Hij en zij

26 juli 2011

Zij gaat dansend door het leven. Met arabesque benen, op spitzenvoeten dartelt ze haar dagen rond. Als het tegenzit, neemt ze een aanloop en springt er met een grand jeté overheen.

Ze is negen jaar en de volheid van het leven is in haar samengepakt. Ze bruist van potentie. Als ik haar van een afstand bekijk, raak ik altijd ontroerd door haar puurheid. Kinderen maken je nederig. Ze groeien, denken, voelen, zonder dat je er iets aan doet. Dat dit zich ontwikkelt ondanks mij.

Als ze nadenkt, legt ze haar been op iets wat dienst kan doen als barre, en rekt. Ze maakt zich niet druk om futiliteiten. Als het nu niet lukt komt het later wel. En als het niet komt, is het niet belangrijk genoeg.

Ze kan zich intens verheugen op dingen die gaan gebeuren. Drie logeerpartijen in de komende weken, telefoontjes en afspraken met vriendinnen, een boek dat bijna uit is, de zes weken oude puppy die ze vanmiddag gaat knuffelen, de balletvoorstelling waar ze ooit in zal schitteren. Terwijl ze plannen maakt voor een grootse toekomst, werkt ze aan haar port de bras. De wereld ligt aan haar voeten.

Hij is twaalf.

Vroeger waren zijn gedachten te groot voor zijn kinderlijfje, nu lijkt zijn lichaam hem in te halen. Als ik hem omhels, voel ik een man. Een jonge man weliswaar, maar niettemin een man. Geen kneedbaar ribbenkastje meer, geen hapsnoetwangen waar ik met mijn lippen kleine beetjes uit kan nemen, geen mensje dat kan verdwijnen in het holletje van mijn lichaam.

Maar schijn bedriegt. Zijn lichaam mag dat van een man zijn, met alle kenmerken waar je op je twaalfde niet aan herinnerd wilt worden, zijn gedachten zijn die van een jongen. Superhelden en nieuwsberichten wisselen elkaar af, in zijn fantasie gelden de regels van de fysica niet, maar logica en rechtvaardigheid zijn voor hem ongenaakbare principes.

Vriendschap is immens belangrijk in zijn leven. Daar oefent hij zijn grappen, staaft hij zijn denkbeelden, kijkt hij hoever hij kan gaan met zijn pikanteriën, daar deelt hij zijn plannen en doet hij ideeën op. Zijn trouw en loyaliteit zijn zo groot als de schoenmaat waarmee hij mij al mijlenver achter zich gelaten heeft. 

Hij kan uren lethargisch over een leunstoel gedrapeerd hangen met een koptelefoon op, en net als ik denk dat hij nooit meer zal hoeven eten omdat er geen kilojoule in hem verbrandt, wordt de hyperactieve kleuter ontbonden die al die tijd in hem verscholen lag.

Hij is de eerste, ijkpunt voor opvoeding en onderwijs. Hij is het op wie ik al mijn plannen en mogelijkheden geoefend heb, die me telkens een stap verder dwingt. De stormram voor de danseressen die na hem komen. 

Ze zijn vijf dagen weggeweest, hij en zij. Volpension en volledig verzorgd in herberg De Vlaamse Bolleboos. Vijf dagen zonder developpés en pliés, zonder Transformers en Coldplay, zonder pure beschouwingen over het leven.

En zoals dat gaat bij aftelrijmpjes, blijft er dan nog eentje over.

Eentje die zelden alleen is, maar nu voor even enig kind was. Ze heeft de zoete vruchten kunnen plukken van extra privileges, onversneden aandacht en talloze gesprekken op háár niveau. En ze heeft ook de zure druiven gegeten van het altijd zichtbaar zijn voor volwassen ogen, van lege stoelen aan de eettafel en je ziel onder je arm omdat er iemand ontbreekt bij de pas-de-deux.

Morgen zijn ze weer met z’n drieën. Ik kijk ernaar uit.

<span>%d</span> bloggers liken dit: