Salve!

15 juli 2009

Vorige week zijn we, vlak vóór de grote vakantiedrukte en vlak ná de schoolreisjeshausse (met in de laatste weken invasies van 1500 schoolkinderen per dag, hebben we ons door wit wegtrekkend personeel laten vertellen) naar het Archeon geweest. Met een ander thuisonderwijsgezin, om de vaderlandse geschiedenis aan den lijve te ondervinden.

We maakten een tijdreisje vanaf de Midden-Steentijd, via bandkeramiekers en trechterbekers naar de IJzertijd. Onderwijl werd er driftig graan gedorst en gemalen,

Bandkeramisch dorsen

proefgeslapen op een bedje van dierenvellen, met een kennersoog brandgevaar getaxeerd in een prehistorisch huis annex rietopslagplaats en nadat de kinderen en passant een hunebedje gelegd hadden (door met vereende krachten een steen met touw over rollende boomstammen te trekken), wandelden we zo het Romeinse Rijk binnen.

Daar had Philip het meest naar uitgezien. Want naast alle historisch correcte gebouwen en gebruiksvoorwerpen was daar nog iets veel mooiers. Je kon excerceren als Romeins legionair.

 

De commando’s werden er in noodtempo ingedrild. In opperste concentratie marcheerden onze kinderen – sin, dex, sin dex – over de hoofdstraat, met als hoogtepunt een geestdriftig opgevolgd laatste bevel: ‘Acceleremus!’

’s Middags was er een gladiatorengevecht in de arena, maar daar wilde Philip niet naar toe. Dat kwam omdat ik in geuren en kleuren had verteld hoe het volksvermaak zou eindigen met een levensechte executie. Dat had ik namelijk weer gehoord van een vriendin wier zoon onwel was geworden nadat zij nietsvermoedend het spektakel hadden uitgezeten. 

Het bleek al met al nogal mee te vallen – Jet wilde het gevecht wel graag zien en ging met onze thuisonderwijsvrienden dapper de arena in (‘Ik ga naast M. zitten en hou op het eind mijn jas wel voor mijn ogen’), maar uit angst voor taferelen met opspuitend bloed leek het Philip toch beter om in alle rust het Middeleeuwse deel van het park te ontdekken.

Dus terwijl de strijdkreten in de verte weerklonken, liepen Philip, Cato en ik over de muisstille zandweggetjes. Wat is het dan mooi, zeg. Zo’n vredig park met ruisende bomen, scharrelende kipjes en Anton Pieckhuizen.  

 

We maakten een bijenwaskaarsje en praatten met de authentiek Middeleeuws geklede vakantiekrachten. En omdat iedereen alle tijd had, kon Philip eindeloos boogschieten.

  

Daarna liepen we in twintig stappen terug naar de Steentijd om uitgebreid kano te varen in een uitgeholde boomstam op een uitgestorven plas.

Catootje baadde pootje, knietje, dijtje en uiteindelijk ook buikje, ik genoot van het zonnetje bij het water en na een poosje kwamen de anderen uitgelaten terug van de slachtpartij.

Terwijl iedereen nog even rondpeddelde, maakte een prehistorische mevrouw in een leren rokje huidschilderingen van rode en gele oker. Jet was vol van de gladiatoren en koos strijdlustig voor een Romeinse soldaat en een sabeltandtijger.

Philip vond dat zijn boogschutterscapaciteiten niet veronachtzaamd mochten worden.

Mocht je ook willen gaan, vergeet dan niet de Archeon-kortingsbon uit te printen. Want de vaderlandse geschiedenis komt het best tot zijn recht met een pragmatische volksaard.

%d bloggers liken dit: