Sneeuwboeken

23 februari 2011

Nou hoor ik u denken. Sneeuw.

U kijkt eens naar buiten, herinnert zich dat het gisteravond om 18.05 uur nog licht was en vraagt zich af: heb ik iets gemist? Of is het een van haar spitsvondige titels? Iets met een dubbele bodem, misschien de Noordse mythologie?

Niets van dat al. Het punt is, ik loop een beetje achter. Deze stond al voor te garen vanaf begin december, toen er nog twintig centimeter sneeuw lag en ik een énige ingeving kreeg om mijn favoriete sneeuwboeken met de wereld te delen. Het is exemplarisch voor de rest van mijn leven; ik loop momenteel met veel dingen achter. Met mijn e-mail, met de was, met uren slaap.

Gelukkig wordt het vanzelf weer winter. Kom dan gerust nog eens terug. U moet maar zo denken: als de klimaatverandering doorzet en er in oktober al sneeuw valt, dan zit u geramd met zo’n anticiperende, up-to-date informatiebron als deze.

Niks fijners dan binnenkomen met rode wangen, de sneeuw nog aan je wanten, warme chocomel en een trommel speculaas en met je rug tegen de verwarming een stapel boekjes lezen.

Zoals Mijnheer Eekhoorn en de eerste sneeuw van Sebastian Meschenmoser.

Op afstand het leukste sneeuwboek dat ik de afgelopen maanden las. De tekeningen zijn zo goed, die wil ik wel ingelijst hebben.

De tekst is kort, mooi gedoseerd en vult de illustraties aan. Eigenlijk moet hij zijn winterslaap houden, maar mijnheer Eekhoorn wil dit jaar eens wachten tot hij sneeuw heeft gezien. Van bok weet hij dat sneeuwvlokken nat, wit, koud en zacht zijn, maar ja, dat zijn wel meer dingen. De dieren wachten gespannen wat erop hun hoofden zal vallen.

Dan natuurlijk Wat een kou, Vos en Haas van Sylvia Vanden Heede en Thé Tjong-Khing, twee van onze geliefde duo’s.

Er valt niet zoveel over te zeggen: Vos, Haas, een pop van sneeuw en hete thee van Uil; weer een schot in de roos.

En zoals er voor iedere gelegenheid een Vos en Haas is, zo is er ook voor iedere gelegenheid een Kikker. Kikker in de kou van Max Velthuijs.

Die sneeuw, Kikker heeft het er niet zo op. Hij heeft natuurlijk ook geen laagje spek, zoals Varkentje. Of een warme vacht als Haas. Maar juist als het helemaal mis lijkt te gaan, is daar de warmte van zijn vrienden, van een lekker soepje en een gezellig haardvuur.

Deze is bijzonder: Sneeuw! van Komako Sakai.

Stille, rustige schilderijtjes die perfect weergeven hoe de wereld er uitziet als de sneeuw valt. Het verhaal is uiterst eenvoudig, de platen en kleuren zeggen alles.

Een oude hit bij alledrie mijn kinderen vanaf hun eerste jaar: Grote Beer en Kleine Beer. De sneeuwversie heet Ga je mee, Kleine Beer? van Martin Waddell en Barbara Firth. Als los prentenboek of in bundel De verhalen van Kleine Beer.

Ze gaan zo ontzettend lief met elkaar om. Grote Beer wordt nooit boos als Kleine Beer bang is of fouten maakt en Kleine Beer wil altijd helpen met klussen die gedaan moeten worden. Wanneer ze samen een wandeling door het besneeuwde bos maken, vraagt Kleine Beer bezorgd wat al die geluiden toch zijn. Grote Beer stelt hem zoals altijd gerust.

En deze dan. Meisje alleen van Christopher Wormell.

Eindeloos winterprentenboek. Ook al komt er in het begin een beetje lente, zomer en herfst voorbij, zeker pakken als het sneeuwt. De tekeningen zijn heel mooi en geven de emoties en het verhaal goed weer. Het doet me in de verte altijd een beetje denken aan Ronja de roversdochter. Zo’n nuchter bosmeisje dat één is met de elementen. Maar dan zonder vader, moeder of rovers. Dit meisje leeft met dieren.

De volgende titels zijn voor een beetje groter. Die lees je niet per stapel, maar per boek. Wel weer met je rug tegen de verwarming.

Boris van Jaap ter Haar.

Prachtig en ontroerend. Telt mee voor geschiedenis (Tweede Wereldoorlog), aardrijkskunde (Rusland) en gewoon voor de mooite. Het luisterboek wordt heerlijk voorgelezen door Bram van der Vlugt – ook al zo’n winterstem bij uitstek.

De lange winter van Laura Ingalls Wilder en Garth Williams (ill.).

Voor wie bij Het kleine huis nog steeds denkt aan de niet aflatende EO-serie (zoals ik tot vijf jaar geleden), laat het gáán. Zet het van je af. Het verhaal lijkt in niets op de tv-serie en het is prachtig geschiedenismateriaal over 19e-eeuws Amerika.

Wat sneeuw betreft: eigenlijk zijn alle boeken van het Kleine Huis goed. Overal komt wel een winter in voor. Maar dit deel 6 is wel héél fijn als het sneeuwt. Het is afzien, snijdende kou, een dorpsgemeenschap die elkaar helpt en er samen doorheen komt. Zalig.

Deze is voor nog iets groter, een jaar of twaalf, schat ik. Lucas in de sneeuw van Koos Meinderts en Annette Fienieg (ill.).

Sneeuw is hier het decor van de emoties van een tienjarig jongetje. Het is een dromerig, verdrietig jongetje. Hij heeft zijn vader verloren. Eigenlijk wil hij terug naar de zomer, toen zijn vader nog leefde. Maar de sneeuw lijkt alles weer nieuw te maken. Terwijl hij wandelt, denkt hij na over wat er is gebeurd. Tegelijk ontroerend en bemoedigend.

Ten slotte De kinderen van de Grote Fjeld van Laura Fittinghoff.

Je krijgt het al koud als je naar het omslag kijkt, maar het verhaal is hartverwarmend. Zeven broers en zussen van één tot dertien jaar zwerven met een geit door Zweden. Hun ouders zijn gestorven in het hongerjaar 1860 en om te voorkomen dat ze naar het armenhuis moeten, trekken ze erop uit en zorgen voor elkaar. Geschreven in 1907, voor het eerst in het Nederlands verschenen in 1931. Ik hou van boeken die al zo lang bestaan dat mijn oma ze als kind gelezen zou kunnen hebben. Als ze na al die jaren nog herdrukt worden, wil dat wel wat zeggen.

Terwijl ik dit lijstje halfafgemaakt op de achtergrond had bewaard, bleek Pjotr op zijn blog een enquête te houden naar het ultieme kerstvakantieboek. Wat een hysterisch toeval, niet? Hij had een paar andere criteria: het mocht Kerstig zijn (dat wilde ik niet) en er hoefde geen sneeuw in voor te komen (wilde ik juist wel), maar het is een echte winterboekenlijst: hier staan ze bij de lezerscommentaren.

%d bloggers liken dit: