Mourir un peu

11 september 2009

Vandaag is hij voor het eerst op kamp gegaan. Met een luchtbed.  Met vijftien jongetjes per tent. Met een paklijst van de sportclub waarop stond wat je niet mocht meenemen. Je slechte humeur. En wat je wel moest meenemen. Survivalkleren die je na afloop kon weggooien (‘ook de schoenen’). En warme kleren voor het nachtspel. 

Natuurlijk gaan er jaarlijks duizenden kinderen op kamp. Maar mijn kind had altijd alleen logeerpartijen bij vriendjes en familieleden gehad. Veilig in een huis. Niet met een nachtspel. Zul je altijd zien dat ze hem kwijtraken. Of dat er juist een nieuwe trainer is met een smoezelig verleden dat nog niet was nagetrokken.

Ik heb even overwogen om een klein lekje in zijn luchtbed te prikken. Lastig te vinden, maar onafwendbaar, zodat ik de volgende dag wel langs moest komen om een nieuw slaapmatje te brengen.

Maar hij had er zo’n zin in. Hij telde de uren af.

We liepen samen de paklijst door: hij noemde op, ik pakte. We gingen een tube tandpasta kopen en hij besloot dat hij dit ook nodig had, omdat zijn 18-jarige vet coole neef die ook had.

En dus heb ik hem zingend naar het sportveld gebracht. En dus sprak ik hem moed in toen hij zei dat hij het ‘ook wel spannend’ vond. En dus zwaaide ik hem opgeruimd uit toen ik het veld afliep, terug naar de lege auto.

Hij heeft het vast heerlijk.

<span>%d</span> bloggers liken dit: