De Vraag

22 januari 2009

Varen met thuisonderwijsgroep ~ mei 2008

Daar is ie dan, De Vraag. Waarschijnlijk de eerste die bij iedereen opkomt als thuisonderwijs ter sprake komt. Dat cognitieve geloven we wel. Dat je een-op-een sneller leert, is logisch. Maar:

‘Missen thuisonderwijskinderen niet het sociale aspect?’

Als ik verder vraag, weten mensen vaak niet wat ze precies met dat sociale bedoelen. Iets met vriendjes. Maar wát dan met vriendjes? Zes uur per dag naast een vriendje zitten, zonder met dat vriendje te mogen praten of spelen – twee pauzes uitgezonderd?

De sociale pikorde op het schoolplein? Met een leider, wat meelopers en toeschouwers, waarbij meestal het recht van de sterkste geldt, omdat juf geen ogen in haar achterhoofd heeft? Als je één keer hebt gezien hoe jouw kind het slachtoffer is geworden van die rangorde, van een groter kind dat haar van haar fietsje trok, weet je dat dit sociale aspect geen reden is om je kind eraan bloot te stellen.

Kinderen worden niet sociaal van bij elkaar zijn. Iemand moet het ze leren. Iemand moet ze erop wijzen dat je anderen moet behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden. Telkens weer.

Ik krijg regelmatig het argument dat kinderen die op school gepest werden, daar later sterker uit kwamen. Maar je wordt niet sterk van uitlachen, slaan, buitensluiten. Je wordt sterk van een veilige omgeving, waarin je fouten mag maken en kunt zijn wie je bent, zodat je een massa zelfvertrouwen opdoet. Pesten toelaten om een kind sterk te laten worden is zoiets als weerstand opdoen door onder tbc-lijders te verkeren. Daar krijg je geen weerstand van, daar word je ziek van.

Er is in Amerika wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het verschil in sociaal gedrag tussen thuisonderwijskinderen en schoolkinderen. Henk Blok gebruikt het in zijn artikel over sociaal-emotionele ontwikkeling, dat rechts bovenaan dit blog in de sidebar staat. Omdat veel mensen niet het hele artikel willen lezen, heb ik hier een korte, Nederlandstalige samenvatting gezet van dat socialisatie-onderzoek tussen schoolkinderen en thuisgeschoolde kinderen.

Maar thuisonderwijskinderen krijgen toch geen goede afspiegeling van de samenleving?’

Hoe fijn een schoolklas ook kan zijn, het is geen afspiegeling de samenleving. Het is een afspiegeling van jouw leeftijd en de buurt waarin je woont. Als je in een goede buurt woont, zie je iedere dag jouw soort kinderen in de klas. Dat soort kinderen zit niet op school in de achterstandswijk – en omgekeerd.

Thuisgeschoolde kinderen krijgen een andere afspiegeling van de samenleving. Ze zien de hele dag door mensen van verschillende leeftijden en sociale achtergronden. Als ze meegaan naar het stadhuis als ik mijn rijbewijs moet verlengen, als we boodschappen doen, als ze spelen met hun vrienden uit de buurt, van de kerk of sportvereniging, als we met thuisonderwijsgezinnen uit andere plaatsen afspreken, waar meer leerstijlen, religies en gezinsvormen vertegenwoordigd zijn dan op welke willekeurige school, of gewoon tijdens een van onze uitstapjes (zie ‘Veldwerk’ voor onze maandelijkse activiteiten).

En wat ‘je latere leven’ betreft: later zit je nooit meer in een werksituatie met dertig mensen van precies dezelfde leeftijd en één leider. Later kun je pesterijen ontvluchten, door een andere baan te zoeken. Later staat er een bataljon therapeuten klaar als je iets naars overkomen is. Ook in gevallen die niet in verhouding staan tot wat sommige kinderen op school meemaken (illustratief: toen onze autoradio gestolen was, werd bij de aangifte gevraagd of wij behoefte hadden aan slachtofferhulp). Later wordt het fysieke geweld zoals dat op scholen voorkomt, resoluut bestraft. Als ik de auto van de buurman wil hebben, mag ik hem niet op zijn gezicht slaan en zijn sleuteltjes afpakken. Als zoiets onder kinderen gebeurt, heet dat ‘er samen uitkomen’.

Ik hoor nog wel eens dat je door thuisonderwijs je kind buiten de groep plaatst. Dat er een soort gemeenschappelijk verleden is waaraan je je kind onttrekt – iedereen is immers naar school geweest. Dat vind ik zelf nooit zo’n hele sterke. Weet je, Studio Sport is ook een gemeenschappelijk verleden. Miljoenen mensen willen met het bord op schoot de zondagavond beginnen. Toch voel ik me in geen enkel opzicht buitengesloten omdat ik dat niet doe.

Onze kinderen maken óók vervelende situaties mee. Als ze buitenspelen, bij vrienden, op hun (sport)clubs. Dat is geen exclusief voordeeltje van school. Maar mijn kinderen hoeven er geen zes uur per dag aan onderworpen te worden. Ik vind het prettig dat ze minder van de sociale druk ervaren die onder leeftijdsgenoten heerst. Ten minste een van mijn kinderen is nog wel eens gevoelig voor wat andere mensen denken – reden temeer om hun originaliteit en inventiviteit te koesteren.

En ja, ze moeten ook rekening houden met elkaar, kennen ook frustraties als ze iets moeten doen, ervaren ook tegenslagen als een som niet lukt. Het zijn net gewone mensen.

Hier meer Veelgestelde Vragen.

%d bloggers liken dit: