Staart

28 september 2009

Mijn kinderen hebben zo hun kwaliteiten en spelling is niet Philips grootste. Toen we vandaag aan het ploeteren waren, zakte de moed me bijna in de schoenen. Bijna. Want daar kwam als geruststellende epifanie de anekdote uit Johns schooltijd op. Het kan altijd erger.

We schrijven 1974. De vijfde klas krijgt als taalopdracht: maak een zin met het werkwoord ’staren’. Als iedereen klaar is, mag een aantal kinderen zijn zin voorlezen. De meeste zinnen verschillen weinig van elkaar, maar één klasgenoot van John springt eruit met een grammaticaal huzarenstukje. Zijn zin luidt: ‘Hem ze staart dee zeer.’

Hij was wel goed in voetballen.

%d bloggers liken dit: