Riooljournalistiek

31 januari 2012

Het is niet het eerste uitje waar je aan denkt, lekker wandelen langs een plas rioolwater. Toch wilde ik altijd al eens de waterzuivering zien. En dan gaan de kinderen mee. Collega E. had de organisatie op zich genomen, in de verwachting dat zich 25 thuisonderwijzers zouden inschrijven op deze excursie. Het bleken er 81 te worden, zodat we bij aankomst in twee groepen verdeeld werden – een beetje het formaat van een vooroorlogse schoolklas.

Onze reisleider heette Flip. En Flip begon met een korte lezing over de geschiedenis van poep. Wist u dat de zogenaamde ‘wisselton’ tot vijftig jaar geleden nog in zwang was in sommige delen van Nederland?

Vóór de komst van het gesloten riool werden de poepemmers huis aan huis opgehaald door een soort omgekeerde melkboer. De beerwagen werd ook wel ‘lijn 4711’ genoemd, naar de eau de cologne.

Dat is nu gelukkig anders. Maar het afvalwater moet natuurlijk wel schoongemaakt worden. En dat gebeurt onder meer hier, bij de Zaanse rioolwaterzuivering. Flip vroeg aan Philip of hij wist hoeveel werknemers er nodig zijn om het water van honderdduizend mensen te reinigen. Daarop gaf mijn zoon het onsterfelijke antwoord: ‘Driehonderdduizend?’ Het bleken er twee te zijn. Verder verloopt het proces automatisch.

(Op de terugweg vroeg ik Philip hoe hij bij dat exorbitante aantal was gekomen. ‘Nou’, zei hij, ‘ik dacht dat er drie keer zoveel mensen nodig waren. We verbruiken veel water.’ Later bedacht hij dat het wel erg veel was. ‘Dat zou betekenen dat er voor heel Nederland 48 miljoen mensen bezig zijn om het water te zuiveren. Een beetje de grootte van Duitsland.’ Hij moest er zelf om lachen. ‘Hoeveel mensen zouden er dan nodig zijn voor het rioolwater van China?’)

De excursie zette zich buiten voort, te beginnen bij de harkruimte.

Hier komt het grofste vuil binnen; alles wat van straat in putten zakt en door mensen weggespoeld wordt. Takjes en blaadjes, wc-papier, maandverband, kunstgebitten, schildpadjes (schildpadjes? ja, schildpadjes), condooms, dode goudvissen.

Als dat eruit gezeefd is, stroomt het water naar de (wordfeudters opgelet:) voorbezinktank. Daar zakken de zwaarste deeltjes naar de bodem en wordt het drijvende vuil eraf geschraapt.

Het gas dat hierbij vrijkomt, wordt opgevangen en gebruikt als eigen energievoorziening. Flip lardeerde zijn verhaal over de brandbaarheid van het gas met een anecdote uit eigen doos: iets met puberjongens, uiensoep, scheten en een aansteker. Ik gok dat u er zelf een youtubefilmpje bij kunt vinden.

Daarna gaat het water naar de beluchtingsbak waar, u raadt het al, lucht aan het water toegevoegd wordt. Zuurstof om hapgrage bacteriën levend te houden die het water een laatste schoonmaakbeurt geven.

De lucht stroomt door verwarmde buizen, want daar houden bacteriën van. En kleine meisjes met koude handjes ook.

Als het aantal bacteriën maar groot genoeg is, dan heb je geen microscoop nodig om ze te zien. Dan zien ze er zo uit:

Als slib. En zodra dat bezonken is, wordt het gedroogd en verwerkt tot biobrandstof. Wat je dan overhoudt, is 95% schoon water. Omdat er altijd nog een beetje residu van uitgeplaste medicijnen en schoonmaakmiddelen inzit, is het niet goed genoeg om te drinken. Hoewel ze er in sommige landen ongetwijfeld een moord voor zouden doen.

—-

Handig:

<span>%d</span> bloggers liken dit: