Feest

13 januari 2011

We hadden een partijtje dit weekend. Eigenlijk had Philip een partijtje, maar wij mochten mee en dat deden we graag.

Bij mijn kinderen leeft het concept ‘kinderpartijtje’ niet erg. Als ze jarig zijn, willen ze het liefst alle mensen bij elkaar, groot en klein, familie en vrienden, zonder afzonderlijk kinderfeest. Het heeft mij in het begin weleens verbaasd – en ook verontrust. Welk kind wil nou geen partijtje? Dat was in mijn tijd wel anders. Man, dát waren de feestjes. Uit voorwereldlijke tijden weliswaar, met maximaal zes kinderen in de achtertuin, koekhappen en snoepje-in-een-bak-water, want het was in die dagen nog geen conventie dat je de hele klas een workshop kinderkeramiek aanbood of twee dagen naar Disneyland ging met zeventien van je al-ler-beste vriendjes. En toch: het kinderpartijtje was onmisbaar.

Toen Philip en Jet de leeftijd kregen dat ze op partijtjes gevraagd werden, dacht ik dat ze voortaan zelf ook een eigen feestje wilden. Maar ieder jaar opnieuw sloegen ze mijn aanbod af. ‘Weet je het zeker?’ vroeg ik. ‘Het is náást de gewone verjaardag, hoor! Het is éxtra.’ Jaha, zeiden ze dan, dat wisten ze ook wel, ze bezochten die feestjes zelf. Maar ze wilden niet. ‘Ik vind het gewoon gezelliger als iedereen tegelijk komt.’

Toen ik er wat meer over nadacht, begreep ik het ook wel. Hoeveel kinderpartijtjes kon ik me eigenlijk nog echt herinneren? Eentje. Dat ene waar ik halverwege de festiviteiten huilend naar mijn kamer rende (ruzie met een verjaardagsgast? met mijn broer? mijn moeder?) en een halfuur mokkend uit het raam zat te kijken naar het partijtje dat zonder mij gewoon doorging.

Het was geloof ik vooral het idee van een kinderfeestje dat ik leuk vond. Net als het idee van de klassen rondgaan. Nadat je in je eigen klas had uitgedeeld, mocht je met twee vriend(inn)en de andere klassen langs om juffen en meesters te trakteren. De stress die dat opleverde was absurd. Bedenk ik nu. Dan had je na veel wikken en wegen twee mensen uitverkoren, bleek dat er eentje toevallig die week je vriendin niet meer was. En de relatie met alle overige klasgenoten was na zo’n dag ook bekoeld, want zij hadden niet meegemogen.

Geen kinderpartijtje dus. Hoewel het bij mij nog altijd beladen is en ik iedere uitnodiging die mijn kinderen krijgen bijna persoonlijk beschouw als een certificaat van populariteit, nemen Philip en Jet het buitengewoon luchtig op. Ik merk dat het bij andere, bevriende thuisonderwijsgezinnen ook nauwelijks leeft. Men viert samen.

Dit weekend vierden we samen in Vlaanderen de verjaardag van Philips vriend, van onze vriend. Er werden pannenkoeken gegeten, er werd een klimmuur getrotseerd en een bowlingbaan onveilig gemaakt.

Voor de meesten van ons was het alweer even geleden. Maar als ik voor mezelf spreek: ik had het duidelijk nog in me. Twintig jaar geen bowlingbaan gezien, maar geef me een paar plastic leenschoenen en de schwung komt als vanouds bovendrijven. Bij wijze van spreken dan, want ik werd laatste van de baan; uit piëteit met mijn naasten uiteraard. Jet deed het voor het eerst.

Cato ook, en zij bewees dat je met een verticaal neervallende bal best nog wat kegels omver kunt krijgen. Als je maar geduld hebt, en twee hekjes naast de valgoot.

Na afloop hebben de kinderen thuis verder gespeeld, met elkaar en met de puppy van het gezin. We hebben gegeten en gepraat en gezongen en het prachtige nieuwe huis bewonderd. Met een hoofd vol ideeën, een hart vol genegenheid en een stapel leenboeken stapten we in de auto terug naar huis. Het was een echt feest.

%d bloggers liken dit: