Muizenhuis

19 oktober 2011

Voor Cato was het geen probleem om een boek uit te zoeken ter ere van de Kinderboekenweek. Er waren wel zeven boeken die ze wilde hebben. En als ze nog even doorzocht, hadden het er ook negen kunnen zijn. Terwijl ik samen met haar de planken en tafels doorzocht, groeide de stapel in mijn armen. Van een nieuwe bewerking van Don Quichote via diverse sprookjes tot een knopjesgeluidenboek van Thomas de trein, Cato is niet kieskeurig.

De winkel had ook een voorleesmeneer die alles uit de kast trok om de nieuwste boeken te pluggen. Telkens als Cato even halt hield bij een boekenplank, zeeg hij naast haar neer op de grond en begon op luider stemme een dialoog voor te dragen, terwijl hij het prentenboek omhoog hield. Daarmee won hij onmiddellijk Cato’s hart en kreeg ik het betreffende boek erbij in handen gedrukt: ‘Deze ook, mam.’

Toen we uit alle boeken een stukje gelezen hadden en ze van mij echt, echt moest kiezen, werd het Het muizenhuis van Karina Schaapman. Inderdaad een schattig boek om te zien. Prachtige, grote platen, nostalgische taferelen.

Nou heb ik een zwak voor Karina Schaapman, alleen al vanwege haar moed en levensloop. Iemand die naar eigen zeggen nauwelijks kan spellen en toch pamfletten schrijft tegen vrouwenhandel en prostitutie. Dat vind ik stoer, dat vind ik mooi. En ze kan ook nog knutselen. Alle foto’s in Het muizenhuis zijn gemaakt in het huis dat Schaapman zelf voor de muizen gemaakt heeft. Een drie meter hoog paleis van kartonnen dozen met trappetjes, huisraadjes en honderd kamertjes.

De details zijn betoverend, je blijft kijken. En daar moet het boek het ook van hebben. Eigenlijk hadden ze het beter tekstloos kunnen maken, want eerlijk gezegd vind ik de verhaaltjes een stuk minder goed. De ideeën zijn zo leuk: een schatkistje, een voddenboer waar de muizenkinderen altijd mogen helpen, een lantaarn die spannend licht geeft zodat zij denken dat hun eigen schaduw een indringer is. Je kunt er prachtige verhalen mee maken. Maar het is gewoon slecht geschreven.

‘Super’ en ‘reuze’ komen te pas en te onpas in kapitalen voorbij, op het irritante af. De titels beloven veel, maar de avonturen zijn geen avonturen. Ook niet op kleuterniveau, zoals bij Jip en Janneke en Floddertje wel het geval is. Vaak onbreekt er een clou en soms gewoon een heel einde. Bij wijze van diepgang wordt het verschil tussen de bevriende muisjes weergegeven als ‘alles wat Sam te veel heeft, heeft Julia te weinig en andersom’. En vervolgens blijkt dat nergens uit.

De beste graadmeter, Cato zelf, is ook onverbiddellijk. Hoewel ze het boek hoogst persoonlijk gekozen heeft, bleek ze thuis nauwelijks drie verhaaltjes uit te kunnen zitten. Paulus de boskabouter met zijn deftige woorden en Rintje van Sieb Postuma kunnen haar nooit lang genoeg duren, maar bij Het muizenhuis hing ze ondersteboven achterstevoren te zuchten en ging demonstratief koprollen maken om de tijd te doden.

Ik had in de boekhandel wel een vermoeden na het lezen van twee verhaaltjes, maar de platen zijn zo prachtig, dat ik me kon voorstellen dat Cato er vaker dan drie keer in zou kijken. En dat is ook zo. Zij en Jet gebruiken het voornamelijk als kijkboek, waarin ze van alles herkennen uit hun eigen leven. De muizen gaan niet naar school, hebben geheime hutten en kopen koekkruimels zoals zij zelf ook weleens op de markt mogen kopen. Er komen babymuisjes en waterpokken. Het werkt heel inspirerend.

Ze zijn al dagen met fimoklei in de weer om taarten en koek te maken. Ze hebben een winkelvoorraad geboetseerd met zeep, kaas en stokbroden. Jet heeft nu het plan opgevat om servies te kleien: muizenborden en -bekers, mooie schalen om de kleizoetigheden op te serveren.

Muisjes waren er al. Toen Jet een jaar of vier was, had ze een favoriet prenteboek: Annie Rose, het kleine zusje van Alfie van Shirley Hughes. Er was één bladzijde waar Jet geen genoeg van kon krijgen. Dat was de plaat waarop Annie Rose aan het spelen is met een klein ladenkastje en een muizenfamilie die erin mag wonen.

Dat leek Jet zo prachtig. Ze wilde niets liever dan ook een ladenkastje met muisjes. In een opwelling van ongekende creativiteit heb ik toen voor haar verjaardag zelf een muizenfamilie gemaakt, van wolvilt. En na lang zoeken vond ik zelfs een kastje met laatjes als behuizing.

Het is geen huis met honderd kamers zoals Karina Schaapman gemaakt heeft, maar Jet en Cato zijn er blij mee. Ze zijn zelfs bezig met gezinsuitbreiding: Jet naait babymuizen en Cato maakt een muis met waterpokken. De foto’s in het boek gebruiken ze als inspiratie, want die blijven beeldschoon. En de verhalen verzinnen ze zelf.

<span>%d</span> bloggers liken dit: