Economie voor kinderen: Felix en het grote geld

21 maart 2012

Gevonden! Het was even een werkje, maar ik heb er een gevonden. Een mooi, levend boek over economie. Een truffel tussen de zwammen. Felix en het grote geld van Nikolaus Piper. Eigenlijk staat er liebe Geld in de oorspronkelijke titel, maar dat vond de vertaler vast te dol voor een kinderboek.

Het is een juweeltje, hoor. Uitzonderlijk knap hoe je een boek kunt schrijven waar economische concepten natuurlijk verweven zijn met een verhaal dat ook nog eens spannend is.

Felix en het grote geld gaat over twee jongens en een meisje van twaalf jaar, die het plan opgevat hebben om rijk te worden. Ze bieden zich aan als grasmaaiers voor de tuinbezitters van hun dorp, als eerste aanzet tot geld verdienen. Wanneer ze bij een van hun klanten een ‘schat’ vinden, een klarinetkist met een flink bedrag in de voering genaaid, willen de kinderen er meer mee doen dan het alleen op de bank zetten. Felix weet namelijk dat je op een spaarrekening wel wat rente krijgt, maar dat het op die manier lang gaat duren voordat je ‘rijk’ bent. Ze krijgen advies van de oude mijnheer Schmitz, muziekhandelaar die in het verleden ook economie heeft gestudeerd (‘Mijn vader was van mening dat ik naast muziek iets fatsoenlijks moest leren.’).

Nou kennen we die truc: de wijze grijsaard die er aan de haren bijgesleept wordt om een saai kinderboek een leerzaam cachet te geven. Dat werkt meestal niet. Bij de figuur van mijnheer Schmitz werkt het wel.

Het boek heeft twee verhaallijnen die mooi door elkaar lopen. Aan de ene kant is er het avontuur van de kinderen om rijk te worden: ze kopen van hun goudschat wat kippen en verkopen de eieren weer door. Ze beleggen op de beurs van Frankfurt, worden gelokt door de goederentermijnmarkt (inclusief Ferraririjdende jongens zoals we ze in de jaren negentig ook in Amsterdam over het Koningsplein zagen rijden), ze maken winst en verliezen.

De tweede lijn is het verhaal rondom de gevonden schat. Bij het zoeken naar de rechtmatige eigenaar komt het Duitse oorlogstrauma om de hoek kijken. Het boek speelt zich af in de Heimat -Nikolaus Piper is Duits wetenschapsjournalist- en het onderwerp wordt niet geschuwd. Niet als groots mea culpa, wel realistisch en eerlijk. Bovendien wordt er wat economie aan opgehangen: de werkloosheid en inflatie van de jaren dertig, Hitler die veel mensen welvaart bracht. Aan de ene kant vertelt een personage dat zijn vader lid was van de NSDAP, nadat hij eerst zijn baan was kwijtgeraakt en onder Hitler weer aan het werk kon. Aan de andere kant herinnert iemand zich de schaamte toen een joodse muzikant uit zijn orkest werd gezet.   

En passant komt er wat macro-economie voorbij: hoe een centrale bank werkt, inflatie, de rentestand die door de banken bepaald wordt. Mijnheer Schmitz, de muziekhandelaar annex econoom, legt uit hoe prijzen op de markt totstandkomen: omdat de jongens het monopolie hebben op grasmaaien in het dorpje, kunnen ze hun tarief best wat opschroeven. Diversificatie komt langs (naast grasmaaien gaan ze ook broodjes rondbrengen) én er wordt een beginnetje gemaakt met boekhouden als de kinderen een verlies- en winstrekening bijhouden van hun kippenfarm.

Ook de beurs krijgt flink wat uitleg: aandelen, opties, bulls & bears. Naast een aardige beurshandelaarster komen de kinderen oplichters tegen. Ze ondervinden welke zwendel er soms plaatsvindt: onnodig vaak handelen, zodat je veel provisie kunt opstrijken. Er wordt zo een bekend gegeven behandeld in de psychologie van de belegger: de eerste investering gaat heel goed, dan komt de hebzucht. Door de hebzucht gaan ze in zee met oplichters, vervolgens verliezen ze veel geld en om dat weer goed te maken nemen ze nog meer risico, waardoor ze alles kwijtraken.

Het belangrijkste: het oordeel van de kinderen. Philip (12) heeft het nog niet gelezen, die zit in een Eerste Wereldoorlogflow met boeken als War Horse en Wargame, maar Jet (9) vond Felix en het grote geld ge-wel-dig. John heeft het voorgelezen, want ik denk dat het voor haar te hoog gegrepen zou zijn om zelf te lezen. Maar voorgelezen door een vader die in de handel zit, was Jet er lyrisch over: gaaf, spannend en eindelijk begreep ze meer van papa’s werk.

En als je dan de kans krijgt om op Beursplein 5 te zijn, grijp je die met beide handen aan.

Is er dan niks op het boek aan te merken? En klein dingetje. In de eerste hoofdstukken staan wat mij betreft iets te veel noten. Omdat de verklaring achterin is opgenomen, kun je de sterretjes wel gewoon negeren. Daarnaast vind ik sommige annotatie erg overbodig. Ik snap dat begrippen als ‘courtage’, ‘broker’ en ‘samengestelde interest’ uitleg kunnen gebruiken. Maar ik neem aan dat de meeste kinderen wel weten wat ‘contant geld’ is, of ‘een erfenis’. Toch kun je het nauwelijks een echt minpunt noemen. Jet vond het helemaal niet storend en ik zei het al: je kunt de noten zonder problemen links laten liggen.

Zoals veel goede boeken wordt Felix en het grote geld niet meer gedrukt. Schade. Gelukkig is het tweedehands nog overvloedig beschikbaar op boekwinkeltjes.nl en bol.

<span>%d</span> bloggers liken dit: