Onzekere tijden

16 januari 2014

Een mens vraagt zich af: bestaan er ook zekere tijden? Leven is niet statisch. Er gebeurt van alles, voortdurend. De maakbare mens is een contemporain staaltje hoogmoed. Je kunt ziek worden, een kind krijgen dat extra zorg nodig heeft, je beste vriend kan sterven, er kan brand uitbreken. Of de hoofdkostwinner verliest zijn baan.

Al die tijd wist je dat niets zeker is. Je wist het, maar je realiseerde het je niet. Het heeft ook geen zin om voortdurend beren op de weg te zien. Je kunt toch niet alle toekomstscenario’s dichttimmeren. Iedereen leeft in een zekere overgave, en zolang je niet in een Braziliaanse sloppenwijk woont, wentel je je in vertrouwd comfort dat je slechts nu en dan hoeft bij te schaven, gerieflijk binnen de marge van een paracetamolletje, een zakdoek en een prettig aantal broekriemgaatjes.

Totdat er ineens iets minder comfortabels gebeurt. Dan wordt het sluimerende besef van de onbestendigheid van het bestaan abrupt wakkergeschud en weet je weer: het waren nooit zekere tijden.

Nu John geen werk heeft, is alles even gammel. De beren op de weg zijn groter, niet meer te negeren en je weet niet hoeveel groter ze verderop, net buiten het blikveld nog zullen zijn. Ik droomde een aangepaste versie van het sprookje ‘De tondeldoos’. Ik moest, net als de soldaat in het verhaal, een holle boom binnenstappen, waar ik drie kamers bezocht. In de eerste kamer zat een hond met ogen zo groot als theekopjes. Toen ik die overwonnen had, kwam ik bij een volgende kamer, waar zich een hond bevond met ogen zo groot als molenstenen. Ten slotte, in de derde kamer, wachtte een hond met ogen zo groot als de Ronde Toren van Kopenhagen. Maar waar in het sprookje de kisten gevuld waren met koper, zilver en goud, zat hier iedere hond op een doos van Pandora (ja hoor eens, ik was aan het associëren – zo groot is de stap niet van Hans Christiaan Andersen naar de Hesiodos).

Het belangrijkste wat de soldaat uit het sprookje moest meenemen, was een oude tondeldoos. In mijn droom was het geen tondeldoos, maar een olielampje, tot de nok toe gevuld met olie, waaruit een klein vlammetje brandde dat nooit doofde.

Het zijn onzekere tijden. Er gebeurt van alles, voortdurend. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

%d bloggers liken dit: