mensen op je staan te wachten die voor je willen zorgen. Niet omdat jij zo je best hebt gedaan, maar omdat ze al van je hielden voordat ze je ooit gezien hadden.

%d bloggers liken dit: