Zomeren

22 juli 2014

Zomerroutine.

Zomereten.

Zomerbillen.

Zomerpluk bij Pluk!

Zomersms van kamperende dochter op telefoon uit het pleistoceen.

Zomerzoon.

Zomerselfie met driekwart nageslacht.

Voorleesoogst

17 juli 2014

Ik mag het graag met een tuintje vergelijken, zo’n stapel boeken. Er zit van alles tussen. Voedzaam maar lelijk als een selderijknol. Beeldschoon en vluchtig als lathyrus. Of veelbelovend maar hol, als een radijsje dat er prachtig uitziet, maar vanbinnen voos blijkt te zijn. En natuurlijk zijn er talloze doperwtjes, aardbeien en snijbonen die zowel mooi als lekker zijn.

Hieronder een lijstje bonte, sprankelende, oude, nieuwe, maar vooral gevarieerde voorleesboeken voor verschillende leeftijden. In willekeurige volgorde.

Atlas

Atlas van Aleksandra Mizielinska en Daniel Mizielinski. Perfect vakantieboek. Op weg naar Italië alle landen opzoeken waar je doorheen rijdt, hangend in een wankele kampeerstoel op een camping in Frankrijk of thuis op je buik in het gras: je blijft kijken, lezen, kijken. Hieronder alvast Nederland en België, klikken voor groot.

Wel jammer dat er geen register in staat, maar het is dan ook geen naslagwerk. Het zijn gewoon meer dan vijftig landkaarten met strooigoed voor je ogen. ISBN 9789401409285. Alle leeftijden.

Wonder van R.J. Palacio, het mooiste boek dat ik in jaren las en de kinderen (7, 11 en 14) waren het met me eens. Hier een bespreking. ISBN 9789045114163. Voorlezen vanaf een jaar of 6.

Lindbergh

Lindbergh van Torben Kuhlmann. U dacht dat Charles Lindbergh als eerste de oceaan over vloog? Neen, mijnheer. Er staat weinig over in de schoolboeken, maar zo nu en dan verschijnt er een boek dat een tipje van de sluier oplicht. Hij was het.

Dat muisje dat uren doorbracht in de bibliotheek en naar Amerika wilde. Hij oefende, oefende – met z’n zelfgeknutselde vleugels. De eerste pogingen mislukten natuurlijk. Maar hij ploeterde voort. Totdat hij, daar rechts, vloog.

Een snoepje van een boek, met bijna honderd platen die stuk voor stuk in een lijstje gehangen kunnen worden. Het is een beetje Muizenhuis meets Shaun Tan, maar de teksten zijn net iets beter dan die van Het muizenhuis en het verhaal is net iets minder surrealistisch dan De aankomst. ISBN 9789051163582. Alle leeftijden.

Geschiedenis van de Lage Landen van Jaap ter Haar. Klassiek en dat is niet voor niks. Met Philip (15) lees ik nu het vierde deel: Op de drempel van een nieuwe tijd. Niet gemakkelijk, maar Jaap kan goed vertellen en eindelijk snap ik nu zelf ook hoe het zat met de patriotten en alle Willems. Dik en groot, geen strandboek – meer voor als je ‘s avonds na de barbecue aalbessen zit te eten en de telefoon uit de hand van je kind hebt kunnen wrikken.

De uitgave van 2005 is het mooist, met veel illustraties. Op het geschiedenislijstje staan de ISBN’s van alle delen. Vanaf een jaar of 13, 14.

In hetzelfde genre, maar een stuk handzamer is de Ooggetuigenreeks. Als we bij Jaap ter Haar over Napoleon lezen, checken we of er uit diezelfde tijd ooggetuigenverslagen zijn. Dan krijg je bijvoorbeeld het verhaal van een ontstelde Franse adjudant die erbij was toen Napoleon zich terugtrok bij de Berezina. Of je leest wat er ondertussen elders in de wereld gebeurde: een verpauperd Amsterdams meisje vertelt hoe hun kelderwoning overstroomde, een Groningse matroos ziet voor het eerst New York. Bij ieder verhaal merk je hoe je blik verruimt en je perspectief exponentieel uitdijt. Wie wil dat nou niet? Hier meer over de verschillende Ooggetuigen.

Buurman leest een boek van Koen Van Biesen. Bijzonder prentenboek met swingende, jazzy cd. Warre Borgmans heeft hem al voor je voorgelezen met een Vlaamse tongval waar je zelf toch nooit aan kunt tippen, dus eigenlijk kun je deze gewoon op de achterbank gooien en meeluisteren. Hier een voorproefje van 2 minuten.

Cato (toen 6) heeft hem een tijdlang grijsgedraaid en de rest van het gezin werd er niet eens gek van (al moet ik zeggen dat we tot veel bereid waren, na de cd van Violinde uit Sprookjeswonderland). ISBN 9789058388018. Vanaf een jaar of 3.

Een sprookje van Blexbolex. Fantastisch, wat een boek. Ik had aanvankelijk weinig verwachtingen, want ik hou van verhalen, niet van losse woorden, en dit sprookje bestaat voornamelijk uit losse woorden. Toch is het het ultieme verhaal. Een verhaal dat zeven maal opnieuw begint, telkens uitgebreid wordt, verschilt in nuance, in spanning toeneemt en waarin je vooruit en terug wilt bladeren om te zien wat er gaat komen en hoe het ook alweer was. Bijkomend voordeel: doordat onalledaagse woorden niet geschuwd worden (defilé, impasse, tuimelingen), groeit de woordenschat onder je ogen. En toch is het geen moeilijk boek, want ieder woord krijgt een knallende illustratie en maakt deel uit van een echte context. ISBN 9789044820362. Vanaf piepklein, maar nog leuker om samen met een 7- of 10-jarige te lezen.

De ridder die niet slapen wilde (en zijn paardje Parcival) van Randall Casaer. Gloedjenieuw en erg tof.

Over een ridder die voor het slapengaan absoluut al zijn wapens nog moet uitproberen. Hij is gewoon gemaakt om ridderlijke dingen doen: met zijn hellebaard de lakens doorklieven, schieten, hakken, houwen. ISBN 9789058389336. Vanaf 0 jaar, voor alle kinderen die graag amok maken.

Meneertje Streepjespyjama in New York van Michaël Leblond en Frédérique Bertrand. Van het verhaal moet je het niet hebben, maar de illustraties zijn zo bijzonder dat je er zeker de handen voor op elkaar krijgt. Door het inlegvel over de tekening te schuiven komt de pagina tot leven. Er zijn straten met razend autoverkeer, flikkerende lichtjes in de stad en ritselende bladeren aan de bomen in Central Park. ISBN 9789044818154. Vanaf 2 jaar.

Deze hoed is niet van mij van Jon Klassen. Ik ga er niet te veel over zeggen, maar het is een van de geestigste prentenboeken die ik ken (samen met Superheldjes en Slaapkamernachtdieren van Loes Riphagen). Uiterst simpel maar zo grappig, heel knap. ISBN 9789025754914. Vanaf 3 jaar (aan jongere kinderen gaat de clou voorbij, vermoed ik), maar een voorleesfeest voor alle leeftijden.

De vleugels van Wouter Pannekoek van Anke de Vries. Weet je nog wel, oudje? Hoe zou het zijn om bij de dokter twee pleisters te kunnen halen die je onder je schouderbladen plakt, en waar ‘s nachts vleugels uit groeien? Wat zou je dan allemaal kunnen meemaken? Fantastisch voorleesboek vanaf een jaar of 6. ISBN 9789056378257.

De vakanties van de kleine Nicolaas van René Goscinny en Jean-Jacques Sempé. Of elke willekeurige Nicolaas, for that matter. Zolang er nog iemand bestaat die hem niet gelezen heeft, blijf ik erover dazen. Ter introductie zou je kunnen beginnen met De kleine Nicolaas, maar als je in vakantiesferen wilt blijven, kun je ook meteen deze pakken.

Klik voor pdf van het eerste hoofdstuk.

Alle Nicolazen zijn magistraal vertaald door Marijke Koekoek. Het is onbegrijpelijk dat ze niet opnieuw worden uitgegeven, maar tot die tijd zou ik zeggen: op naar de bibliotheek. ISBN 9789045013930. Vanaf een jaar of 5, maar ook geweldig voor 12- en 16-jarigen en alles wat daaronder of -boven zit.

Architecture pigeons

Architecture according to pigeons van Speck Lee Tailfeather (met medewerking van Stella Gurney en Natso Seki). Bij uitzondering een Engelstalige; ik kan er ook niks aan doen dat ze hem niet vertaald hebben. Toch is ie het vermelden waard, want hoeveel kinderboeken over architectuur vanuit duivenperspectief zijn er nou helemaal?

Hier bijvoorbeeld de Murder Ring aka Colosseum. Of La Sagrada Familia, onder duiven beter bekend als The Forest of Dreams.

Mocht je deze zomer Rome aandoen, Barcelona of Parijs – of gewoon lol hebben in het kijken naar de Taj Mahal of het Opera House in Sydney; een betere gids dan Speck Lee kun je niet treffen. ISBN 9780714863535. De Engelse leeftijdsindicatie is 7+, maar dat zegt niet veel voor Nederlandse lezers: jongere kinderen kunnen de platen blijven bekijken, oudere begrijpen de tekst.

Voorlezen

16 juli 2014

Voorshands een opwarmertje, morgen weer eens een nieuw lijstje (voorlees)boeken.

Cato schrijft

8 juli 2014

Zo’n liefdesverklaring krijg je niet elke dag. Dus zijn we samen op pad gegaan om het te vieren. Naar de Zandtovenaar.

Ze mocht met haar vriendin in de pauze even aan de Echte Zandtafel voelen. Ik ontplofte bijna van liefde.

The glamorous life

2 juli 2014

Dames en heren,

Dit is het moment waarnaar u heeft uitgekeken!

Hier lag u voor in de rij,

hier bent u voor naar het theater gekomen.

Ik presenteer,

de ster van de voorstelling,

vedette by default,

prima ballerina

(dankzij een lange lijn volmaakt geschakelde dna-structuren)

hier is ze:

Jet!

Ach, u had geen kaarten? Dat is jammer. Dan ziet u hier Jet na vier shows, acht slopende uren, vierduizend betalende bezoekers, zes kostuumwisselingen, twintig schuifspeldjes en een klein maandsalaris aan mascara, oogschaduw en wenkbrauwpotlood (‘Geen zwart, mam. Het moet donkerblond zijn.’), aan het eind van haar Latijn, achter een bordje pasta al sugo met dagverse snijbiet. Onaangeroerd.

Hoewel Jettes make-up anders doet vermoeden, betrof het geen benefietvoorstelling ter bescherming van de reuzenpanda. Het thema van de balletschool was dit jaar ‘Aap, noot, Mies’. En iedereen weet wat er na aap, noot, mies komt. Wim, zus en … ? Precies.

Pardon, niet alleen Jet natuurlijk. Ook Juf Jet.

En niet alleen prima ballerina, ook streetdancer.

Maar na 48 uur onderdompeling in the glamorous life zie je ook de betrekkelijkheid er wel van in. Money only pays the rent.

Aan het eind van zo’n weekend weet je, net als in het liedje van Sheila E., waar het eigenlijk om draait. Na drie hapjes pasta, een bakje yoghurt en een etmaal slaap wil je gewoon weer kletsen en lachen en jezelf zijn.

Without love, it ain’t much.

Mocht je nog eens iets leuks willen doen, dan moet je schelpen gaan zoeken in hartje stad. Hoog Catharijne ligt er bezaaid mee, maar wij gingen kijken in Amsterdam.

Het was in het kader van onze Leonardo Da Vincifase. We waren op bezoek geweest in Rotterdam, bij ‘Da Vinci, the Genius’, de rondreizende tentoonstelling die nu ergens tussen Neurenberg en Singapore opgebouwd staat.

De expositie gaf een overzicht van werk en leven van de oude meester. We hadden een rondleiding geboekt.

Je denkt misschien dat Da Vinci alleen een beetje kon kleuren

Mona Lisa 3.5

en knutselen,

Trommelwagen voor op het slagveld.

maar niks hoor. Naast schilder, beeldhouwer, ingenieur, architect en uitvinder was het ook een heel verdienstelijk bioloog en paleontoloog. En omdat hij thuisonderwijs kreeg -als onwettig kind mocht hij niet naar school- straalt dat ook een beetje op ons af natuurlijk. Allemaal kleine genieën (wisten wij allang).

Da Vinci werd tot zijn vijftiende voornamelijk opgeleid door zijn oom, die een fervent natuurliefhebber was. Samen maakten ze lange wandelingen en dat heeft waarschijnlijk de kiem gelegd voor Leonardo’s fascinatie voor stenen en fossielen – op zichzelf geen algemene interesse in Renaissancistisch Italië.

Omdat we ervan houden om onderwerpen met elkaar te verbinden, gingen ook wij op fossielenjacht. Het was een ongebruikelijke plek: middenin het centrum van Amsterdam, maar de gids verzekerde ons dat we ze echt zouden vinden.

We gingen op de natste dag van het jaar. Denk moesson, denk wolkbreuk, en dat maal vier. Een dag lang. Zo nat was het.

Maar, dat zul je altijd zien, bij het zoeken naar fossielen is het juist goed als het regent. Dan zie je ze beter. De standaarduitrusting van de gids bevat dan ook altijd een paar plantenspuiten om de fossielen beter zichtbaar te maken. Die waren nu niet nodig.

Het was een openbaring. Vlekken waarvan we altijd gedacht hadden dat het kauwgom was, gemorste verf of iets anders triviaals, bleken zomaar brachiopoden. Meegenomen in kalksteen uit Ierland, om de Amsterdamse stoepen en grachtenpanden op te sieren.

Vanwege het weer kon het ingeroosterde onderdeel ‘Teken enkele fossielen na in je werkboekje’ nu niet doorgaan. Daar hadden mijn kinderen geen bezwaar tegen. De enige meegebrachte paraplu, in dit soort omstandigheden doorgaans een bron van huilbuien en vechtpartijen, werd gul aangeboden aan `mensen die hem beter konden gebruiken’, uit vrees dat de gids een droge plek zou bespeuren waar ze alsnog met houtskool aan de slag zouden moeten.

Wie overigens denkt dat de plantenspuiten nu in de tas konden blijven, heeft het mis. Er is altijd een reden om een plantenspuit te gebruiken.

Ook om bij plekjes te kunnen die onder een afdakje staan.

Sindsdien lopen we nooit meer met nonchalance over het plaveisel. Altijd kijken we even omlaag naar de stoeprand en opzij naar de grijze gevels. Het gaat vanzelf, je kunt er niet meer omheen als je het eenmaal weet. Kijk, zeggen we dan tegen elkaar, een zeelelie. En kijk daar, koraal.

Versteend struikkoraal.

Ik vond een filmpje van Vroege vogels waarin emeritus professor Bert Boekschoten je door de stad wandelt en fossiele schatten aanwijst. Maar eigenlijk moet je natuurlijk even in het echt gaan kijken.

 

Cato schrijft

15 mei 2014

Als je het moeilijk vindt om dingen uit te spreken
of je weet niet precies hoe je het moet zeggen;
als je genoeg begrijpt om je beperkingen te zien,
maar net te weinig om je volwaardig deelgenoot te voelen;
als de tranen hoog zitten
en je die liever niet wilt laten zien,
dan is het fijn dat je kunt schrijven.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 54 andere volgers