Ook op kamp

17 juli 2010

Het leven heeft weer zijn normale vakantiegang gekregen, een beetje jammer en een beetje fijn, met het vooruitzicht op logees en vrienden die nog wekenlang beschikbaar zijn om hele dagen te spelen en te zwemmen.

Hoewel het zomerkamp al een week geleden is, wordt er nog dagelijks aan gerefereerd. Het ontzag dat Jet de eerste dagen voor Philip had, is wat afgenomen. Ze twijfelt of ze zelf volgend jaar ook gaat. ‘Ik wil wel graag, maar ik weet nog niet of ik durf.’

Ik ben ervan overtuigd dat die durf vanzelf komt, als ie komt. Er zijn genoeg dingen waarover ik twijfel in mijn ouderschap, maar de manier waarop Philip steeds meer zijn eigen weg aan het vinden is, sans forcer, is voor mij de bevestiging dat het goed is om kinderen zelf hun tempo te laten bepalen. Zeker in cruciale ontwikkelingen als het losmaken van je ouders, je veilige omgeving.

Jet heeft nog even tijd. Ze vindt de kampverhalen heerlijk, een discodouche, met z’n allen om elf uur ’s avonds theedrinken, kampliedjes zingen en giechelen in de tent. Maar bij het wegbrengen heeft ze ook gezien dat het wel véél is, zevenhonderd kinderen. Ook al is het allemaal overzichtelijk ingericht in kleinere groepen met heel veel begeleiding, als je acht bent kun je zo’n overweldigende menigte niet zo goed overzien.

Cato heeft voorshands nog geen problemen met durf of overzicht. Ze luistert belangstellend naar de gesprekken of gaat hinkelend alle gezinsleden langs om de aandacht wat af te leiden, als het haar te lang duurt. ‘Nu allemaal naar mij kijken.’ Af en toe draagt ze bij aan de conversatie.

‘Ik ga ook op kamp’, zei ze van de week.

Dat leek me een drieste uitspraak, want bij het voorlezen is ze nog steeds zwaar onder de indruk als Roodkapje ‘zonder vader of moeder’ op weg naar oma gaat. Maar Cato kennende had ze haar plan al klaar.

‘Ik ga ook op kamp, maar niet op zómerkamp. Ik ga op eetkamp.’

Daar kan ik me iets bij voorstellen.

<span>%d</span> bloggers liken dit: