Dierentuin

7 november 2008

In de serie ‘Waar gaat dat heen’ vandaag een lofzang op de dierentuin. Als er één uitgave is die ik iedereen kan aanbevelen, dan is het -naast de museumjaarkaart- een abonnement op de dichtstbijzijnde dierentuin.

Op een miezerige novemberdinsdag is het een van de weinige ideale plekken om met meerdere mensen van verschillende leeftijden af te spreken, want je kunt er praten en wandelen tegelijk, terwijl de kinderen rennen en spelen. En als het harder gaat regenen, duik je gewoon het apenhuis of zee-aquarium in. Met mooi weer gaan we vaak lang lunchen in de speeltuin.

Op de schommel

We hebben nu bijna tien jaar een abonnement en het verveelt nooit om pasgeboren dieren te bezoeken, nieuwe ontdekkingen te doen of bij oude favorieten te kijken. Philip heeft er al heel jong leren kaartlezen (‘Het is die kant op naar het mes-en-vorkje’) en soms stelden we onszelf ten doel om zoveel mogelijk dieren uit een film of boek te bezoeken. De vissen uit Finding Nemo bijvoorbeeld, van de barracuda tot de kwallen. Of de hyena’s en andere savannedieren uit The Lion King. Afgelopen lente hadden we het boek Meerkat Mail van Emily Gravett in huis, een flapjesboek waarin een stokstaartje op reis gaat, omdat hij het thuis te druk vindt (stokstaartjes leven in groepen). Op zijn reis komt hij langs familieleden in andere werelddelen, en telkens stuurt hij een ansichtkaart naar huis over de zeden en gewoonten van verwanten in andere landen. Wat is er dan leuker om een aantal van die verwanten in het echt te zien?

Bij de stokstaartjes

En met een beetje mazzel is het voedertijd, zodat je de waakse eigenschappen van dichtbij kunt meemaken: één stokstaart op de uitkijk, een blaf en dan plotselinge paniek onder alle stokstaartjes als de mevrouw met het vlees in aantocht is. 

Stokstaartjes staan klaar om aan te vallen

We zijn deze week twee keer naar onze dierentuin geweest. De eerste keer was het druilerig en bleven we lang in het zee-aquarium hangen. Daar is ook het publiekslaboratorium, waar deskundige vrijwilligers staan te popelen om toelichting te geven. Ze zijn vreselijk aardig en we horen altijd wel iets nieuws. Want hoewel we de levenscyclus van pekelkreeftjes inmiddels kunnen uittekenen,

Pekelkreeftjes door de microscoop bekijken

zien we niet iedere dag baby-haaien in hun eieren rondkwispelen.

Kwispelende baby-haaitjes in hun ei

En u wist misschien dat de armen van zeesterren weer aangroeien als ze afgebeten worden, maar wist u ook dat die afgerukte arm, als hij op de bodem van de zee terechtkomt, vanzelf weer uitgroeit tot een hele zeester? Zo kun je nog eens een triviantje winnen.

De tweede keer deze week waren we met vrienden. Het was onverwacht zo’n mooie herfstdag geworden en we hadden allemaal zin om elkaar te zien, dus we hebben onze abonnementen nog eens te gelde gemaakt. Cato wilde graag de ‘ji-haf’ zien (met die lange nek) en Philip en Jet vonden het fijn om met hun vrienden rond te hollen. Extra indruk maakte deze keer de vervellende python, die zich in allerlei bochten wrong om zijn dode huid af te schurken.

Vervellende slang

Cato genoot. Ze liep rond in een broek waar je soep van kon koken en ze kreeg maar niet genoeg van de apen en prairiehondjes, de ‘pin-wins’ en de olifanten die grote bossen hooi naar binnen werkten. Van zulke mooie dingen word je heel gelukkig. Ik wel tenminste.

Cato in de herfst

<span>%d</span> bloggers liken dit: