Raketgeleerden

30 maart 2012

Nu André Kuipers een beetje door dat heelal dwarrelt, is het goed om te weten dat ook beneden de dampkring de honneurs worden waargenomen.

Jet, Cato en Victoria-op-schoot-bij-Philip volgden een workshop astronautica van een meneer die naar eigen zeggen ‘een beetje in die wereld zit’. Hij vertelde over de geschiedenis van de ruimtevaart, stofzuigerplassen in een spaceshuttle en waarom kinderen geen reisje naar de maan mogen maken: omdat ze in de groei zijn en je spieren krimpen tijdens een ruimterit. 

Voor Philip was veel van de informatie gesneden koek. Zoals tachtig procent van de jongetjes heeft hij keurig alle stadia doorlopen die bij het Y-chromosoom horen: via vuilnisauto’s en graafmachines, langs piraten en dinosaurussen tot Star Wars en de rest van het heelal. Hij was dan ook een uitstekend souffleur voor Jet en Cato, die daar een stuk minder door gegrepen zijn geweest. Uit zijn mondhoek miespelde hij op de juiste momenten: ‘Uranus’ of ‘Laika’ en dat werd haarfijn opgepikt door Cato, die onmiddellijk haar arm heel hoog in de lucht stak en het juiste antwoord gaf alsof zij al jaren ook een beetje in die wereld zit. 

Er was één vraag die geen van de aanwezigen kon beantwoorden. Wie is dit?

Gelukkig mochten moeders langs de kant ook hun hand opsteken, want ik wist ‘em wel.

Twee dingen vonden de kinderen het gaafst. De mini-Wall-E die de meneer had meegenomen. Het robotje werkte precies zoals de echte marsrover, die op dit moment nog over de rode planeet schuifelt. Op zoek naar water en buitenaardse wezens leeft hij op zonne-energie. Ze konden hem commando’s geven. Twee passen naar rechts, vijf naar voren.

Het andere bijzonderheidje was het astronauteneten dat ze zelf mochten maken. Er was écht poeder dat astronauten écht eten. Je kunt het nergens kopen, maar de kinderen mochten voor de gelegenheid een beetje proberen. Het rook lekker. 

Het deed me denken aan saroma, de fluoriscerende bubbeltjespudding die ik begin jaren tachtig als toppunt van chemische traktatie weleens mocht maken. We maakten er echt een culinair project van, mijn broer en ik. Wit poeder in een kommetje, water erbij en abacadabra, het werd zuurstokroze. Na een uur opstijven in de koelkast serveerden wij het als michelinkoks voor dessert. 

Het astronautenvoedsel veranderde van wit poeder in een maïsgele gelei.

Maar waar je bij saroma overduidelijk de smaaksensatie van E160, natriumfosfaten en sacharose ervaart, smaakt astronautenvoedsel nergens naar. De geur lijkt een zetje in de goede richting te geven, maar als je nog een keer proeft, is het eigenlijk helemaal niet lekker.

Ze hebben de cursus met goed gevolg afgerond. Voor Cato was het een geruststelling dat ze een echt diploma kreeg. ‘Als ik dan eens met een raket wil, kan ik dat gewoon laten zien.’   

%d bloggers liken dit: