Tussentijdse evaluatie

19 juni 2010

Op de vijftiende dag van de derde maand in het tweede jaar van het gelukkige bezit van een volkstuintje, kon het tuinierende thuisonderwijzergezin een voorzichtige balans opmaken. 

Wij stellen vast

  • dat 30 vierkante meter inderdaad twee keer zoveel werk is als 15 vierkante meter
  • dat alle erwtengewassen prachtig bloeien en lekker ruiken
  • dat het echt bijzonder is om de erwtenbloesem te zien transformeren in een heuse peul, zoals de kapucijner

  • dat vier erwtenplanten echter te veel van goede is, zeker als het vier klimmende gewassen zijn, aangezien het buitengewoon veel werk is om de ranken telkens op te binden en te zorgen dat ze niet verstrikt raken in de netten – als je ze niet opbindt, waaien ze stuk, als je er geen net overheen doet, worden ze opgegeten door de ganzen
  • dat er volgend jaar dus gekozen gaat worden uit óf kapucijners, óf doperwten, óf sugar snaps, óf lathyrussen
  • dat het zonnebloemenhuis het goed lijkt te doen, getuige deze fundamenten 

  • dat naast kropsla, pluksla, radijsjes en snijbiet, ook paksoi en rucola succesvolle, gemakkelijke en snelle gewassen blijken te zijn – mits onder net, want ook ganzen houden van een gemakkelijke en snelle maaltijd
  • dat je niet perse een gieter hoeft te gebruiken om planten (en andere organismen) water te geven

  • dat het concept vierkantemetertuin leuk is, maar dat het ook een hoop werk is voor iets wat je gewoon in rijtjes kunt zaaien
  • dat het niet handig is om je briefje kwijt te raken waarop je gezet hebt welke plant je in welke tegel gezaaid hebt, omdat je dan niet meer weet wat onkruid is

  • dat het belangrijk is om twee keer per week naar je tuin te gaan om te wieden, zodat alle opzettelijk geplante dingen ook echt kunnen groeien 

  • dat je ook in volkstuinen moet uitkijken voor sluipschutters

omdat zij zich op de gekste plaatsen schuilhouden.

%d bloggers liken dit: