Defilé op het Voorhout

22 september 2011

Het had vorig jaar zoveel indruk gemaakt op de Koningin, dat we gevraagd werden dit jaar alsjeblieft weer op de tribune plaats te nemen. En dan zijn wij de beroerdsten niet.

Dus vertrokken we bij nacht en ontij om op tijd aanwezig te zijn, voordat de hekken langs De Route zich zouden sluiten. We waren niet de eersten.

Jet en Cato hadden hun nagels gelakt, inclusief bloemetje en deklaag van glitter. Daarmee krijgt zo’n Wuif een heel eigen signatuur.

En zo versierden ze weer een cakeje.

En lieten zichzelf versieren. (Vriendinnen A. en C. waren ook mee om de boel op te luisteren.)

Sommige mensen veranderen hun uiterlijk permanent om indruk te maken op de Koningin.

Wij vinden een dag per jaar wel mooi.

Alles voor dat grote moment. Er kwamen fanfares voorbij, heren met berenmutsen, opgedofte regimenten in het gelid, nerveuze paarden, nerveuze colonnes student-soldaten die net niet in de pas liepen. Koetsen met kamerheren en -dames die (tot Cato’s verontwaardiging) niet zwaaiden, maar zich verscholen achter een gordijntje.

Er kwam een koets met bijna de juiste inhoud.

Maar Cato gaf niet op. Ze bleef seinen waar die Gouwe naar toe moest.

En met succes. Ik zag Hare Majesteit instemmend knikken naar de bijzonder mooie nagels. Prinses Máxima ook trouwens.

Het verdrietige van mooi zijn, is natuurlijk dat het niet blijvend is. Bij de een duurt het dertig jaar, bij de ander zeventig. Soms duurt het maar één dag. Als de helft van je wang afgeschminckt is, valt het ineens op hoe prachtig je daarvoor was. Daar kun je heel bedroefd van worden. Dus hebben we de andere helft nog maar even laten zitten. Een bezuiniging, als het ware. Dat doet minder pijn als het in kleine stapjes gebeurt.

<span>%d</span> bloggers liken dit: